Verzoend met een ijzige sport

Kamiel Maase (30) heeft gekozen voor het zelfstandig ondernemer- schap in de atletiek. Ambivalente gevoelens hebben plaatsgemaakt voor tevredenheid bij de atleet die morgen deelneemt aan het WK veldlopen. Maar: ,,Er is meer intellectuele diepgang in andere lagen van de maatschappij.''

Zijn afkeer van prestatiesport weerhield Kamiel Maase (30) er niet van om de beste lange-afstandloper van Nederland te worden. Hij gaf zelfs zijn baan op voor een fulltime bestaan als atleet. Inmiddels is de inactieve microbioloog uit Wageningen zo gefascineerd door het sportieve succes, dat hij bewust tijd moet vrijmaken voor andere interesses om aan zijn intellectuele behoeften te kunnen voldoen.

Maase is zelf nog het meest verbaasd over zijn metamorfose. ,,Dit bestaan was niet gepland'', zegt hij droogjes. ,,In ons gezin tennisten we veel, maar niet fanatiek. Pas nadat ik via een klasgenoot lid van een atletiekvereniging was geworden en door mensen van de club werd meegesleept naar wedstrijden, is het gaan leven. Maar niet onmiddellijk, want voor de eerste uitnodiging van een districtstraining heb ik bedankt. Dat hoefde voor mij niet; ik vond atletiek zo'n ijzige, prestatiegerichte sport. En dat is ook zo, hoewel ik er inmiddels mijn identiteit aan ontleen.''

Gaandeweg ontdekte Maase ook de schoonheid van sport en kwam hij vorig jaar op een punt dat hobby en beroep botsten. Na een jaar te zijn verscheurd door twijfel, besloot hij uiteindelijk de twintig uur per week die hij als werknemer van Campina/Melkunie doorbracht in het laboratorium ook aan hardlopen te besteden. ,,Het heeft zo lang geduurd, omdat ik als academicus de keus voor sport moeilijk kon accepteren'', klinkt het schuldbewust. ,,De studie wordt gefinancierd door het rijk en mijn ouders, je steekt er zelf veel energie in en dan doe je er op zeker moment niets meer mee. Ik had ook heel sterk het gevoel dat ik me voor de buitenwereld moest verantwoorden. Ik heb zelfs mijn beweegredenen op papier gezet en naar een dertigtal vrienden en kennissen gestuurd. Gelukkig waren de reacties positief. Zelfs mijn ouders begrepen het.''

Inmiddels heeft Maase zich met zijn nieuwe status verzoend en rent hij sedert drie maanden fris van geest door het leven. Hij is verlost van het geschipper. ,,Het was altijd haasten en ik had het gevoel aan beide kanten concessies te moeten doen. Ik koos voor de sport, omdat ik dat nog een beperkt aantal jaren kan doen. En diep in mijn hart vind ik het ook mooier. De frustratie van een microbioloog is dat het zo ontzettend lang duurt eer je iets substantieels in handen hebt. De ministapjes voorwaarts en dat gefocus op die kleine dingetjes heeft mijn beslissing uiteindelijk beïnvloed. Het schoot allemaal niet op.''

Maase heeft tegenwoordig zijn sportactiviteiten ondergebracht in de eenmanszaak Kamiel Maase Athletics, waarvan hij directeur en enige werknemer is. Hij regelt zijn zaken zelf, met uitzondering van inschrijving voor internationale wedstrijden. Daarvoor heeft Maase Global Sports Communication, het bedrijf van de oud-atleet Jos Hermens, in de arm genomen. ,,Moet ook wel, wil je bij grote wedstrijden binnenkomen'', weet Maase inmiddels. ,,Als relatief onbekende atleet word je dan gekoppeld aan `een naam', bijvoorbeeld die van Haile Gebrselassie. Soms zal er dan gemopperd worden in de trant van: `Wat moet ik met die Maase in mijn veld', maar het werkt wel.''

Liever zou Maase al zijn zaakjes zelf regelen, om zich de ergernis over de nalatigheid van anderen te besparen. ,,Omdat ik sterk het idee heb dat ik het zelf beter kan'', spreekt de perfectionist. ,,De financiële administratie van Hermens' bedrijf is bijvoorbeeld een tijdje erg rommelig geweest. Ik heb meegemaakt dat ik mijn prijzengeld pas na anderhalf jaar kreeg uitgekeerd. Dat gaf een rare indruk. Je vaart immers blind op een manager. En dan is het onaangenaam om aan de hand van je agenda na te moeten gaan waar je gelopen hebt om vervolgens pas na een telefoontje het geld te ontvangen. Ik had in een bepaalde fase het idee dat Global Sports Communication ook minder professioneel was dan de buitenwereld dacht. Maar het bedrijf was uit zijn jasje gegroeid. Inmiddels is er meer personeel en gaat het weer goed. Mijn vertrouwen in Hermens is er niet door aangetast. Typisch Jos, die zijn stinkende best doet, omdat hij maf van atletiek is. Hij probeert tien dingen tegelijk te doen en dan kan er iets misgaan.''

Inmiddels heeft Maase de status bereikt dat hij met zijn sport een goede boterham kan verdienen. En dan behoort hij nog niet eens tot de mondiale top, want die posities zijn op de lange afstanden gereserveerd voor Afrikaanse lopers. Zijn doel bij de WK veldlopen, dit weekeinde in Dublin, is zijn beste prestatie ooit (dertigste plaats) te verbeteren. ,,Het grote publiek zal dan wel weer roepen dat het weinig voorstelt. Het ontbreekt hen echter aan de kennis om bijvoorbeeld een twintigste plaats op waarde te beoordelen. Ik heb dat geaccepteerd. Ik begon als hobbysporter en van die miljoenen lopers ter wereld behoor ik nu tot de beste dertig; daar ben ik trots op. Die Afrikanen lopen nu eenmaal harder, dat is genetisch bepaald. Ik ben er ook niet meer mee bezig om hen te verbeteren. Ik probeer gewoon elke keer weer een mooie prestatie te leveren. Gelukkig hebben wij de Europese kampioenschappen. Die titelstrijd beschouw ik niet als een compensatie, maar als een mogelijkheid om het grote publiek te laten zien dat ik wat in mijn mars heb.''

Waar sommige collega-atleten van het niveau-Maase de verleiding van doping niet kunnen weerstaan, heeft hij geen behoefte aan farmaceutische hulp. ,,Nee, daar ben ik absoluut niet mee bezig. En ik kom ook nooit in de verleiding. Sterker, ik verdenk weinig lange-afstandlopers van doping. Het komt vooral voor in de hoek van de krachtpatsers. Voor mij is doping nicht im Frage; om morele en emotionele redenen. Ik zou de sport die ik zo mooi vind en voorrang heb gegeven boven een maatschappelijke carrière in diskrediet brengen. Wat ik wel gebruik is multivitamine en vitamine C. En als ik op hoogtestage ga, slik ik ijzer. Maar ik sla ook wel eens een dag over, omdat ik niet het gevoel wil hebben afhankelijk van een pil te zijn.''

De puritein Maase kan dan ook geen begrip opbrengen voor atleten die wel zwak van geest zijn, ofschoon hij niet weet wat hij van al die recente nandrolon-affaires moet denken. ,,De overschrijdingen bij die voetballers en ook Troy Douglas waren wel erg gering. Kijk, sprinter Linford Christie werd gepakt met een heel hoge nandrolonwaarde. Die is volgespoten en met hem heb ik geen medelijden. Maar wat moet ik van die andere jongens denken? Van Douglas is bekend dat hij veel voedingssupplementen gebruikt, terwijl dat door het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken wordt afgeraden. Heeft Douglas dan vervuilde supplementen gebruikt of is hij minder onschuldig dan ik denk? Ik weet het niet. Het is wel zo dat ik door al die nandrolon-zaken extracten als bijvoorbeeld echinacea heb afgezworen. Ik beperk me tot een chemisch gedefinieerd tabletje; daar lijkt me niets mis mee.''

Zo Maase in zijn discipline al verdenkingen heeft, dan gaan die vooral uit naar Italianen en Spanjaarden. Maar het blijft bij een veronderstelling, ook al heeft de Nederlander vorig jaar een poosje in de Spaanse keuken mogen kijken. Hij was voor een trainingsstage enige weken in Madrid te gast bij een groep langeafstandlopers. ,,Maar van doping heb ik toen niets gemerkt'', beweert Maase. Om er onder voorbehoud aan toe te voegen: ,,Maar ik kwam dan ook niet bij hun arts.''

Wat Maase wel altijd heeft bevreemd, is dat er nooit out-of-competition-controles worden uitgevoerd in het Franse Pyreneeëndorp Font-Romeu, waar veel atleten hun hoogtestage doorbrengen. ,,Dat vind ik zowel merkwaardig als zwak, omdat ik thuis in Wageningen een paar keer per jaar een dopingcontroleur op bezoek krijg. In Font-Romeu zitten het hele jaar door veel Roemenen. Zonder hen zwart te willen maken, is het toch bekend dat in de voormalige Oostbloklanden dopingprogramma's bestonden. Bovendien doen over die Roemenen verhalen de ronde dat ze regelmatig in de plaatselijke apotheek worden gesignaleerd. Ik heb het zelf nooit gezien, maar als je dat hoort, ga je onwillekeurig toch aan `bepaalde zaken' denken. Me dunkt genoeg redenen om er eens een dopingcontroleur op af te sturen.''

Een andere ergernis is de normering van sportkoepel NOC*NSF voor het verkrijgen van de A-status, die een atleet recht geeft op een basisinkomen en het gebruik van een lease-auto. Het uitgangspunt om bij de top-acht van de wereld te horen, noemt Maase ,,de onredelijkheid van het over één kam scheren''. ,,Door dat rotsvaste uitgangspunt is het systeem niet eerlijk'', foetert de atleet, die vorig jaar bij de WK zijn A-status verspeelde met een tiende plaats op de 10.000 meter en dat verlies vier maanden later herstelde dankzij een zilveren medaille op de EK veldlopen.

,,Ik heb er met Joop Alberda, technisch directeur van NOC*NSF, over gediscussieerd, maar we komen er niet uit. Een bepaalde differentiatie zou eerlijker zijn, maar daar wil hij niet aan. Ze zouden bij NOC*NSF het lef moeten hebben om te zeggen: bij atletiek is mondiaal een positie bij de top-12 vereist en bij het schaatsen een plaats bij de top-6. Maar ik heb me bij de onredelijkheid van dat systeem neergelegd. Ik accepteer het als een feit, net zo goed dat ik accepteer dat atletiek een moeilijke sport is, waar het op de loopnummers niet meevalt om bij de beste acht van de wereld te behoren. Maar iets meer begrip is wenselijk.''

En het `plagen' houdt maar niet op, want Maase is woedend over de normen die gelden voor behoud van de A-status bij de EK atletiek, komende zomer in München. Op verzoek van NOC*NSF had de atletiekunie de mondiale richtlijnen naar Europese maatstaven vertaald. ,,Op die lijst staat dat ik op de 10.000 meter goud of zilver moet halen om mijn A-status te behouden'', moppert Maase. ,,Waar slaat dat op? Als ik brons win, ben ik geen A-atleet meer. Dat is de wereld op z'n kop zetten. Er is berekend dat bij de laatste toernooien op de 10.000 meter gemiddeld 1,75 Europeaan bij de eerste acht is geëindigd. En dat getal was ook nog naar boven afgerond. Ik geloof dat op grond van het lijstje een kogelslingeraar bij de eerste acht moest eindigen en een tienkamper bij de beste zeven, terwijl de loopnummers mondiaal gezien het sterkst bezet zijn. Ik wil niet lullig doen, maar hoeveel mensen slingeren er wereldwijd met een kogel? En de door het vele materiaal dure tienkamp wordt alleen beoefend in de rijke landen. Ik heb de atletiekunie in een boze e-mail laten weten, dat ik zoiets belachelijks niet eerder heb meegemaakt en dat ik me er ook niet bij zal neerleggen.''

Die strijd tegen dergelijke starheid rekent Maase tot de keerzijde van zijn sport, evenals het eendimensionale karakter ervan. ,,Ook een reden die bijdroeg aan de twijfel om professional te worden. Generaliserend gesproken is er meer intellectuele diepgang in andere lagen van de maatschappij. Dan moet je zelf invulling gaan geven. Ik heb er behoefte aan om te studeren en een goed boek te lezen. Maar achteraf moet ik zeggen dat de schade meevalt, omdat ik meer vrije tijd heb gekregen.''