Immigratie en politiek

Over de inhoud van de nieuwe immigratiewet wordt in Duitsland sinds vrijdag niet meer gesproken. De wet, die enige gelijkenis vertoont met de Nederlandse vreemdelingenwet, is nu politiek van de bovenste plank. En dat zal waarschijnlijk zo blijven tot de parlementsverkiezingen van 22 september. Aanleiding voor de politisering van de vraag of Duitsland een immigratieland is en, zo ja, hoe de instroom van vreemdelingen wordt gereguleerd, is de wijze waarop de Bondsraad een wetsvoorstel van de rood-groene regering al dan niet goedkeurde. In de senaat, waarin de deelstaten alleen via hun regerende ministers zitting hebben en de regionale oppositie buitenspel staat, staakten de stemmen en werd vervolgens toch vastgesteld dat de wet was aangenomen.

Oorzaak was het stemgedrag van de delegatie uit Brandenburg. In deze Oost-Duitse deelstaat regeert een `grote coalitie' van SPD en CDU. Aanvankelijk had de CDU geen onoverkomelijke bezwaren tegen de immigratiewet, waarmee de bondsregering onder meer een eind wil maken aan de paradox dat het relatief eenvoudig is Duitsland binnen te komen, maar onredelijk moeilijk om staatsburger te worden. Sinds de Beierse premier Stoiber de kandidaat van de CDS/CSU is tegenover SPD-kanselier Schröder, is de oppositie weggedreven van het compromis waarmee de Bondsdag al had ingestemd. De afvaardiging uit Brandenburg bleek vorige week dus plotseling verdeeld. Minister-president Stolpe (SPD) stemde voor, vice-premier Schönbohm (CDU) tegen. Volgens de Duitse grondwet kan dat niet. Een deelstaat dient in de Bondsraad eensgezind te zijn. Zo niet, dan wordt men geacht zich van stemming te onthouden.

Omdat fungerend Bondsraadvoorzitter Wowereit (SPD), de burgemeester van Berlijn die de hoofdstad samen met de postcommunistische PDS bestuurt, het stemgedrag van de delegatie uit Brandenburg op eigen en partijpolitieke wijze interpreteerde, ontstond er toch een krappe meerderheid. Wowereit telde alleen de stem van Stolpe en baseerde zich daarbij op de constitutie van Brandenburg, waarin is vastgelegd dat de minister-president zijn deelstaat naar buiten vertegenwoordigt. Toen waren de poppen aan het dansen. Want het is niet aan de Bondsraad om te bepalen hoe de grondwet van een deelstaat moet worden uitgelegd. De CDU/CSU'ers verlieten op hoge poten de zaal. De SPD op haar beurt haalde de schouders op en incasseerde tevreden de overwinning.

Maar een zege is het nog allerminst voor kanselier Schröder, die zich graag afficheert als een harde machtspoliticus. De oppositie overweegt de wet aanhangig te maken bij het Constitutionele Hof in Karslruhe. Deze tijdwinst kan in het voordeel van de CDU uitpakken, omdat er in april verkiezingen worden gehouden in twee deelstaten waar de positie van de SPD wankel is. Tegelijkertijd komt president Rau (SPD) onder druk om de immigratiewet niét te tekenen. Dat is in de geschiedenis van de Bondsrepubliek vier keer eerder gebeurd. Wat Rau ook doet, het conflict rond de immigratiewet brengt hem in een politieke positie die hem als staatshoofd van alle Duitsers niet past.

Aldus dreigen machtspolitiek, staatsrecht en vreemdelingenbeleid hopeloos door elkaar te gaan lopen. En dat is niet bevorderlijk voor de integratie van de miljoenen migranten die al tien jaar of langer in Duitsland wonen, vaak belasting betalen en toch geen volwaardige burgers zijn.