Politiek gevoelige snaren

De Europese Unie wil niet meer te boek staan als grootste boosdoener die met subsidies de wereldmarkt verstoort. Ook de Verenigde Staten steunen de eigen boeren financieel.

'De Europese gemeenschappelijke landbouwpolitiek is beter dan de perscommentaren die zij krijgt.'' Eurocommissaris Franz Fischler (Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij) zei het nog eens tijdens de Grüne Woche in Berlijn. ,,Een vrije markt werkt voor autobanden, maar niet als we praten over duurzame voedselproductie.'' De vraag is volgens de Eurocommissaris niet of maar hoe de Europese Unie voortgaat met landbouwsubsidies.

Eurocommisaris Fischler slaat al langer een assertieve toon aan als het om het landbouwbeleid gaat. Hij laat de EU niet meer in de hoek zetten als de grootste boosdoener die de wereldmarkt met miljardenhulp aan de boeren zou verzieken voor onder meer de ontwikkelingslanden.

Heeft hij steekhoudende argumenten? De omvang van het Europese landbouwbudget ging niet omlaag. Maar het aandeel van de handelsverstorende marktinterventies en exportsubsidies daalde als gevolg van hervormingen in 1992 (Eurocommissaris MacSharry) en in 1999 (Agenda 2000) spectaculair. In 1989-1991 werd nog 90,7 procent van het landbouwbudget besteed aan marktsteun en slechts 9,3 procent aan directe inkomenssteun voor boeren. Nu is de marktsteun nog maar 28 procent van het budget en in 2006 zal dat 21 procent zijn. Nu gaat 62 procent van het landbouwbudget naar directe inkomenssteun, die niet strijdig is met regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De OESO (club van industrielanden) constateerde onlangs dat de EU ,,de meeste vooruitgang boekte bij de vermindering van handelsverstorende steun''.

Een voor de Europese positie ten minste zo belangrijke ontwikkeling is dat Amerikaanse boeren tegenwoordig veel meer steun van hun overheid krijgen. Zo beliep het Europese landbouwbudget (ruim 40 miljard euro) in 2000 0,5 procent van het bruto binnenland product, het Amerikaanse budget lag met 0,7 procent van het bbp een fractie hoger. Alleen al tussen 1996 en 2001 namen de directe betalingen aan Amerikaanse boeren door ongunstige prijsontwikkelingen toe van 4,6 miljard naar 32,3 miljard dollar. Het Amerikaanse Congres keurde na prijsdaling door de Azië-crisis miljarden aan noodsteun goed. De EU kritiseert daarnaast het Amerikaanse systeem van exportkredieten. Deze hebben veelal een subisidiekarakter, omdat ze bij lage prijzen door de boeren niet hoeven te worden terugbetaald.

Volgens Europarlementariër en landbouwexpert Jan Mulder (VVD) ligt de steun voor de boeren in de VS nog hoger, omdat voedselhulpprogramma's voor arme landen in de eerste plaats Amerikaanse boeren zelf ten goede komen. Bij een hoge productie (en dus lage prijzen) op de VS-markt gaat de voedselhulp omhoog. En omgekeerd. ,,Er is een direct verband'', aldus Mulder. De Europarlementariër, die geregeld met Amerikaanse Congresleden spreekt, stelt met anderen vast dat de steun in de VS die in de EU nu overtreft.

Niet voor niets wil de EU in de net begonnen nieuwe WTO-ronde over handelsliberalisering ook de exportkredieten en de voedselhulp van de VS aan de kaak stellen. Een aantal ontwikkelingslanden steunt de EU. Het Congres behandelt intussen een nieuwe wet die volgens experts als Mulder tot nog meer steun aan Amerikaanse boeren leidt. Europese diplomaten in Washington constateren dat de Amerikaanse regering onder grote druk van het Congres staat om in de WTO-onderhandelingen niet toe te geven.

De EU is 's werelds grootste importeur van landbouwproducten. Bovendien importeert de EU volgens de FAO (VN-landbouworganisatie) voor 35 miljard euro tegen een nultarief of zeer laag tarief agrarische producten uit ontwikkelingslanden. Dat is bijna twee keer zoveel als de VS. Vorig jaar kwam de EU met het initiatief `Anything but Arms' dat de armste landen vrije toegang moet geven tot de Europese markt. Een belangrijke uitzondering hierop is echter de suikerproductie, die geldt als de meest beschermde Europese landbouwsector. Ontwikkelingslanden kunnen nauwelijks suiker naar de EU exporteren, met uitzondering van Europese ex-kolonies (ACP-landen) die een voorkeursbehandeling krijgen. Volgens de Europese Rekenkamer betaalt de EU-consument jaarlijks 6,5 miljard euro te veel voor suiker door een invoertarief van 310 procent. Door verzet van lidstaten als Frankrijk en Duitsland kwam het vorig jaar slechts tot een zeer bescheiden hervorming. De onneembare tariefmuur blijft nog ten minste tot 2006 intact.

Op de EU-top in Berlijn werd het landbouwbudget (jaarlijks ruim 40 miljard euro) tot 2006 vastgelegd. Maar in Berlijn is ook afgesproken dat de Europese Commissie deze zomer de zaak opnieuw bekijkt. Aan het budget wordt zeker niet getornd. Maar Eurocommissaris Fischler komt naar verwachting wel met voorstellen voor beleidsaanpassingen. Volgens Agenda 2000 van Berlijn moeten milieu, voedselveiligheid en plattelandsontwikkeling meer prioriteit krijgen.

Fischler wil met de midterm-review deze zomer bezien hoe deze doelen beter gediend kunnen worden. Hij raakte al politiek gevoelige snaren door zich publiekelijk af te vragen hoe rechtvaardig het is dat bijna de helft van het landbouwbudget naar de akkerbouw gaat, waarvan vooral Frankrijk profiteert. Als het aan hem ligt gaat een groter deel van het budget dan de tien procent van nu naar plattelandsontwikkeling en moet ook een groter deel naar milieumaatregelen. Ook zou Fischler een bovengrens willen voor betalingen aan individuele boeren.

De druk van hervormingsgezinde landen als Groot-Brittannië, Nederland en Duitsland neemt toe, terwijl Frankrijk aan de rem hangt. De EU-uitbreiding met nieuwe lidstaten zet het beleid verder onder druk. De boeren in die landen gaan, weliswaar geleidelijk, profiteren van directe inkomenssteun. Een lidstaat als Nederland vreest oncontroleerbare budgettaire gevolgen en wil nu al aan de inkomenssteun sleutelen.

Bovendien worden de WTO-onderhandelingen, die tot 2005 mogen duren, allengs serieuzer. Eurocommissaris Fischler onderstreept de `multifunctionaliteit' van de landbouw en wil daarom boeren meer belonen voor maatschappelijke diensten waarin de markt niet voorziet, zoals bescherming van landschap en milieu, diervriendelijkheid en kwaliteitsverhoging van producten. Over toelaatbaarheid, vorm en handelsverstorend karakter van zulke steun zal zwaar worden onderhandeld. De EU wil ook meer kwaliteitseisen aan import stellen, maar andere landen zien dat als verkapt protectionisme.

Volgens de Eurobarometer van eind vorig jaar ziet 90 procent van de EU-burgers voedselveiligheid en milieubescherming als de belangrijkste doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Maar vooral het vertrouwen in de voedselveiligheid liep door de gekkekoeienziekte BSE en mond- en klauwzeer een deuk op. Slechts 37 procent vindt het landbouwbeleid op dit punt geslaagd. ,,De peiling bevestigt dat we het beter moeten doen'', aldus Fischler.