Spelen met je oudedagsreserve

Freelancers, vrije beroepers, kleine zelfstandigen, winkeliers, ondernemers en ander ongeregeld werkvolk hebben een ding gemeen: ze moeten zelf de kost verdienen, anders dan werknemers in loondienst. Geen eenvoudige klus. Zo'n ondernemer is een soort topsporter en niet iedereen is daar geschikt voor. Hoewel de publiciteit hem of haar graag verheerlijkt en daardoor de zaken te simpel voorstelt.

Naast de ondernemingzaken, zijn de persoonlijke geldzaken belangrijk. Ook die moet een eigen baas zelf regelen, anders dan een werknemer. Die wordt van de wieg tot het graf in de watten gelegd en verwend.

De vrije jongens en meisjes doen die geldzaken er meestal bij. Ze hebben er geen zin in, geen tijd voor, verdienen te weinig of weten de weg niet in de financiële wereld. Er ontbreekt dus een duidelijke lijn, waardoor ze na verloop van jaren vaak zitten opgescheept met een hutspot van oudedagsvoorzieningen: koopsompolissen, een lijfrenteverzekering tegen premiebetaling, meerdere kapitaalverzekeringen al dan niet met een lijfrenteclausule, premievrije pensioenpolissen uit voorgaande dienstbetrekkingen, spaargeld en beleggingen.

Geen mens kan daaruit opmaken of je wel of niet een pensioentekort hebt. Dus regelen wat dit betreft onzekere ondernemers nog meer voor hun oude dag. Daardoor hebben ze het in het hiernamaals van de 65-plussers beter dan nu, wat toch niet de bedoeling kan zijn. Hoe moet het dan wel?

Wanneer er behoeftige nabestaanden zijn moet je er voor zorgen dat die verzorgd achterblijven, met een overlijdensverzekering. Dat gaat vóór de oudedagsvoorziening. Voor die voorziening zijn er in grote lijnen drie uiteenlopende strategieën.

Je kan in eigen beheer (in box 3) en in alle vrijheid een pensioenvermogen opbouwen, dat bestaat uit meerdere bestanddelen. Spaargeld, aandelen, obligaties, andere beleggingen, eigen huis, andere huizen, zakelijk onroerend goed en de eigen zaak. Daarmee kom je een heel eind.

Je kan als tweede optie alles regelen via levensverzekeringen. Met name met lijfrentepolissen, zoals de koopsompolis. Dat is een populaire aanpak, omdat je de premies mag aftrekken van je belastbare winst. Maar dat is korte-termijn-gewin, want de toekomstige uitkeringen zijn belast en je zit vast aan de beperkende regels van de fiscus. Een voorbeeld.

Een koopsompolis is een tweetrapsraket. Je verzekeraar bouwt na je eerste storting een lijfrentekapitaal op, de eerste trap, dat je op de einddatum van de verzekering verplicht (voor verzekeringen afgesloten na een bepaalde datum) om moet zetten in een tijdelijke of levenslange lijfrente, de tweede trap. Je geniet eerst belastingaftrek in box 1, maar betaalt later over de toekomstige uitkeringen inkomstenbelasting in box 1. Dit volgens de bekende omkeerregel: nu vrij, later belast.

Daarbij komt wel dat de eventuele koerswinst die de verzekeraar maakt op jouw inleg via de uitkeringen alsnog wordt belast. Terwijl iemand die zelf belegt onbelast beschikt over die winst. Liefhebbers van lijfrentepolissen zien dit vaak over het hoofd, net als de kosten die verzekeraars rekenen.

Een ondernemer in box 1 (dus zonder een bv) heeft als derde optie een alternatief voor de lijfrentepolis. Namelijk de oudedagsreserve, tot 1 januari 2001 bekend als de fiscale oudedagsreserve of FOR. Je trekt bijvoorbeeld 5.000 euro af van je belastbare winst en boekt dat over naar je oudedagsreserve. Zo betaal je nu minder belasting, wat vergelijkbaar is met de eenmalige koopsomstorting of met een jaarlijkse premiebetaling.

Maar ook deze reserve is een tweetrapsraket. Door het uitstel van belastingbetaling moet je een keer afrekenen met de fiscus. De reserve geeft dus het bedrag weer waarover je in de toekomst inkomstenbelasting in box 1 moet betalen. Bijvoorbeeld bij het staken van de onderneming. Je kan daar (tijdelijk) aan ontsnappen door met die reserve een in box 1 belastbare lijfrente te kopen.

Zo construeer je een soort koopsompolis in eigen beheer. Het is geen echte pensioenreserve, maar een legale uitstelconstructie. Daarbij bespaar je onder meer de provisie van een tussenpersoon en de kosten die een verzekeraar berekent. Bij voortijdig overlijden zijn je nabestaanden de inleg niet kwijt, maar kunnen zij er vrij over beschikken.

Er kleven ook enkele nadelen aan deze constructie. De rente en beleggingswinst behoren tot de belastbare winst. Bij een koopsompolis blijven die tijdens de opbouwfase onbelast. Draait de onderneming in de toekomst minder voorspoedig en teer je daardoor in op de reserve, dan blijft de verplichte afrekening met de fiscus overeind.

Je moet er dus voorzichtig mee omspringen. Of het geschetste alternatief opgaat, hangt dus af van de individuele omstandigheden.