Politieke inteelt

,,Je bent onmisbaar, maar we gaan het toch proberen.'' Ik hoor het de advocaat van Nauta Dutilh nog zeggen, bij wijze van opmaat voor z'n lezing over het moderne ontslagrecht. De ondernemers in de zaal lachten royaal. Vorige week hadden ook mensen die normaal niet zulke stoere taal mogen gebruiken een mooi moment bij de foto uit het Stadhuis van Rotterdam. Daar stond wethouder Hans Kombrink tot de verkiezing de sterke man van de Maasstad. De hand onzeker uitgestoken naar de voorzitter van de grootste fractie, maar die had het te druk om tijd te maken voor dit kopstuk van (toen nog) lijst één. Ook Kombrink leek onmisbaar, maar de Rotterdammers gaan het proberen. Over twee maanden kennen we het lot van Melkert, Dijkstal en De Graaf. Geen ontslagbescherming voor dit drietal bij hun gang naar de kiezers.

Franse toestanden in de polder: de normale organen van de democratie werken niet goed en jarenlang vindt iedereen de politiek maar saai en onbelangrijk. Ministers proberen populair te worden door mee te doen met televisiespelletjes. Tot plotseling de onderhuidse spanning een uitweg zoekt. De Fransen gingen met Sartre op de barricaden in mei 1968; wij hebben de uitbarsting nu. In een gezonde democratie komt een nieuwe partij niet in twee maanden op zoveel zetels, maar de kanalen voor debat en tegenspraak zijn verstopt geraakt wie leest nog over toespraken in het parlement? Corruptie in de corridors of power neemt toe, ministers zitten met bisonkit vast aan het pluche en wat kunnen de kiezers nog anders dan flink boos worden?

In de Volksgezondheid bestaat nu nog precies één landelijk adviesorgaan voor de regering op zich een verbetering gezien het onoverzichtelijk oerwoud van vroeger. Maar dan benoemt de minister haar eigen topambtenaar tot eerste voorzitter. In vergaderingen waakt die ervoor dat kritiek op zijn minister niet doordringt in de stukken van de Raad. Is het dan vreemd dat de nieuwe partij vier medisch-specialisten op de kandidatenlijst kan presenteren, die een halvering van hun gebruikelijke inkomen accepteren om eindelijk gehoord te worden?

Het belangrijkste lobbyorgaan op het terrein van de files stond tot voor kort onder leiding van de net gepensioneerde secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer; een welwillende heer, maar misschien toch niet de meest aangewezen man om de gevoelens van de transportsector duidelijk naar buiten te brengen. De ambtenaren van het Centraal Planbureau (CPB) gaven in de `doorrekening' van de verkiezingsprogramma's van 1994 en 1998 extra punten aan PvdA en GroenLinks, omdat die zo knap geld spaarden door nooit een nieuwe weg op te nemen. Files zitten niet in het `model', dus elke bezuiniging op wegen was alleen maar winst in de berekening. Dan nog steeds verbaasd als middenstanders en transporteurs zin krijgen in een protestpartij?

De hoogste ambtenaar van het ministerie van Onderwijs kreeg de benoeming tot voorzitter van de `Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten'. Professoren en studenten mogen kwaaie stukken schrijven op de opiniepagina; hun hoogste vertegenwoordiger bij de regering is de uitgeplaatste secretaris-generaal. In Heerlen is de Open Universiteit op sterven na dood; de minister benoemt niet een onderwijsondernemer (Luzac, Schoevers?) of iemand die in de wetenschap energie heeft getoond, maar een vriendelijke oud-politicus. Vreemd dat het bedrijfsleven steen en been klaagt over verlies aan kwaliteit in het onderwijs?

De Sociaal-Ecomische Raad (SER) heeft volgens de wet onafhankelijke kroonleden, maar is in feite gevuld met mensen die de toga van de onafhankelijke geleerde minder goed past, dan de mobiele telefoon van de homme politique. Openvallende plaatsen worden strikt verdeeld volgens politieke affiliatie in strijd met letter en geest van de wet op de SER. Sommige kroonleden hebben al een generatie lang geen serieus wetenschappelijk werk meer gepubliceerd. En midden in dit Haagse circuit van insiders zit het CPB, een groep ambtenaren die volgende week dinsdag weer komt met een `doorrekening' van acht verkiezingsprogramma's. Nergens ter wereld vertoond, behalve in Den Haag: ambtenaren die scheidsrechter spelen over de programma's van de politieke partijen. Vorig jaar zou eindelijk een commissie rapporteren over de kwaliteit van het CPB als het gaat om de analyse van de politiek, maar het CPB mocht zelf de voorzitter uitkiezen. Resultaat: een grijze onderdirecteur van De Nederlandsche Bank, niet deskundig in arbeidsmarkt, uitkeringen of infrastructuur, maar in de SER de maandelijkse buurman van de CPB-directeur. Opnieuw een gemiste kans om zelfgenoegzaamheid te vervangen door een hogere ambitie.

Vorige week arriveerde een nieuw dieptepunt van Haagse gemakzucht. Minister Van Boxtel liet een reclamebureau de `tussenstand' samenvatten van het grotestedenbeleid. Met belastinggeld mogen twee huurlingen vertellen over de successen. Mierzoet jargon, weinig cijfers en vooral gemeenplaatsen over samenwerking: ,,uit verschillende onderzoeken blijkt dat de gekozen, samenhangende en meerjarige aanpak resultaten oplevert. In de steden begint het weer te bruisen...'': proza waarvan het enige opvallende de verkeerd geplaatste komma is. Teleurgesteld dat in de armste grote stad een op de drie kiezers geen zin meer heeft in zo'n minister?

De kiezers zijn niet alleen boos over inteelt in Den Haag en Rotterdam: misschien oordelen later de geschiedschrijvers wel dat een ruk naar rechts of morele dilemma's over immigranten en de islam nog belangrijker waren bij de verkiezingen van 2002. Maar aan inteelt, gemakzucht en jobs for the boys kan als de elite in het nauw wordt gedreven snel een eind komen.