Drama en haast in de Matthäus van Herreweghe

In den beginne zou de traditionele uitvoering van Bachs Matthäus Passion door het Koninklijk Concertgebouworkest op Palmzondag worden geleid door chef-dirigent Riccardo Chailly. Hij dirigeerde het werk in 1999 bij het honderdjarig bestaan van de Amsterdamse Matthäus-traditie. Dat was ook de eerste keer sinds Mengelberg en Van Beinum dat de chef-dirigent de Matthäus zelf dirigeerde. Maar voorafgaand aan het besluit in 2004 naar Leipzig te vertrekken, verminderde Chailly zijn Amsterdamse bezigheden en liet de Matthäus Passion over aan Philippe Herreweghe.

Herreweghe is geen nieuw gezicht voor het Concertgebouworkest. In 1994, 1996 en 2001 ging hij al voor in Bachs Johannes Passion, maar een Matthäus Passion dirigeerde Herreweghe er niet eerder al zei hij meerdere malen de Matthäus te prefereren boven de Johannes.

Herreweghe dirigeerde de Matthäus Passion zo'n tweehonderd keer en maakte twee cd-opnamen, waarvan de laatste (1998) met prijzen werd overladen. Maar de visie die hij nu in het Concertgebouw dirigeerde, bleek in veel opzichten anders dan de cd's. Constant bleven de strakke strijkersklank, de aandacht voor intonatie en het scherpe oor voor ongehoorde mogelijkheden met oude noten. Nieuw was de experimentele extremiteit van sommige tempi, met als gevolg ooropenende ontdekkingen én onnatuurlijk snel aandoende lezingen van Mache dich, mein Herze, rein en Erbarme dich.

Herreweghe leek de aria's als meditatieve eilandjes uit de voortgang van het verhaal te willen lichten. Maar tempi die de grens van uitvoerbaarheid naderen, bezorgen de luisteraar meer spanning dan de muziek zelf.

Hoewel Herreweghe wortels heeft in de authentieke traditie van de `pausen' Nikolaus Harnoncourt, Ton Koopman en Gustav Leonhardt, leek zijn slechts tweeënhalf uur durende Matthäus Passion gistermiddag het tegendeel van de ascetisch ingetogen Matthäus die Leonhardt dezer dagen dirigeert bij de Nederlandse Bachvereniging. Stromend in de fraseringen, maar zeer ritmisch klonk het openingskoor, waarvan de werking werd versterkt door het zonlicht dat bij het woord `unschuldig' haast beschuldigend door de bovenlichten priemde. Maar anders dan Leonhardt koos Herreweghe aansluitend voor een zeer dramatische weergave van het lijdensverhaal, waarin zowel orkestraal als vocaal ruimschoots plek was voor momenten van opera-achtige uitbundigheid. Opmerkelijk eensgezind waren Leonhardt en Herreweghe weer wél over het gebruik van de viola da gamba: alleen tijdens Komm, süsses Kreuz mocht Anneke Pols begeleiden, in de tenoraria Geduld! kwam de gamba net als bij Leonhardt niet tot klinken.

Herreweghe's benadering vulde `authenticiteit' in naar de geest in plaats van naar de letter. In de klank van koor en het tot kamerformaat teruggebrachte Concertgebouworkest werd daardoor een klinkende synthese bereikt tussen transparantie en theater. Het tot tweemaal vierentwintig zangers uitgedunde Groot Omroepkoor en het zeldzaam zeker zingende Omroep Jongenskoor verzorgden heldere, warme en puntige invullingen van de koorpartijen, die Herreweghe met gespannen gebaren op het woord nauwkeurig kneedde.

Solistisch was deze Matthäus Passion opvallend robuust bezet. Naast de warme, open alt van Britta Schwarz en de stralende sopraan van Carolyn Sampson was Geert Smits een indrukwekkend gespierde Christus die zijn lot niet berustend, maar donderprekend tegemoet trad. Bas Ramselaar gaf Judas op heel eigen wijze gestalte als een sluwe zakenman, die over de prijs voor zijn verraad met bedelende hand onderhandelde en daarvoor door Smits met gepaste woede werd berispt. Diens extraverte aanpak sloot aan bij de andere mannelijke solopartijen, die bas Michael Volle en tenor Kenneth Tarver soepel en kernachtig invulden.

Tenor Ian Bostridge, vorig jaar nog een indrukwekkende evangelist in de Johannes Passion, hanteerde opnieuw een opwindende, fel dramatische verteltrant. Een hoogtepunt was de ratelende fluistertoon waarop hij verhaalde van de Judaskus. Bostridge werd na afloop beloond met zeer werelds, schor bravogeroep, wat leidde tot gekwetste blikken van de meer devote luisteraars.

Concert: Matthäus Passion van J.S. Bach door het Koninklijk Concertgebouworkest, Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Philippe Herreweghe. Gehoord: 24/3 Concertgebouw, Amsterdam.