Commissaris staat verdwijnt bij KPN

De Nederlandse staat zal bij de eerstvolgende aandeelhoudersvergadering van KPN, in mei, afstand doen van zijn recht om drie van de negen commissarissen van het telecombedrijf te benoemen.

Dit is vanochtend bevestigd door een woordvoerder van KPN. Het kabinet stelde vorig jaar een wetswijziging voor die een einde moet maken aan de beschermde status van KPN. Bij de beursgang van KPN in 1994 stelde de staat de `waarborging van het algemeen belang' veilig middels verschillende beschermingsconstructies. Via de benoeming van commissarissen, die toezicht houden op het handelen van de raad van bestuur, kon de staat indirect invloed uitoefenen op het beleid van het voormalige staatsbedrijf.

Naast het benoemingsrecht beschikt de staat over een `gouden' aandeel, waarmee het kan verhinderen dat een buitenlandse partij volledige controle kan krijgen over KPN. Ook moet KPN bij de uitgifte van nieuwe aandelen apart toestemming vragen aan Den Haag, een verplichting die het niet heeft jegens `gewone' aandeelhouders. Het is niet duidelijk of deze rechten tijdens de vergadering in mei ook worden opgegeven.

Het rol van de overheid in KPN stuit op veel kritiek. Vorig jaar november bleek bijvoorbeeld dat het ministerie van Financiën, met betrekking tot de uitgifte van nieuwe aandelen die op dat moment werd voorbereid, over meer informatie beschikte dan `gewone' aandeelhouders. Zo was het ministerie op de hoogte van belangrijke details van een lening die door een bankenconsortium was verstrekt aan het noodlijdende KPN. Minister Zalm houdt vol dat de staat moet worden gezien als `gewone' aandeelhouder.