Zorgproblematiek

Met belangstelling las ik het artikel van R. Grotenhuis (NRC Handelsblad, 19 maart). In een heldere, zij het niet erg originele analyse over de problematiek van de zorg kwam hij tot de conclusie dat de regiediscussie de oorzaak van alle ellende was.

De door hem benoemde partijen overheid, zorgverzekeraar, manager, patiënt en zorgverlener en met name de medisch specialist proberen zeggenschap over elkaar te krijgen. De oplossing wordt dan gevonden in een `schoenmaker blijf bij je leest'model. Tot zover, in anderhalve kolom, kan ik de schrijver volgen, hoewel het zogenaamde medisch-geïntegreerde bedrijf, zoals veelal in het ziekenhuis wordt gepropageerd, niet geheel correspondeert met voornoemde oplossing.

Echter, in de laatste halve kolom, wordt er een partij uitgelicht: de medisch specialist. En dan wordt het wel erg lastig om de continuïteit van schrijvers betoog te blijven volgen. Iedereen in Nederland is ontevreden over de zorg, maar niemand is gefrustreerd, alleen die specialist, die bovendien op grond van zijn frustratie mee wil praten in de Tweede Kamer.

Zou het niet verstandiger zijn tot de conclusie te komen, dat de Tweede Kamer een grote gemene deler moet zijn van de Nederlandse samenleving, opdat alle voornoemde partijen worden vertegenwoordigd juist om regiediscussies te voorkomen?

Zou het niet verstandiger zijn om te realiseren dat iedereen in potentie een (gefrustreerde) patiënt is, opdat ook in een Tweede Kamer niet louter naar macro economische geluiden wordt geluisterd? De uiteindelijke conclusie van schrijvers verhaal zou moeten zijn dat frustratie een slechte leidraad is voor iedereen.