`Pim is een aantrekkelijke comedy-figuur'

Vanaf vanavond zijn ze er weer, de cabaretiers die met groot succes politici imiteren in het tv-programma `Kopspijkers'. Henk van Gelder over Nederlands' `Spitting Image' van vlees en bloed.

Natuurlijk wilde minister Frank de Grave zich niet laten kennen. Ook hij kon zich heus wel vermaken, zei hij in een radio-interview, met de imitatie die van hem werd gegeven in het tv-programma Kopspijkers. Maar hij wilde er nog wel even aan toevoegen dat hij in werkelijkheid 1 meter 72 is en geen ranja drinkt. ,,Tja, wat moet zo'n man anders?'', gnuift Owen Schumacher, de imitator in kwestie. ,,Je kunt in zijn positie moeilijk toegeven dat je het vervelend vindt. Niets is erger dan te zeggen dat je geen gevoel voor humor hebt.''

Kopspijkers, het zaterdagavondprogramma van Jack Spijkerman op Nederland 3, is vanaf vanavond – na een lange winterstop – terug voor een nieuwe reeks van dertien uitzendingen. Het bestaat al ruim zes jaar, maar trok vorig najaar extra de aandacht (en voor het eerst meer dan twee miljoen kijkers) met een panel waarin wekelijks imitaties van vooraanstaande landgenoten ten beste worden gegeven.

Herhaaldelijk was het bijna alsof ze zelf aan Spijkermans interviewtafel waren aangeschoven om het nieuws van de week te bespreken: Pim Fortuyn en Willibrord Fréquin, Gerrit Zalm en Rudi Carrell, Jan Pronk en Tineke Netelenbos, Ruud Lubbers en Bart Chabot, Jan Peter Balkenende en Ad Melkert. Ook in de nieuwe serie zal het panel niet ontbreken.

En zo heeft de Nederlandse televisie, bijna twintig jaar na dato, toch nog zijn eigen versie van het Engelse satiresucces Spitting Image gekregen. Daar waren het poppen en hier zijn het cabaretiers, maar het procédé is hetzelfde: men hoopt de prominenten door hun eigen woorden, met een imitatie van hun eigen stem, door de mand te laten vallen. Spitting Image bereikte uiteindelijk het effect dat de karikatuur zich vóór de werkelijkheid drong: Margaret Thatcher werd het manwijf dat mannenkostuums droeg en de heren-wc bezocht. Het panel van Kopspijkers lijkt eveneens die kant op te gaan. Frank de Grave is voor de vaste kijkers al hard op weg het kleine kereltje te worden dat Owen Schumacher van hem maakt: een ventje dat zich de kaas voortdurend van het brood laat eten, maar zich overeind houdt door stoer te roepen: ,,Nobody fucks with Frank de Grave!''

NOODGREEP

,,En dan te bedenken dat dit panel eigenlijk een noodgreep was'', zegt Jack Spijkerman met een montere grijns. Tot vorig najaar werd het nieuws van de week steeds op satirisch bedoelde wijze besproken door cabaretiers zonder vermomming. In de eerste seizoenen waren Erik van Muiswinkel, Diederik van Vleuten en Rob Kamphues vaste gasten; de laatste jaren zag men vooral Hans Sibbel (Lebbis) en Peter Heerschop en Viggo Waas van de groep Niet Uit Het Raam (NUHR), die vorig voorjaar een danige hit scoorden met de meezinger One day fly, een parodistische reactie op het Starmaker-project van Yorin. Toen zij besloten dat het mooi was geweest, zat Spijkerman naar zijn zeggen met de handen in het haar: ,,We hebben verschillende cabaretiers gevraagd om hun plaats in te nemen, maar niemand durfde. Ze waren bang dat ze nooit zo goed als de NUHR-jongens zouden kunnen zijn. En toen kwam Owen met dit idee.''

Owen Schumacher, afkomstig uit het Comedytrain-circuit van stand-up comedians en al vijf jaar tekstschrijver voor het Kopspijkers-panel, suggereerde het voortaan te zoeken in de imitaties. Zelf had hij zoiets al eens gedaan in het radioprogramma Spijkers met koppen en hetzelfde gold voor de acteur en tekstschrijver Paul Groot. Spijkerman was niet meteen enthousiast, maar stemde toch toe: ,,Ik heb gezegd dat we het maar moesten proberen. Als het niets zou worden, konden we er altijd na een paar weken nog mee stoppen en iets anders verzinnen.'' Maar de eerste uitzending – waarin Groot als Willibrord Fréquin een hilarische klopjacht op Osama bin Laden inzette – was al meteen een komisch hoogtepunt.

WIM KOK KAN NIET

De werkweek van het panel begint op dinsdag, op een bovenverdieping van café East of Eden tegenover het Tropenmuseum in Amsterdam. De harde schrijverskern bestaat uit Paul Groot, Owen Schumacher, Sander van Opzeeland – die gedrieën ook grappen leveren aan het TROS-programma Dit was het nieuws – en Hans Riemens, tevens `creatief begeleider'. Op die eerste vergaderdag bedenken ze vooral welke personages ditmaal het meest in aanmerking komen om op te treden. Voor gastrollen kunnen ze een beroep doen op collegae als Ellen Pieters (die uitblonk als Máxima), Sanne Wallis de Vries (glansnummer: Netelenbos) en Thomas van Luyn (Rudi Carrell, Vincent van Gogh).

Niet elke rol kan worden gespeeld. ,,We zouden in ons clubje wel wat dikkere gezichten kunnen gebruiken'', aldus Groot. ,,Vooral nu die Teeven de lijsttrekker van Leefbaar Nederland is geworden, zou dat toch wel prettig zijn.'' Schumacher knikt: ,,Ik kan wel zeggen dat ik Theo van Gogh wil spelen, maar dan is er altijd nog de schmink die zegt dat dat niet gaat lukken.''

Welke politicus is de moeilijkste van allemaal?

Paul Groot: ,,Wim Kok. Die is niet te doen.''

Owen Schumacher: ,,We hebben intern zelfs een competitie, wie het eerst Wim Kok kan doen. Maar er zijn bij hem geen eigenschappen te vinden waar we iets mee kunnen. Hij probeert zich niet anders voor te doen dan hij is, what you see is what you get. We hebben niet het gevoel dat er iets onder zit waarmee je zou kunnen spelen: geen onderdrukte machtswellust, niets verongelijkts. Zelfs in zijn gelaat is niets uitgesprokens. Dan houdt het op.''

Als op dinsdag de rollen zijn bepaald, gaan het kap- en schminkbedrijf en de kledingadviseur aan de slag om de juiste pruiken en de juiste aankleding te vinden. Voor de schrijvers – onder wie ook Peter Heerschop en Viggo Waas van het vorige panel – begint dan het werk aan het script, dat op vrijdagavond goeddeels klaar is.

In de nieuwe serie zullen de komende verkiezingen ongetwijfeld een grote rol spelen. Maar of dat ook betekent dat Paul Groot elke keer zijn treffende Pim Fortuyn-imitatie zal doen, weet hij nog niet: ,,Fortuyn is fel, eigengereid, en dat maakt hem aantrekkelijk als comedy-figuur. Maar aan de andere kant maakt dat hem óók populair bij de kiezers, dus we moeten wel op ons qui-vive zijn. Als het maar klopt wat je hem laat zeggen. Dat geldt trouwens voor alle figuren die we spelen; het moet in de kern wel wáár zijn. Je kunt van Fortuyn niet zomaar een botte racist maken, want dat is hij niet.''

Eén ding staat voor de Kopspijkers-komieken vast: de vele verzoeken om elders een van hun glansrollen te spelen, leggen ze naast zich neer. Ze verschijnen niet in reclamespots en andere programma's of op congressen. ,,Alsof je zoiets zomaar improviserend even uit je mouw zou kunnen schudden'', zegt Schumacher op misprijzende toon. ,,Het ziet er blijkbaar heel makkelijk uit, maar dat is het niet.''

Fragmenten zijn te zien op www.vara.nl/kopspijkers