SOMMIGE STERREN VERORBEREN MOGELIJK HUN EIGEN KROOST

Sterren waar geen planeten op korte afstand omheen draaien, hebben die nabije planeten waarschijnlijk `verorbert'. Duitse astronomen denken dat dat de oorzaak is van een merkwaardig `tekort' aan dichtbij staande planeten, zo suggereren zij in een artikel dat binnenkort in de Astrophysical Journal Letters verschijnt.

Sinds de ontdekking van de eerste planeet bij een andere ster dan de zon, in 1995 door de Zwitserse astronomen Michel Mayor en Didier Queloz, zijn er al zo'n zeventig extrasolaire planeten ontdekt. Zij verraden zich doordat zij hun ster een beetje heen en weer trekken en zo een variatie in de spectroscopisch gemeten snelheid veroorzaken.

De massa van de aldus ontdekte planeten loopt uiteen van 0,3 tot meer dan tien maal die van Jupiter. Al die Jupiterachtige planeten draaien echter op een (veel) kleinere afstand rond hun ster dan waarop Jupiter rond de zon draait. Opmerkelijk is verder dat er een groot `tekort' bestaat aan planeten zwaarder dan Jupiter die op een afstand van minder dan 0,1 astronomische eenheid (AE: de afstand aarde-zon) rond hun ster draaien. Van de 14 planeten binnen die afstand is er slechts één (die bij Tau Boötis) zwaarder dan Jupiter, terwijl op grotere afstanden van sterren juist veel zware jongens rondcirkelen.

Dit tekort kan geen selectie-effect zijn, omdat er dicht bij sterren juist méér planeten zouden moeten worden gevonden. Die veroorzaken immers veel en grotere snelheidsvariaties, dus zijn veel gemakkelijker spectroscopisch te ontdekken. De Duitse astronomen M. Pätzold en H. Rauer denken dat de getijdenwrijving tussen ster en planeet tot dit tekort heeft geleid. Deze getijdenwrijving veroorzaakt een versnelling van de aswenteling van de ster en als gevolg van de wet van behoud van impuls een verkleining van de baan van de planeet. Die kan uiteindelijk zelf door getijdenkrachten uiteen worden getrokken en vervolgens door de ster worden opgeslokt.

De twee astronomen hebben berekend dat deze getijdenwrijving binnen 0,1 astronomische eenheid van een ster inderdaad een grote rol speelt. Sommige planeten die zich hier ooit ophielden zouden al binnen de levensduur van de desbetreffende ster in het geval van de zon zo'n tien miljard jaar binnenwaarts zijn gespiraliseerd en opgeslokt. Ook enkele van de nu in dit afstandsgebied bij sterren gevonden planeten zou binnen die periode dit lot zijn beschoren: de zwaarste daarvan die bij de ster Tau Boötis wellicht al binnen 600 miljoen jaar. Het opslokken door sterren van hun eigen kroost zou ook de recente ontdekking van lithium in de atmosfeer van de ster HD 82943 kunnen verklaren: een element dat in een steratmosfeer zeldzaam is, maar in de atmosfeer van Jupiterachtige planeten relatief veel voorkomt.