Forse tegenwind voor Europese interventiemacht

EU-topman Solana had gehoopt dat de Europese defensiemacht de NAVO in Macedonië kon vervangen. Die kans is dit weekeinde verder geslonken.

Na jarenlang praten over Europese defensie was het tijd voor daden, vond begin dit jaar Javier Solana, de hoge functionaris voor het veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Maar aan zijn plan om de EU de rol van de NAVO in Macedonië te laten overnemen zijn dit weekeinde door de EU-ministers van Defensie zoveel mitsen en maren toegevoegd dat het er mogelijk nooit van kan komen. ,,Tegen de tijd dat de EU de rol van de NAVO kan overnemen, moet bezien worden of er nog reden is voor een militaire aanwezigheid in Macedonië'', zei minister De Grave na overleg met zijn EU-collega's in het Spaanse Zaragoza.

De Europese regeringsleiders hebben vorig jaar december de Europese militaire interventiemacht ,,operationeel'' verklaard. Maar in werkelijkheid krijgt de hele onderneming om de EU een eigen macht voor vredestaken te bezorgen forse tegenwind. Solana had gehoopt het project een nieuwe impuls te bezorgen met een eerste EU-optreden in Macedonië. Daar zijn nu zevenhonderd NAVO-soldaten. Die moeten de veiligheid garanderen van 204 waarnemers die toezien op de naleving van afspraken met de Albanese minderheid in het land.

Deze maand liep het mandaat van deze NAVO-macht af. De Spaanse premier Aznar zou graag hebben gezien dat de EU het commando van deze legermacht al deze maand van de NAVO had overgenomen. Dat stuitte op problemen. Het NAVO-mandaat werd verlengd tot juni. Maar daarna werden binnen de EU nog meer problemen opgeworpen. Nu behoort de Franse minister van Defensie, Richard, samen met Solana tot de optimisten die hopen dat de EU in september met een commando aan de slag kan. Maar de Duitse minister Scharping zit op de lijn van zijn Nederlandse collega De Grave: het kan naar het einde van het jaar lopen en dan kan de rol van de EU overbodig blijken te zijn.

Het eerste probleem bestaat uit Griekenland. De Griekse minister van Defensie, Yannos Papantoniou, maakte zijn EU-collega's in Zaragoza nog eens duidelijk dat zijn land een akkoord tussen de EU en de NAVO voorlopig blijft dwarsbomen. De Europese regeringsleiders hebben een week geleden bepaald dat de EU-defensie niet in Macedonië van start kan gaan zolang geen vaste overeenkomst bestaat tussen de EU en de NAVO. Eerst was NAVO-lid Turkije de dwarsligger, omdat dit land volledige medezeggenschap over militaire acties van de EU wilde krijgen. Dankzij onder meer Britse bemiddeling werden veertien EU-landen het eens over een compromis met Turkije.

Maar het vijftiende EU-land, Griekenland, blokkeerde de zaak. Het protesteerde omdat het niet volwaardig bij de onderhandelingen was betrokken. Bovendien vond minister Papantoniou het in Zaragoza niet aanvaardbaar dat de EU, wanneer zij zonder NAVO-middelen militair wil optreden, toch een ingewikkelde consultatie moet afwikkelen met Turkije, dat geen EU-lid is.

Binnen de EU is er hoop dat uiterlijk in juni een akkoord met Griekenland gevonden wordt. Met ingang van juli wordt het buitengewoon moeilijk, omdat Griekenland vanaf die datum voor een jaar voorzitter is van de EU-ministers van Defensie en moeilijk voor zichzelf een bemiddelende rol kan spelen. Solana zei zaterdag eventueel een ad hoc-overeenkomst met de NAVO te willen, zodat Griekenland een optreden van de EU in Macedonië niet kan tegenhouden. Hij heeft Frankrijk aan zijn kant, maar onder meer Duitsland, Groot-Brittannië en Nederland willen van zoiets niet horen. Een belangrijk argument van de laatste landen is dat geen ogenblik de indruk mag ontstaan dat de Verenigde Staten zich terugtrekken. Dat zou de stabiliteit op de Balkan negatief kunnen beïnvloeden.

Een ander probleem voor een militaire rol van de EU in Macedonië is dat die er volgens de Europese regeringsleiders pas mag komen na verkiezingen en nadat de regering van dit land een verzoek heeft gedaan. De verkiezingen zijn waarschijnlijk half september, maar het kan ook later worden. De meeste ministers van Defensie zijn het erover eens dat na de verkiezingen een ruime overgangsperiode nodig is voordat de EU eventueel de NAVO-rol overneemt.

Dan kan de aanwezigheid van de militairen in Macedonië overbodig zijn geworden. Maar dan nadert ook 2003, het jaar dat volgens de officiële plannen de EU een snelle interventiemacht van 60.000 militairen voor inzet van tenminste een jaar gereed moet hebben. Het is dan te laat om `Macedonië' nog te gebruiken als stimulans voor de opzet van deze interventiemacht, zoals Solana wilde. Zo komt de EU met haar interventiemacht maar weinig vooruit.

De Europese defensie heeft meer geld nodig, hield zowel Solana als NAVO-secretaris-generaal Robertson de EU-ministers in Zaragoza voor. Dat geld is er niet, constateerde de Spaanse minister Trillo. Hij zei het niet als zijn taak te beschouwen daarom te vragen. Daarom verklaarden de Europese ministers, zoals zij al vele jaren doen, dat getracht moet worden om door middel van betere samenwerking het beschikbare geld beter te gebruiken.