LEERZAME VOEDING

Op de Wageningse universiteit confereren middelbare scholieren over voedsel. Reacties: tussen `saai' en `leuk'.

Met bussen vol zijn ze deze morgen op de Wageningse universiteit aangekomen: zo'n 1.700 middelbare scholieren uit het hele land. Ze komen, met hun docenten scheikunde, natuurkunde en biologie, voor de conferentie `To eat or not to eat'. Een conferentie die een tweeledig doel heeft: scholieren informeren en nieuwe studenten werven. Met workshops, informatiestands en gratis eten hoopt de universiteit een visitekaartje af te geven dat de aankomende studenten bijblijft. Want Wageningen kampt al jaren met teruglopende aantallen eerstejaars studenten.

In één van de grote witte tenten op het universiteitsterrein staan Rianne, Nienke, Irma (allen 17) en Britta (16) rond een hoge tafel. Voor hen liggen vijf oranje strookjes papier met stellingen als `snoep en vette hap moeten verdwijnen uit onze schoolkantine' en `volgens mij gaan er meer Nederlanders dood aan een vies vaatdoekje dan aan genetisch gemodificeerd voedsel'. De vier meiden van de GSG Schagen zijn het `eigenlijk nergens mee eens' en deponeren hun strookjes in de bus `tegen'. Aan het einde van de dag zal de uitslag bekendgemaakt worden. Nienke vindt het `wel leuk', zo'n conferentie, maar zelf heeft ze er niks aan, vindt ze. ``Ik doe Natuur & Gezondheid en wil later iets met mensen gaan doen, niet met onderzoek ofzo. Maar zo'n conferentie vind ik hartstikke leuk. Als het een medisch onderwerp was, dan.'' Irma vertelt dat ze net maden heeft gegeten bij een standje even verderop. ``Want als je hier dan toch bent moet je je dag nuttig besteden'', zegt ze lachend.

Op de conferentie kunnen scholieren ideeën opdoen voor hun profielwerkstuk dat in het voorlaatste of laatste jaar gemaakt moet worden en waar tachtig studieuren voor zijn gereserveerd. Het profielwerkstuk moet `vakoverstijgend' zijn en voeding is dat natuurlijk bij uitstek. Van economische aspecten tot gezondheid en ethiek: bij voedingsvraagstukken kunnen diverse kanten belicht worden. Maar het onderwerp moet je wel liggen en je moet er wel wat mee kunnen. En dat geldt bij lange na niet voor alle scholieren op de conferentie. Sommigen zitten in 4-vwo en vinden het profielwerkstuk nog te veel een ver-van-mijn-bed-show. Maar ook voor scholieren met een profiel Cultuur & Maatschappij en Economie & Maatschappij is een werkstuk over bijvoorbeeld genetische modificatie van voeding niet logisch. En toch zijn ook zij hier. Zoals Wietse (16) die in 4-vwo van het Petrus Canisius College in Alkmaar zit. ``De leerlingcoördinator heeft het geregeld dat alle vierde klassen gingen'', geeft hij als reden voor zijn aanwezigheid. Ook Mihriban (18) uit 5-vwo van het Linnaeus College in Haarlem heeft het profiel Cultuur & Maatschappij en ook zij moest vandaag mee. In de workshop van vanmorgen, over toxiden, heeft ze wat proefjes moeten doen. ``Ik heb geen exacte vakken, dus dat was voor het eerst. Wel leuk, maar ik heb er niks aan.''

Op de conferentie worden meer dan honderd workshops gegeven. Iedere scholier kan zich voor twee verschillende workshops inschrijven. De onderwerpen lopen uiteen van BSE tot vet eten, verpakkingen, schimmels, voeding in de ontwikkelingslanden en het belang van vrouwen in de voedselketen. Mihriban staat met haar klasgenoten Rafaël (18), Gül (17) en Nimet (17) te wachten op het plein voor het hoofdgebouw tot de workshop waarvoor zij zich hebben ingeschreven begint. Rafaël, met profiel Natuur & Gezondheid, vertelt dat ze vandaag wel wat informatie heeft opgepikt die ze wellicht kan gebruiken voor een mogelijk profielwerkstuk. Met een hoofdbeweging wijst ze naar twee volle plastic tassen aan haar arm. ``Ik heb heel veel folders en materiaal verzameld over vlees en thuis ga ik eens kijken of ik daar wat mee kan. Iets van `wat gebeurt er allemaal met onze voeding' vind ik wel een interessant onderwerp, want je hoort er zoveel over op televisie.'' Nimet heeft andere plannen voor een profielwerkstuk, maar vindt de conferentie toch wel interessant. ``In de workshop over toxiden heb ik geleerd dat de uitsteeksels die aan aardappelen groeien als ze te lang liggen, giftig zijn. Voeding heeft met het dagelijks leven te maken, dus je leert er altijd wel wat van.''

Mihriban en Rafaël vertrekken naar hun workshop over enzymen. Negen andere studenten hebben zich verzameld rondom derdejaarsstudent Nieke (studenten verdienen 50 euro als zij meehelpen met de conferentie). Zij loodst ze naar een collegezaal waar de docenten Roel Bosma en René Kwakkel een verhandeling gaan houden met de titel `dierhouderij = meer dan voedsel'. Marlou (15) uit 4-vwo van het Marnix College in Ede heeft niets met voedsel, vertelt ze. "Wel jammer, want ik vind de conferentie heel goed georganiseerd.'' Haar buurman Peter (16) is het met haar eens. ``Je krijgt ook wel een goed beeld van de universiteit. Maar ik zal er niet gaan studeren. Te dicht bij huis.'' Na de introductie met grafieken en cijfers op sheets volgt een video over de verschillen tussen veehouders in het Westen en in de Derde Wereld. Marlou en Peter zien het met lede ogen aan. ``Saai'', fluistert Peter als de video is afgelopen. Maar niemand durft iets te zeggen als Kwakkel vraagt wat ze van de video vonden. ``Helder? Duidelijk?'' Het blijft stil.

Nee, deze workshop zal de scholieren niet echt naar Wageningen lokken. Dan hebben Ruud Verkerk en Matthijs Dekker het beter begrepen. Zij hebben de opdracht verzonnen om scholieren zelf een Bacardi Breezer te laten samenstellen die tevens gezond is door de toevoeging van het antioxidant groene thee. Verkerk en Dekker werken bij `productontwikkeling' en houden zich met name bezig met `functional food', zoals melk met extra calcium. In het practicumlokaal staat Jantine (16) van het Westland College in Naaldwijk met drie klasgenoten aan een van de hoge tafels. ``Nog een beetje siroop'', zegt ze, ``want ik proef de groene thee nog te veel.'' Vanmorgen heeft ze een hoorcollege bezocht, vertelt ze. ``Dat was saai. Het ging over het voedseltekort in de wereld. Wel belangrijk ofzo, maar ik had daar weer het idee dat ik op school zat. Hier houden ze meer rekening met ons.''

Als iedereen klaar is en alle groepjes een naam hebben verzonnen voor hun brouwsel, is het tijd om te proeven. De Teezer, de Flimo Flavo en de Excited, allemaal worden ze beoordeeld door de scholieren die in het weekend graag een echte Breezer drinken, zo vertellen ze. Ze geven elkaar cijfers, maar hoger dan een zes wordt er niet gescoord. Er wordt vooral veel gelachen, ge-gètver-d en uitgespuugd in de roestvrijstalen wastafels. Als het tijd is, heeft niemand haast om te gaan. ``Dit was echt leuk'', zeggen twee jongens tegen elkaar als ze naar buiten lopen. Maar of ze nu in Wageningen zullen gaan studeren? Ze kijken elkaar eens aan. ``Mwah, kweenie.''