Rekenen voor aftrek lijfrentepremies

Op 1 april aanstaande moet uw aangifte nieuwe stijl bij de belastingdienst binnen zijn. In een korte serie aandacht voor de belangrijkste wijzigingen. Deel 5: de aftrek van lijfrentepremies.

Ook onder het nieuwe belastingstelsel kunt u lijfrentepremies voor bijvoorbeeld uw pensioen als aftrekpost opvoeren. De aftrekpost bestaat uit drie delen: de basisruimte, de jaarruimte en de reserveringsruimte. Hiermee blijft voor de belastingbetaler het nodige rekenwerk bestaan voor de aftrek van lijfrente-premies. Hoewel iedereen net als vorige jaren een vast bedrag kan opvoeren, moet u voor de benutting van de jaar- en reserveringsruimte een pensioentekort aantonen en zelf berekenen.

Heeft u een lijfrentepolis voor de oude dag afgesloten dan is onder voorwaarden de premie tot een maximum aftrekbaar van uw inkomsten in box 1. De periodieke uitkeringen worden later ook in deze box belast. Het gaat dan om aftrek van lijfrentepremies van een (tijdelijke) oudedagslijfrente, een nabestaandenlijfrente en een overbruggingslijfrente.

Vroeger had iedereen recht op een ruime basisaftrek. Bij de aangifte van bijvoorbeeld vorig jaar bedroeg deze aftrek € 2.804 per persoon. Gehuwden en samenwonenden hadden de mogelijkheid het niet-gebruikte deel van hun basisaftrek over te dragen aan hun partner.

Vanaf de huidige aangifte over 2001 is de basisaftrek vervangen door de beperktere basisruimte van € 1.036 waar iedereen recht op heeft, ongeacht of nu wel of niet sprake is van een pensioentekort. Voorwaarde is wel dat de lijfrentepremies daadwerkelijk in het betreffende jaar betaald of verrekend zijn.

Heeft u uw spaarloonregeling of premiespaarregeling gebruikt om vrijwillig pensioenpremie te betalen dan moet u dat bedrag aftrekken van het forfait van € 1.036. Bovendien hebben fiscale partners een strop doordat ze het niet-benutte deel van hun basisruimte niet meer naar elkaar kunnen overhevelen.

Hoewel het forfait van de basisruimte lager is dan het bedrag van de vroegere basisaftrek, kunt u bij een pensioentekort toch tot een hogere aftrek komen via de jaarruimte en de reserveringsruimte.

Heeft u in 2001 een pensioentekort en bent u jonger dan 65 jaar dan kunt u tot een maximumbedrag van € 22.571 gebruik maken van de jaarruimte. Van een pensioentekort is sprake als u minder pensioen opbouwt dan nodig is om een oudedagsvoorziening (inclusief AOW) te krijgen van 70 procent van uw arbeidsinkomen. De inkomensbestanddelen waarover u pensioen kunt opbouwen vormen de premiegrondslag van de jaarruimte. Hieronder vallen bijvoorbeeld het loon en de fiscale bijtelling voor de auto van de zaak. Op dit totaal-bedrag wordt een te verwachten AOW-uitkering (AOW-franchise) van € 9.896 voor 2001 in mindering gebracht. Van de aldus verkregen premiegrondslag, waarvoor in 2001 een maximum geldt van € 132.771, mag u maximaal 17 procent gebruiken voor het opbouwen van uw oudedagsvoorziening. Heeft u al bepaalde pensioenvoorzieningen getroffen dan moet u deze op het verkregen bedrag in mindering brengen. Het gaat dan om:

de aangroei van uw pensioenaanspraken in 2001 (vergelijk uw pensioenopgave over 2000 en 2001 en vermenigvuldig het bedrag van de stijging met 7,5)

de door u in 2001 vrijwillig betaalde pensioenpremies in een werknemersspaarregeling

de door u al benutte basisruimte in 2001.

Een voorbeeld. De heer Oudedag heeft een fiscaal loon van € 75.000. De bijtelling voor de auto van de zaak is € 10.000. De pensioenopgave over 2001 laat een pensioen zien van € 6.000 en die over 2000 een pensioen van € 5.500. Oudedag heeft in 2001 € 3.000 aan lijfrentepremies voor een pensioen betaald. Hij berekent of hij dit gehele bedrag als aftrekpost kan opvoeren.

In de basisruimte kan het vaste bedrag van € 1.036 worden afgetrokken. Via de jaarruimte moet hij uitrekenen of hij de overige € 1.964 (3.000 min 1.036) ook kan opvoeren. De premiegrondslag bedraagt: Fiscaal loon 2001 € 75.000 + auto van de zaak € 10.000 = € 85.000 – AOW-franchise van € 9.896 = € 75.104.

Maximaal te gebruiken voor een pensioenvoorziening: 17% x € 75.104 = € 12.768. Opgebouwd is reeds € 4.786 (aangroei pensioenaanspraken 7,5 x € 500 = € 3.750 en het al benutte deel van de basisruimte € 1.036). De jaarruimte bedraagt € 7.982 (€ 12.768 – € 4786). De heer Oudedag kan dus het gehele bedrag van de door hem betaalde lijfrentepremie aftrekken.

De reserveringsruimte is bedoeld voor personen die in de zeven jaren voor 2001 een pensioentekort hebben opgelopen en dit tekort willen verkleinen. Bij de aangifte kunt u aangeven of u gebruik wilt maken van een extra lijfrentepremieaftrek voor onbenutte jaarruimten. Hierbij geldt een maximum van € 5.708 in 2001. Bent u 1 januari 55 jaar of ouder dan bedraagt dit maximum € 11.276. Wilt u gebruik maken van de jaar- en/of reserveringsruimte in 2001 dan kunt u ook de door u in 2002 betaalde premies op verzoek aftrekken voor dat jaar.

Deze rubriek wordt verzorgd door Kluwer Fiscale en Financiële Uitgevers. Eerdere afleveringen staan op: www.nrc.nl/geld/geldtelt