Rijk negeerde jarenlang bouwfraude

De rijksoverheid heeft de laatste twintig jaar veelvuldig signalen genegeerd van structurele bouwfraude en omkoping van ambtenaren. De overheid nam wel maatregelen in reactie op incidenten, maar een algemene aanpak van illegale prijs- en werkverdelingskartels en van ambtelijke corruptie kwam niet van de grond.

Dit blijkt uit een reconstructie door deze krant van het overheidsoptreden tegen de bouwsector in de afgelopen vijftig jaar. Deze week deed justitie op 45 plaatsen in het land invallen bij bouwbedrijven, vooral wegenbouwers. Het openbaar ministerie (OM) zoekt bewijs dat de bedrijven illegaal inkomsten uit bouwopdrachten hebben verdeeld en dat daarbij ambtenaren zijn omgekocht. Een enquêtecommissie van de Tweede Kamer onderzoekt hoe de overheid in het verleden met de bouw is omgegaan.

Het rijk verbood bouwkartels in 1992 op last van de Europese Commissie; tot die tijd mochten bedrijven in een vooroverleg een rekenvergoeding verdelen. Maar al voor dit verbod wist de overheid dat deze `legale' bouwkartels een façade waren voor verdergaande afspraken die niet waren toegestaan. Dit staat in overheidsstukken uit 1986 en 1991 en een geschiedschrijving uit 1999 van het opgeheven wegenbouwerskartel WAC, het grootste bouwkartel dat Nederland ooit kende.

Na het verbod door de Europese Commissie bleven bouwbedrijven volgens de huidige verdenkingen doorgaan met illegale prijsafspraken en het omkopen van ambtenaren. Uit vertrouwelijke justitiële dossiers uit 1994 en 1996 in Limburg en Groningen is dit al gebleken. Het OM vervolgde toen echter steeds individuele bedrijven en ambtenaren terwijl uit verklaringen van betrokkenen en uit financiële stukken bleek dat aannemers structureel tegen de overheid samenspanden. Omkoping van ambtenaren – in Limburg ook politici – was een vereiste om die illegale praktijken te kunnen uitvoeren en voortzetten.

Overheden weten ook al jaren dat ze door bouwfraude voor miljoenen worden opgelicht. Zo kwam begin jaren negentig uit het justitiële onderzoek in Limburg onder meer naar voren dat 900.000 gulden (408.000 euro) te veel was betaald voor een school in Sittard. Eind jaren tachtig heeft een aannemer uit Noord-Holland, die meewerkt met de enquêtecommissie, al miljoenenfraudes gemeld bij Rijkswaterstaat inzake aanbestedingen door NS en Rijkswaterstaat zelf.

Volgens het ministerie van Verkeer en Waterstaat is het beleid hierdoor destijds aangescherpt. Nog vorig jaar signaleerde de Rekenkamer echter dat ,,prijsafspraken moeilijk uit te bannen zijn'' bij de aanleg van railinfrastructuur.

Begin jaren tachtig deed de Duitse justitie een inval in een administratiekantoor in Den Haag. Daarbij bleek dat aannemers in Duitsland, waar bouwkartels verboden waren, de uitvoering van hun kartel in handen van dit Haagse kantoor hadden gesteld. De Duitsers hadden de Nederlanders ingehuurd omdat hier zoveel expertise in kartels bestond.

Zaterdags Bijvoegsel: pagina 23