VOC-viering met bijsmaakje 1

De opinie van Kees Zandvliet doet onrecht aan de herdenking van de oprichting van de VOC 400 jaar geleden (NRC Handelsblad, 19 maart). Elke herdenking heeft zijn keerzijde. Men moet echter vermijden de situatie van 400 jaar geleden te meten aan de normen van het heden. Iemand moet zich proberen voor te stellen welke misdaden er op dit moment begaan worden met de huidige wetgeving ten aanzien van de milieunormen of de beperkte bijdrage aan de ontwikkelingssamenwerking naar de normen over tweehonderd jaar. Dit soort vergelijkingen is volstrekt irrelevant.

Twee aspecten zijn wel het herdenken waard. 400 jaar geleden bleek een nieuwe natie van zeven onafhankelijke staten ongeveer 20 jaar na haar oprichting in staat te zijn de basis te leggen voor een onevenredig machtig rijk in verhouding tot de grootte van de eigen staat. Dat deze macht veel welvaart (zowel in de zeven provinciën als in de koloniën) en veel leed heeft veroorzaakt is evident.

Ten tweede heeft de VOC ongewild de basis gelegd voor de huidige republiek Indonesië, een staat met veel verschillende volkeren en meer dan 120 miljoen inwoners. Dat de VOC, een buitenlandse privaatrechtelijk organisatie, en niet een interne factor, de basis is voor Indonesië is waarschijnlijk de echte reden dat juist Indonesië de basis van haar eigen oprichting niet mee wil herdenken en zeker niet vieren.

Wat werkelijk verbazingwekkend is, is dat de Nederlandse overheid dit feit publiekrechtelijk herdenkt.

In 1602 kwam het Octrooi tot stand onder langdurige druk van onder meer enkele voormalige Antwerpse (bijvoorbeeld De Moucheron) kooplieden uit Holland en Zeeland. Dit Octrooi was voornamelijk van belang omdat het de VOC machtigde allerlei ondersteunende activiteiten, zoals het recht op oorlogvoering, te verrichten ter ondersteuning van de primaire activiteit: de handel. De bijdrage van de Staten Generaal was ook toen beperkt.