Profiteren van bestuurlijk ramptoerisme

Van minister-president Kok tot de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen; allemaal willen ze een bezoek brengen aan het rampgebied in Enschede. Enschede draait telkens hetzelfde programma af. Een toespraak, een gesprek en een wandeling, voor solidariteit en geld.

Tweede-Kamerlid Th. Meijer (CDA) arriveert een half uur voor aanvang van het werkbezoek als eerste politicus in het Projectbureau Wederopbouw, aan de rand van het rampgebied. Meijer kent de weg. Het is al de vierde keer dat hij na de vuurwerkramp van 13 mei 2000 een bezoek aan Enschede brengt.

Meijer ziet het als `de les van de Bijlmer', de vliegtuigramp uit 1992. ,,Daar hebben we als landelijke politiek de eerste zes jaar niets meer mee gedaan.''

Bij de rampen in Enschede en Volendam is dat anders, constateert Meijer. De lijst met Haagse politici die een bezoek aan het rampgebied hebben gebracht, is inderdaad indrukwekkend. Minister-president Kok, de ministers Pronk, Van Boxtel en De Vries, de staatssecretarissen Remkes en De Vries, de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer. Praktisch iedereen is wel één keer of vaker in Enschede geweest.

En dan zijn er nog de provinciale politici, Europarlementariërs en gemeentelijke delegaties die met eigen ogen het verwoeste gebied en de plannen voor de wederopbouw wilden zien. Zelfs de voormalige Amerikaanse ambassadeur Schneider in Nederland is op bezoek geweest, maar in Enschede weet nu nog steeds niemand waarom ze eigenlijk kwam.

Het programma dat de gemeente de Tweede-Kamercommissie voorschotelt verschilt weinig van alle andere bezoeken van hun voorgangers. Een toelichting door burgemeester Mans en wethouder Bleker, een gesprek met slachtoffers en gedupeerden en uiteraard, ,,via de gebruikelijke route'', een korte wandeling door het rampgebied.

,,Waar stond nu precies de fabriek van S.E. Fireworks'', vraagt Kamerlid T. Pitstra (GroenLinks) wanneer hij op de uitkijktoren bij de Grolsch-fabriek staat. Kort daarvoor had het Kamerlid op de maquette van de wijk Roombeek het hele, zestig hectare grote rampgebied abusievelijk aangezien voor het bedrijfsterrein.

Juist daarom is het belangrijk dat politici met eigen ogen het rampterrein zien, zegt directeur P. Kuenzli van het Projectbureau Wederopbouw. ,,Als je de sloopwerkzaamheden en de maquettes laat zien, krijg je een beter beeld. Je creëert een positief klimaat dat je nodig hebt om extra geld binnen te halen.''

De wederopbouw van de wijk Roombeek kost 230 miljoen euro. Het rijk gaf in december vorig jaar, bovenop een eerder vastgestelde bijdrage van 122 miljoen euro, een extra bedrag van 27 miljoen euro. Een direct gevolg van de Haagse werkbezoeken, denkt de gemeente Enschede.

Maar het gaat Enschede niet alleen om geld, zegt burgemeester J. Mans. ,,De bezoeken helpen óns ook, geven een gevoel van solidariteit.'' Van `bestuurlijk ramptoerisme' is volgens hem geen sprake. ,,In principe is elk bezoek nuttig'', zegt hij. Mans is alleen teleurgesteld in voorzitter Prodi van de Europese Commissie en eurocommissaris Barnier. ,,Van die solidariteitsactie hadden we meer effect verwacht.'' Prodi bezocht Enschede vier dagen na de ramp en zegde extra geld toe, maar kon de stad evenals Barnier maar weinig bieden.

,,Wat mij betreft mag er elke week wel iemand uit Den Haag komen'', zegt voorzitter A. Vasse van de Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp Enschede (BSVE). Zijn organisatie moet het hebben van het persoonlijk contact. Directe lijnen met Haagse ambtenaren en politiek kent de belangenvereniging voor de slachtoffers niet. ,,Wij melken zo'n bezoek daarom zoveel mogelijk uit'', vertelt voorzitter Vasse.

Politici krijgen specifiek díe informatie over onderwerpen die volgens de BSVE meer aandacht verdienen. De Tweede-Kamercommissie hoort, achter gesloten deuren, van emotionele slachtoffers dat er nog altijd problemen zijn met de afwikkelingen van de schade. ,,Dan blijkt dat de praktijk een stuk weerbarstiger is dan de theorie'', zegt commissievoorzitter D. de Cloe (PvdA). De Kamercommissie is op uitnodiging van burgemeester Mans in Enschede. De Cloe: ,,Ik ben altijd bang dat we mensen voor de voeten lopen, maar ze stellen onze betrokkenheid gelukkig juist erg op prijs.''

Anders ligt dat met de aandacht van niet-politici, zoals studenten, architecten en stedenbouwkundigen. Steeds meer organisaties melden zich aan voor een rondleiding door het rampgebied. ,,Dit neemt de laatste tijd gestaag toe'', zegt directeur Kuenzli van het Projectbureau Wederopbouw.

Tot dusver werd, als de gemeente het nut ervan inzag, zoveel mogelijk voldaan aan de verzoeken om langs te komen. De Nederlande Vereniging van Huisvrouwen is onlangs dringend maar beleefd geweigerd. ,,We moeten wel. Het kost ons teveel geld, tijd en moeite'', zegt Kuenzli.

Enschede ontwikkelt plannen om in het rampgebied een apart informatiecentrum op te zetten, vergelijkbaar met infocentra bij grote stadsuitbreidingen zoals Leidsche Rijn bij Utrecht en IJburg bij Amsterdam. Tegen betaling van vijf à tien euro per persoon krijgen organisaties dan onder professionele begeleiding een rondleiding door het rampgebied. Politici hoeven voorlopig niets te betalen, want op de Enschedese begroting voor de wederopbouw van Roombeek prijkt nog altijd een gat van 30 miljoen euro.