Les in heksenjacht

Het moet omstreeks 1975 geweest zijn. Ik was indertijd bij het Cito verantwoordelijk voor de examens Nederlands voor het lager beroepsonderwijs. Dat schooltype heette voordien ambachtschool, daarna voorbereidend beroepsonderwijs, en maakt inmiddels deel uit van het vmbo. U ziet, in Zoetermeer wordt heel wat werk verzet. Een van de leraren die de examens maakten vertelde dat op zijn school de leraar maatschappijleer een proefwerk had gegeven over actuele politieke ontwikkelingen. Daarbij kregen leerlingen de opdracht tot een politieke karakterisering van Wiegel. Het goede antwoord luidde: Wiegel is een fascist.

Het vak maatschappijleer werd indertijd ingevoerd omdat iedereen vond dat dit wenselijk was. Over de vraag wat leerlingen over de maatschappij moesten weten, daarover hadden de beleidsmakers, vermoedelijk te druk met het bedenken van weer een nieuwe naam voor het beroepsonderwijs, niet nagedacht. Iedereen mocht het vak gaan geven. De leraar godsdienst, Nederlands, biologie, lichamelijke opvoeding, economie, ze vulden het allemaal op hun eigen manier in vanuit hun eigen deskundigheid aangevuld met hun particuliere opvattingen.

Overigens heb ik het nooit bezwaarlijk gevonden als leraren leerlingen hun eigen, particuliere opvattingen voorhielden. Zij dragen daarmee bij aan de diversiteit van standpunten waar jongeren hun weg in moeten zoeken. Maar in het geval van de fascist Wiegel ligt dat natuurlijk anders. De leraar maatschappijleer wordt geacht leerlingen bij te brengen wat fascisme is; die man deed zijn werk dus niet goed. Hij liet zich blijkbaar meevoeren door de toentertijd heersende hype waarbij alles ter rechterzijde van D66 als hoogst verwerpelijk werd afgeschilderd. Het voorval speelde zich af op een katholieke school in Brabant, in de jaren dus dat de wetenschappelijke instellingen in Tilburg en Nijmegen de roomse beginselen hadden ingewisseld voor die van Marx. Dat verklaart veel, maar maakt het voorval er niet minder treurig om.

Inmiddels heerst een andere hype. Zijn boeken worden nog net niet verbrand, maar sommige boekhandels weigeren ze te verkopen. Dat zegt veel over die boekhandelaren. Racisme verpakt als literatuur mag wel, sekstische vunzigheid in ranzige blaadjes mag ook, maar het boek waar de kranten over schrijven en dat de geïnformeerde burger wil lezen, dat wordt door enkele handelaren aan hun klanten onthouden. Op mijn vraag of het niet vanonder de toonbank werd verkocht, kreeg ik een verbaasde blik als antwoord.

Het gedrag van politici tegenover de schrijver ervan, de houding van journalisten die niet vragen maar beschuldigen, het in de ban doen van het boek door in bedrukt papier handelende moraalridders, Thom de Graaf die Anne Frank adviseert haar achterkamertje alvast voor onderduik gereed te maken, het kan niet anders dan dat deze massahysterische reacties ook in veel klaslokalen hun weerklank vinden. Ongetwijfeld zal er heel wat vergelijkbare onzin over de hoofden van leerlingen worden uitgestort.

Ik zou de leraren maatschappijleer willen adviseren de opkomst van het fenomeen en de reacties op zijn boek aan te grijpen om leerlingen inzicht te geven in het verschijnsel heksenjacht. Hoe mensen die door hun gedrag of hun ideeën worden ervaren als bedreigend voor de bestaande orde, worden opgeblazen tot mythische proporties. Waardoor ze ook daadwerkelijk de dreiging kunnen gaan vormen waarvoor ze worden gehouden, zodat nog maar één oplossing rest. We gooien hem in het water. Blijft hij drijven dan is daarmee bewezen dat hij inderdaad de heks is waarvoor hij door velen wordt gehouden, en gaat hij onverwijld op de brandstapel.

prick@nrc.nl