Lach dan, Paljasso

Het politieke debat mag zich dan wel, getuige de gedachtewisseling van donderdag tussen de lijsttrekkers, enigszins normaliseren, de verbazing houdt de overhand. Ook uit het buitenland kijkt men met van ongeloof uitpuilende ogen naar de opiniepeilingen in Nederland.

De gezaghebbende Frankfurter Allgemeine Zeitung kan er nauwelijks over uit. ,,Holland is Europa's modelstaat: liberaal, economisch succesvol, met een lage werkloosheid en multiculturele verdraagzaamheid. Met afgunst en bewondering kijken minder bevoorrechte buurlanden naar het succesvolle kleine land waar men onder de zeespiegel het bruto nationaal product van heel Rusland bijeensprokkelt. En nu opent een protestpartij de frontale aanval op het geniale poldermodel.'' Het is nogal bedenkelijk, betoogt de krant, dat ,,een cynische dandy het meest sociale en economisch bekwaamste land van dit continent de puinhopen op dreigt te jagen''.

Het enige dat niet klopt in deze beschrijving, is de kwalificatie van Fortuyn als cynicus. Hij meent namelijk in volle ernst een opdracht van God te hebben om dit land te gaan leiden. Deze opdracht (maandag in het programma van Andries Knevel wereldkundig gemaakt) sluit aan bij eerder door Fortuyn geuite aspiraties. In zijn boek De verweesde samenleving (1995) kondigde hij zijn leiderschap als volgt aan. ,,Een leider van formaat is Vader en Moeder ineen. Hij stelt de Wet en waakt over de samenhang in de kudde. Hij is streng en barmhartig. Hij is ongenaakbaar en begripvol ... Hij zal de goede herder zijn, die ons geleidt naar het vaderhuis. Laten wij ons voorbereiden op zijn komst.'' Vervolgens stelt hij zichzelf Mozes ten voorbeeld. ,,Ik ben gereed. U ook? Op weg naar het beloofde land!''

Wie had ooit kunnen denken dat in Nederland kiezers massaal te kennen zouden geven een `goede herder' te willen volgen, een `Vader en Moeder ineen', een Mozesfiguur, een man met een opdracht van God om hen te leiden? Lou de Palingboer heeft nooit meer dan een marginale aanhang verworven, evenmin als andere verlossers en van boven gezondenen. Zoveel is zeker: iemand die zich in de politiek begeeft op directe aanwijzing van God, is gek of gevaarlijk of allebei.

Goethe was al bang voor de aantrekkingskracht van leiders met een dergelijk zelfbeeld: ,,Het zijn niet altijd de voortreffelijkste mensen, noch aan geest noch aan talenten, en zelden bekoren zij door de goedheid des harten; maar een geweldige kracht gaat van hen uit en zij oefenen een ongelooflijke attractie uit op alle menselijke wezens ... Alle verenigde zedelijke krachten zijn jegens hen machteloos; het is vergeefs, dat het deel van de mensheid dat meer inzicht heeft, hen verdacht wil maken als bedrogenen of als bedriegers – de grote massa wordt door hen aangetrokken. Zij zijn door niets anders te overwinnen, dan door het heelal zelf waarmee zij de strijd aanbonden.''

Dat ging natuurlijk over Napoleon. De Nederlandse historicus Presser beschreef in zijn Napoleon-biografie de keizer als ,,een ongewoon egoïstisch narcist, levend buiten de realiteit en daardoor ten ondergang gedoemd''. Welnu, in De Groene Amsterdammer geven enkele psychologen hun professionele kijk op Fortuyn in bewoordingen die sterk aan Pressers typering van Napoleon doen denken. De Amsterdamse psychotherapeute Günther-Rienks: ,,Hij gaat volledig op in zichzelf, dat is typisch narcistisch. De ander is niet meer dan een aanhangsel van hemzelf, een gebruiksvoorwerp.'' Klinisch psycholoog W. Vethuys: ,,Fortuyn is een man van kwaliteiten, maar een uit de hand gelopen narcistische persoonlijkheidsstoornis gaat met hem op de loop.'' De Groene vermeldt dat de `geboren leider' zichzelf `prins Pim' en `koning Pim' noemt, dromend van ,,een imaginaire familie van koningen en koninginnen, prinsen en prinsessen, een enkele minister, veel marinemensen en een schaarse generaal.''

Al twee eeuwen zitten de gekkenhuizen vol ingebeelde Napoleons. De eerste en meest succesvolle imitator van de grote keizer was zijn neef Louis Bonaparte, die het van roverhoofdman tot keizer Napoleon III schopte. Zijn directe aanhang was volgens Marx, een tijdgenoot, samengesteld uit ,,verlopen en avontuurlijke gedeclasseerde elementen'', carrièristen, vagebonden, zakkenvullers, bordeelhouders, oplichters, charlatans, goochelaars enz. enz. Een complete Lijst Fortuyn, zou je kunnen zeggen. Het gezelschap rond Napoleon III, schreef Marx, ,,vertegenwoordigde niet de verlichting, maar het bijgeloof'' van de toenmalige Franse bevolking, ,,niet zijn oordeel, maar zijn vooroordeel, niet zijn toekomst, maar zijn verleden''. De gevestigde politici speelden komedie; daarom moest de avonturier die de komedie zonder meer als komedie beschouwde, wel de overwinning behalen. Napoleon III vond zichzelf ook geroepen om te dienen: ,,Ik heb oprecht mijn hart voor u geopend, U zult mijn oprechtheid met Uw vertrouwen, mijn goede streven door Uw medewerking beantwoorden en God zal het overige doen.''

A votre service!

Overigens had Fortuyn, de man die zich geroepen waant Nederland te leiden, aanvankelijk het liefst Paus willen worden. Was hem dat gelukt, dan had hij nu kunnen voldoen aan het recente verzoek van het Spaanse episcopaat om koningin Isabel de Katholieke alsnog heilig te verklaren. Zij stelde vijf eeuwen geleden, ook al op beweerde instigatie van God, de Moren voor de keus tussen doop en ballingschap. Honderdduizenden joden, moslims en zigeuners werden per decreet uit Spanje verdreven. Hoog laaiden de brandstapels van de Inquisitie op. In de vlammen gingen, behalve mensen, alle islamitische boeken over godsdienst en poëzie, filosofie en wetenschap, unieke exemplaren die het woord bewaarden van een cultuur die het land had bevrucht en die er had gebloeid. Tot dat moment was Spanje een multiculturele samenleving geweest. Het is niet moeilijk te raden waarom de Spaanse bisschoppen, als even zovele Fortuyns, Isabel, strijdster tegen de islam, juist nu heilig willen verklaren.

Paus Pim, prins Pim, koning Pim, premier Pim in opdracht van God – het is een goddeloze komedie. Het enige dat je kunt doen, is erom lachen. Cabaretiers lijken me nog de meest aangewezenen om Fortuyns opmars te stuiten. Over de groteske vertoning waarbij Napoleon I zich tot keizer liet kronen, schreef Presser: ,,Men heeft wel gezegd, dat als één was gaan lachen, allen in een gebulder zouden zijn losgebarsten.''