Natter en droger

Orkanen, overstromingen en droogten. De gevolgen van de wisselvalligheid van het klimaat zijn nu al voelbaar. In Wageningen bespraken waterbeheerders vorige week de groeiende problemen.

Na 1990 traden wereldwijd meer overstromingsrampen op dan in de hele periode 1950-1980, zowel uitgedrukt in mensenlevens als in schade. Mozambique werd in februari 2000 en februari 2001 getroffen door de rampzaligste overstromingen sinds 200 jaar. Een half miljoen mensen werden dakloos, hele dorpen werden weggevaagd. China beleefde in 1996 en 1998 de grootste overstromingen uit zijn geschiedenis, waarbij de schade respectievelijk 30 en 26,5 miljard dollar bedroeg. De jaarlijkse overstromingsschade wereldwijd is sinds 1950 vertienvoudigd.

Volgens deskundigen zal de verandering van het klimaat op aarde misschien pas over vijftig of honderd jaar echt doorzetten, maar de toenemende wisselvalligheid ervan is nu al in alle hevigheid voelbaar. Zo is het El Niño-effect sinds medio jaren zeventig steeds heviger geworden, wat enerzijds tot extreme regenval en anderzijds tot grotere droogten leidt.

Ook tornado's en orkanen komen vaker voor, zoals recent de orkaan Mitch in Honduras. De schade die ze veroorzaken neemt toe, onder andere doordat de bevolkingsdichtheid toeneemt en er dus meer gebouwen verwoest kunnen worden. Op het eiland Tonga werd tijdens de laatste dagen van het vorig jaar zeventig procent van alle huizen door een cycloon verwoest. Al eerder had een andere grote storm het weerstation op Upolu, een van de Samoa-eilanden, weggeblazen. Daarbij is een lange reeks meetgegevens, die in de koloniale tijd waren verzameld, verloren gegaan.

Al deze problemen zijn in kaart gebracht in een witboek dat vorige week werd gepresenteerd tijdens de internationale `dialoog over water en klimaat' in Wageningen. Waterbeheerders uit de hele wereld kwamen daar bij elkaar, als voorbereiding op het Derde Wereld Waterforum dat volgend jaar maart in Kyoto wordt gehouden. ``Hoewel de problemen zich wereldwijd voordoen, kun je hot spots aanwijzen die vaker en heviger worden getroffen door overstromingen of droogten'', zegt de Wageningse hydroloog Pavel Kabat, wetenschappelijk directeur van de conferentie. ``De meeste van die hot spots hadden al veel problemen, maar in de toekomst worden die groter dan we ooit voor mogelijk hebben gehouden.''

afghanistan

David Gray van de Wereldbank publiceerde onlangs een simpel onderzoekje over het effect van droogten. Hij vergeleek het bruto nationaal product (bnp) van 44 Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara van de afgelopen 50 jaar met de jaarlijkse regenval. De resultaten waren even triest als simpel: in droge jaren wordt het bnp van deze landbouwstaten gehalveerd. Zulke jaren komen in de Sahel steeds vaker achtereen voor. De gemiddelde afvoer van alle grote Afrikaanse rivieren ten zuiden van de Sahara is sinds de jaren zestig gehalveerd en soms staan ze zelfs geruime tijd droog. Langdurige droogte teistert ook de Hoorn van Afrika, evenals het straatarme noordoosten van Brazilië, Afghanistan, Pakistan, India en het Midden-Oosten.

Het waterbeheer was al ingewikkeld door de bevolkingsgroei, de trek naar de steden en het veranderende landgebruik, waarbij bossen worden gekapt, rivieren afgedamd en gereguleerd en moerassen drooggelegd. Maar overstromingen, droogten, orkanen en andere extreme klimaatomstandigheden maken het nog lastiger.

Om rampen beter te kunnen voorspellen zijn er betere modellen nodig, zegt Kabat. En gedetailleerdere regionale data. Kabat: ``Maar in veel landen wordt het registreren van meteorologische gegevens zozeer verwaarloosd dat langjarige meetreeksen worden onderbroken, waardoor databestanden juist onbruikbaar worden.'' En ook al zouden de modellen beter worden, dan is daarmee de ramp nog niet af te wenden. ``Het verschil is alleen dat je hem voortaan in slow motion ziet aankomen'', zegt Stephen Bender van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Voor kuststaten zoals Bangladesh, en kleine eilanden in de Stille Oceaan, wordt de stijgende zeespiegel een groeiend probleem. Hun water betrekken ze deels van het grondwater, maar naarmate de zoutwaterspiegel verder oprukt is er minder zoet grondwater beschikbaar. ``Ze moeten steeds meer vertrouwen op de opvang van regenwater'', zegt hydrogeoloog Mark Overmars, die drie jaar op de Fiji-eilanden is gestationeerd. Maar tijdens de El Niño-periodes zoals eind jaren negentig, bleven de regens soms wel vier jaar uit en zaten veel eilanden zonder zoet water. Overmars: ``Soms moest zelfs de noodtoestand worden uitgeroepen.''

Onder de Fiji-eilanden, zegt Overmars, zit een uit koraal of zand opgebouwde zoetwaterbel. Die blijft als een lens drijven op het zoute water. ``De lens is afhankelijk van de grondwaterstand ten opzichte van de zeespiegel'', zegt hij. ``Als de zeespiegel stijgt, gaat een groot deel van de zoetwatervoorraad verloren, en wel in een verhouding van 1 op 40. Met andere woorden, als de zeespiegel een centimeter stijgt, heeft een koraalatol ongeveer een veertigste minder zoetwater beschikbaar, mede afhankelijk van de koraalsamenstelling.''

Een bijkomend probleem is dat de grondwatervoorraad op dichtbevolkte, arme eilanden ernstig vervuild is bij gebrek aan goede riolering en sanitaire voorzieningen. Er is een hoge kindersterfte door diarree en bij tijden heerst er cholera. Traditioneel zijn de bewoners gewend om op het strand te ontlasten. Ontwikkelingswerkers hebben bij wijze van moderne voorziening septic tanks aangelegd, die rioolwater zuiveren. Maar doordat deze tanks op de krappe, overbevolkte eilanden overlopen wordt het grondwater rechtstreeks aangetast. Op andere plekken is riolering aangelegd, die in een lagune in zee uitmondt en de koraalriffen aantast. Sopac, de South Pacific Applied Geoscience Commission, de organisatie waarvoor Overmars werkt, probeert technische maatregelen te treffen voor betere grondwaterbescherming en zuiniger watergebruik en voorlichting te geven over betere hygiëne. Overmars: ``Bovendien steken veel van die riffen maar net boven water uit. Als de zeespiegel stijgt, gaat een groot deel van zo'n eiland verloren door kusterosie en afslag. Tegelijkertijd bewegen die eilanden zelf ook door geologische processen. Het zijn vulkanische hot spots op de oceanische platen. Sommige eilanden stijgen nog, andere dalen.''