Nieuwe tijden

Niet alle lezers weten dat, maar de lijst van onderwerpen waarover de columnist niet meer met goed fatsoen kan schrijven, wordt met de dag langer. Ik zat in een gezelschap van mensen die het goed met me menen. ,,Ik weet nog een leuk stukje voor je'', zei Adam. ,,Ik zat precies veertien dagen geleden in de trein van Amsterdam Centraal naar Utrecht. In het Amstelstation komen vijf jongens van een jaar of vijftien binnen. Keurige kinderen, op het eerste gezicht. Ze gaan in de eerste klas zitten, en beginnen de coupé meteen te verbouwen.'' Neenee, denk je, niet weer. Maar we bleven allemaal aandachtig luisteren. Dit liep goed af. Hij was zelf niet verbouwd, hij had alleen een gevoel van onveiligheid gehad.

Intussen had Gijs zich al in postuur gezet. Hij begon: ,,Zo zat ik eergisteren in lijn vijf. Voor me zit een dronken lor te slapen. Stinkt een uur in de wind. En verderop nog één. We komen op het Leidseplein. En wat denk je dat er gebeurt?''

We wisten het niet.

,,De bestuurder pakt de eerste bij zijn kraag, en daarna de tweede ook nog en hij smijt ze er allebei uit!''

We waren met ons zessen, allemaal geroutineerde gebruikers van het openbaar vervoer. Vier waren er al aan de beurt geweest. Allemaal treurnis. ,,Nou'', zei de laatste. ,,Dat stukje van jou heeft deze week zichzelf geschreven!''

,,Dan kan je misschien ook nog even op de mobiele telefoon ingaan'', riep Adam weer.

Ze begonnen aan de volgende ronde, over wat ze de laatste tijd in de tram en de trein hadden gehoord en verder meegemaakt.

Het nieuwe klagen met reactie valt in een curve weer te geven. Er is een ogenblik geweest waarop de eerste Nederlander ontdekte dat de treinen regelmatig niet op tijd reden. Hij klaagde daarover in kleine kring. Men kon hem eerst niet geloven. Meer mensen deden dezelfde ontdekking, het koor zwol aan, het werd een klaagstorm tegen de nationale schande. Je hoorde er niet meer bij als je niet meedeed. De curve had de top bereikt. Toen is er een onbekende Nederlander gekomen die de klager antwoordde met een `Jij moet niet zo klagen, zeuren, mopperen, moeilijk doen. In India is het veel erger'.

Verontwaardiging. Iemand wiens klacht gekleineerd wordt, is dieper beledigd dan wanneer je hem gewoon uitscheldt. Met zijn klagen zet hij zichzelf op aarde, in zijn miskend bestaansrecht. Klagen is de enige propaganda die de machteloze is overgebleven. Hij krijgt er plezier in, hij vindt het fijn. Zie Dostojevski's Mémoires uit het ondergrondse, het klagen van iemand die kiespijn heeft. Zijn omgeving wordt er gek van, maar hij zet door.

Nu komt het keerpunt. Deze propaganda werkt alleen als hij een uitzondering is. Als meer dan de helft van de bevolking kiespijn krijgt, één op de twee een jammerklacht tegen je afsteekt, verandert de toestand. De lijders scheppen tegen elkaar op: de ene heeft het nog erger dan de andere. En de rest gaat het de keel uithangen. Het medelijden is op. Iedere keer als de niet-lijder iemand tegenkomt denkt hij: als die maar geen kiespijn heeft. En als hij een patiënt heeft getroffen, klinkt het bits: jij moet niet zeuren, mopperen, somberen, moeilijk doen. Jij mag van geluk spreken! Waarom? Dat je überhaupt nog kiezen hebt!

Dit geeft ongeveer aan waarom voor een columnist geen eer meer te behalen valt met het schrijven van een stukje over de toestanden bij het spoor. En spaar de lezers ook de oplichters in de bouw, de fietsendieven, de door-rood-lichtrijders, de zwerfvuilgooiers, de televisiebrallers, de radiokrompraters, de voetbaltrainers, de bolletjesslikkers, de WAO'ers, de planners van aanpak, de vuurwerk-, wegrestaurant- en cafébazen, Dijkstal, Melkert en de kwibus, die vooral. Zestien miljoen Nederlanders houden iedere dag metterdaad een referendum. Zó hebben ze het gewild. Dan hebben ze gelijk als ze tegen elkaar zeggen dat ze niet zo moeten klagen, mopperen, enzovoorts. Dat verzet tegen het nationaal gejammer is dan een goed begin.

Misschien moeten we er nog verder aan wennen: dat we werkelijk aan een nieuw tijdvak zijn begonnen, gekenmerkt door toestanden waarvan we nu niet meer opkijken. Een ongekend tijdvak dat nog niet goed beschreven is en waarvoor we nog geen naam hebben. Wees blij dat u het mee mag maken! Klagen, enzovoorts verraadt een heimwee naar tijden die nooit terugkeren, niet de liberale, noch de socialistische of de polderse. Klagen is reactionair; straks misschien strafbaar. Of we het willen of niet, nieuwe zeden en gewoonten zijn in ontwikkeling. Het collectief is in zijn onverzettelijke multikoppigheid machtiger dan de eenling, die reumatische Don Quichotte. Kijk vooruit en pluk de dag.