Tucht en liefde

Pedagoog Ido Weijers stelt in zijn betoog dat kinderen te mondig zijn geworden (`Rentree van vadertje staat', W&O, 2 maart). Ik ben het met hem eens. Sinds de anti-autoritaire opvoeding eind jaren zestig zijn we de weg kwijt. We dienden het kind te behandelen als gelijke en we mochten niet moralistisch zijn en we moesten respect hebben enzovoorts. Maar wat weet je nu eigenlijk van kinderen als je er nooit mee te maken hebt gehad? Je wordt ouder en je schuift geleidelijk van de baby- naar de peutertijd. Opeens blijkt dat ongelofelijk kwetsbare kleine baby'tje bij tijd en wijle te veranderen in een onverdraagzaam ettertje. Dan begint het getwijfel en gezoek.

Opvoeden is moeilijk. Maar de taak van de ouder blijft: opvoeden! Veel ouders hebben de ambitie vriend van hun kind te willen zijn. Maar vriendjes kiezen ze zelf uit. Wat een kind van ouders wil is liefde, respect en veiligheid. Maar ook: de grens!

Soms pleit ik voor de `bij vijf keer niet luisteren en wie niet horen wil moet maar voelen, pak voor de billen' en naar je kamer. Tussen tucht en mishandeling ligt een wereld van verschil. En ook: `Omdat ik de baas ben doe je wat ik zeg.' Natuurlijk dient er geknuffeld en gepraat te worden na de straf. Niet uit schuldgevoel maar om weer bij elkaar te komen, net zo belangrijk als de straf.

Leiding geven begint op het moment dat de peuter om de grens begint te vragen. Als het goed is voelt het kind die leiding nog als je er als ouder niet meer bij bent, als hij/zij zeventien is. Die grens aangeven biedt veiligheid aan het jonge en oudere kind.

Waarom mag je niet moralistisch zijn? Je leert je kind toch ook goed praten en lopen. Dus leer je je kind ook wat mag en niet mag, en wat goed is en niet goed. Het is een belangrijke taak die ouders op zich dienen te nemen. Ouders moeten tijd en rust hebben voor de opvoeding van hun kinderen. Maakt niet uit welke ouder overigens.