Bezoek aan een rosse buurt waar prostitutie ondenkbaar is

In Shahi Mohalla in de Pakistaanse stad Lahore wordt gedanst en gezongen voor de bezoeker. Afspraakjes na sluitingstijd mogen niet. Of misschien toch?

Sajjad kijkt wat onwennig om zich heen. ,,Eigenlijk hoor ik hier niet'', zegt de 27-jarige jongeman. ,,Goede moslims komen hier niet. Hier komen alleen slechte mannen.''

Het loopt al tegen middernacht, maar op straat is het druk. Een riksja levert klanten af bij een restaurant dat vermaard is om zijn siri paya, stukjes vlees aan het bot van de poot van een geit. Ook de stalletjes waar je hapjes kunt kopen, frisdranken, sigaretten en paan (betelbladeren), doen goede zaken. Een jongetje rent voorbij om kopjes thee te halen. Behendig ontwijkt hij de modderplassen die zijn achtergebleven na de regen van vanmiddag, de eerste in acht maanden.

Maar niet deze bedrijvigheid maakt deze straat zo bijzonder. Enkele jongelui in een zwarte auto die zich toeterend een weg baant door de menigte, wijzen opgewonden naar de fel verlichte lokalen waar meisjes en vrouwen te zien zijn. De meesten zijn zwaar opgemaakt en gehuld in een roze, lichtgroene of gele shalwar kamiz, de traditionele Pakistaanse kledij, bestaande uit een lange jurk tot over de knieën en een wijde broek, compleet met bijhorende dupatta (sjaal). Ook de aandacht van de meeste voetgangers gaat uit naar de vrouwen, die met los hangende haren zwijgend naast elkaar op sofa's zitten. Ze hebben gezelschap van mannen die op de grond zitten, met hun muziekinstrumenten voor zich op het tapijt.

Dit is Shahi Mohalla (Koninklijke Buurt), de rosse buurt in de oude, ommuurde stad van Lahore aan de voet van het Fort van de vroegere Mogulheersers. Sajjad heeft voorzorgsmaatregelen genomen voordat hij het waagde een buitenlander hier naar toe mee te nemen. Hij schakelde een vriend in die bij de politie werkt en die vroeg op zijn beurt protectie van een wijkagent die de buurt door en door kent. Vanuit het lokale politiebureau ben je binnen twee minuten midden in het red light disctrict.

Maar Shahi Mohalla is geen gewone rosse buurt. Prostitutie is immers ondenkbaar in Pakistan, waar volgens de geldende shari'a (islamitische wetgeving) zware straffen staan op seksueel verkeer buiten het huwelijk. Prostitutie is verboden. Nee, in Shahi Mohalla wordt een eeuwenoude traditie hoog gehouden van muziek en dans voor mannelijke bezoekers. De danseressen, vaak niet ouder dan twintig, hebben een lange opleiding achter de rug in het onderhouden van hun gasten, enigszins te vergelijken met die van geisha's in Japan. Al van jongs af aan zijn ze in de leer bij een ustad, hun muzikale leermeester.

En ze staan onder streng toezicht van de politie: slechts vanaf elf uur 's avonds tot één uur in de nacht worden bezoekers toegelaten tot de kotha's, de kamers van ongeveer drie bij drie waar de dansvoorstellingen worden gegeven. Tijdens de jaarlijkse vastenmaand Ramadan blijven de kotha's gesloten.

De 17-jarige Shazia staat vlug op als de bezoekers binnentreden en hun schoenen uittrekken. Haar moeder doet het woord. Ze neemt twee briefjes van duizend rupee's in ontvangst en geeft die aan een jongetje die er razendsnel mee verdwijnt, terwijl de houten luiken voor de kotha worden gesloten. De drie muzikanten, broers, nemen hun trommels in de hand. De oudste, de 40-jarige Tanvir, pakt zijn harmonium. Met zijn ene hand bespeelt hij de toetsen van het kleine, houten instrument en met de andere hand beweegt hij de blaasbalg.

Tanvir is de leider van het muzikale gezelschap en tevens de ustad van Shazia. De danseres bindt banden met schellen om haar enkels en heeft haar dupatta om haar middel geknoopt. Haar zusters, 25 en 28, stellen zich achter haar op. Dan komt het jongetje weer binnen: in zijn handen houdt hij nu een dikke stapel verse briefjes van vijf die hij op straat heeft gewisseld en die hij de bezoekers aanreikt.

Moeder Nagis, zakelijk leidster van haar dochters, kijkt goedkeurend toe als Shazia zingt en danst op blote voeten terwijl haar lichaam steeds feller beweegt op het opzwepende ritme van de muziek. Haar zusters zingen op de achtergrond mee, een populaire Urdu-song uit een Indiase film, en knikken haar bemoedigend toe. De bezoekers kijken toe en strooien hun briefjes van vijf over het bezwete hoofd van Shazia. ,,Ik heb haar gevraagd wat ze wilde: trouwen of dit'', zegt moeder Nagis na de voorstelling. Vroeger heeft ze ook gedanst. Ze herinnert zich nog de tijd van Zulfiqar Ali Bhutto, de flamboyante premier van Pakistan die zichzelf en de bevolking een grote mate van vrijheid toestond. ,,Toen was het allemaal veel gemakkelijker, verdienden de mensen meer geld en hadden ook wij meer vrijheid'', zegt ze.

Maar onder zijn opvolger, generaal Zia-ul-Haq, werden de teugels fors aangehaald om `onislamitisch' gedrag uit te bannen. Moeder Nagis schudt haar hoofd. ,,Nee, dat doen wij niet'', antwoordt zij op de vraag of het mogelijk is om na sluitingstijd nog een afspraakje te maken met Shazia. ,,Geen seks.'' Wijkagent Nawaz Khan, die ook briefjes heeft gestrooid, knikt goedkeurend.

Zo wordt de façade van Shahi Mohalla in stand gehouden. Maar in het nachtelijk duister, even na één uur als de luiken voor de kotha's worden gesloten en politieagenten hun controleronde gaan doen, fluistert een donkere schaduw: `Fuck?' Even verderop wordt dat aanbod herhaald. Shahi Mohalla blijkt wel degelijk een rosse buurt waar prostituees op hun klanten wachten.

De Pakistaanse vrouwenactiviste Fouzia Saeed zorgde in Pakistan voor beroering door jarenlang onderzoek te doen in de wijk. Vorig jaar verscheen haar boek `Taboo. The Hidden Culture of a Red Light Area' (Oxford, ISBN 0195794125). Daarin beschrijft ze de tradities en gedragscodes in Shahi Mohalla, zoals het strikte onderscheid dat bijvoorbeeld bestaat tussen de kaste van danseressen/prostituee's en die van de muzikanten. Tientallen betrokkenen vertellen over hun leven in de rosse buurt, waar de geboorte van een dochter met gejuich wordt ontvangen. Moeders proberen de maagdelijkheid van hun dochters al op jonge leeftijd, vaak niet ouder dan een jaar of veertien, vijftien, tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen door een tijdelijk huwelijkscontract voor hen aan te gaan. Net als hún moeders deden.

Fouzia Saeed schrijft dat de traditionele cultuur, waarbij de danseressen/zangeressen een klassieke opleiding krijgen, steeds meer onder druk komt te staan. Het ideaal van de danseressen is door te dringen als actrice in de filmindustrie, maar slechts weinigen slagen daarin. Door de repressie van de overheid is het steeds moeilijker geworden het hoofd boven water te houden in Shahi Mohalla. Het gevolg is niet dat de prostitutie is uitgebannen, maar zich juist verder heeft verspreid. Steeds meer prostituees zijn aangewezen op gewone bordelen, stille achterafsteegjes of pleisterplaatsen langs de toegangswegen waar elke nacht duizenden vrachtrijders Lahore binnenkomen. Die zijn het werkterrein van de gashtee, prostituees van `een lagere klasse'.

Fouzia Saeed windt zich op over de hypocrisie van de autoriteiten. Shahi Mohalla heeft haar eigen tijdszones in de nacht, beschrijft ze. Na één uur patrouilleren de agenten en proberen een zakcentje bij te verdienen door overtreders van het sluitingsverbod onder druk te zetten. Maar na enige tijd verdwijnen ze weer uit het straatbeeld. Dan verschijnen de limousines waarin politici, welgestelde landlords en zakenlieden zitten. Zij weten precies waar ze moeten zijn, en de politie valt hen niet lastig, schrijft Fouzia Saeed.