Krachtpatser in Krasnojarsk

Vier jaar geleden was generaal Aleksandr Lebed een serieuze kandidaat voor het presidentschap van Rusland. Als sterke man was hij uit de oorlogen in Afghanistan en Tsjetsjenië tevoorschijn gekomen. Nu maakt hij als gouverneur van Krasnojarsk moeilijke tijden door. `Ik doe wat nodig is', zegt Lebed.

Grommen doet hij nog steeds, bijten steeds minder. Generaal b.d. Aleksandr Lebed oogt melancholiek. Zijn burgerpak slobbert om zijn lijf, olijfgroen stond hem beter. De man die president van Rusland zou worden heeft zijn handen tegenwoordig meer dan vol aan Krasnojarsk. Het gouverneurschap over deze Siberische provincie was zijn springplank naar het Kremlin, zo leek het vier jaar geleden. Komt hij nog naar Moskou, is hij presidentskandidaat in 2004 of 2008? Een domme vraag, sneert de 52-jarige Lebed. ,,Een generaal die zijn strijdplan vooraf ontvouwt is een idioot. Die verliest de oorlog zeker.''

Het is een andere Lebed dan de man die er in 1996 van werd beticht een privé-leger samen te trekken tegen Boris Jeltsin en bij zijn vertrek als veiligheidsadviseur van het Kremlin voorspelde: ,,In 2000 word ik president, misschien eerder.'' De van gezondheid blakende paratrooper was voor velen Jeltsins natuurlijke opvolger. Een zombie, noemde hij zijn oude baas. Alleen rauwe machtshonger zou hem uit het graf houden.

Lebed formuleert nu voorzichtiger, zijn helden zijn veranderd. Eens was het generaal Pinochet, die Chili met bloedbevlekte vuist de neoliberale wereldgemeenschap binnenloodste. Daarna Charles de Gaulle, de nationalist die Algerije durfde op te geven zoals Lebed Tsjetsjenië opgaf. Nu hangt in zijn werkkamer een portret van Pjotr Stolypin, de tsaristische premier die in 1911 omkwam bij een aanslag. Weer een conservatieve hervormer, maar een tragische. Stolypins levenswerk werd door de revolutie weggevaagd.

,,Generaals zijn de beste politici'', baste Lebed vroeger. Daarvan is hij niet meer zo zeker. Een goede bouwvakker doet een jaar over een gebouw van twaalf verdiepingen, een mineur blaast dat binnen een uur op. Moeilijk vergelijkbare vaardigheden. Toch is een militair ook niet op voorhand een slecht politicus. Lebed: ,,Ik heb inmiddels enige ervaring in de politiek. Na 26 jaar in het leger was ik achtereenvolgens werkloos, lid van de Doema, presidentskandidaat, voorzitter van de Veiligheidsraad, weer werkloos en gouverneur van Krasnojarsk. Ik begreep heel snel dat de politiek een andere wereld is dan het leger. Politiek heeft geen diepte, geen bodem, is onmeetbaar. Ik heb hard gewerkt om mijn legergewoonten af te leren. Dat is me gelukt, tegenover u ziet u een voor 99 procent beschaafd burgermens.'' De ene procent die blijft? ,,Ik heb de kwalijke gewoonte om trage ondergeschikten zaken uit te leggen in niet-normatief lexicon.''

Gouverneur Lebed is in het defensief. In de kranten staan opnieuw woordspelingen op zijn `zwanenzang' – lebed betekent zwaan. Komend jaar is hij herkiesbaar als gouverneur, maar in Krasnojarsk zijn velen op hem uitgekeken. Lebed zou te sterk leunen op oude legerkameraden en Moskovieten, die hem bedriegen waar hij bijstaat. De naïeve militaire chef uit Gogols Dode Zielen: ,,een vijand van omkoperij en van al dat geknoei'' die de bezem haalt door zijn ambtenarenapparaat, maar vervolgens wordt ingepakt door ,,nog groter schoeljes, die hij niet doorziet, overtuigd als hij is dat hij eindelijk behoorlijke lieden gevonden heeft''.

Lebed reageerde vorige maand op dat verwijt met een origineel gebaar. In één klap ontsloeg hij zijn twaalf plaatsvervangers en schreef hij een open concours uit voor kandidaten. Geeft hij daarmee niet aan dat hij slechte raadgevers had? Lebed ontkent, het was gewoon tijd voor een frisse wind. ,,Waar de aanval was, daar was maarschalk Zjoekov. (Sovjet-legerleider tijdens de Tweede Wereldoorlog, red.) Anderen, zoals generaal Panfilov, waren meester in de verdediging. Als je een grote taart hebt te verdelen, kun je conservatieven gebruiken. Maar mijn taart wordt kleiner. Ik heb behoefte aan brutale bestuurders, die de taart weer laten groeien. Aan aanvallers.''

Krasnojarsk als slinkende taart. Lebeds eigen schuld, zo luidt een verwijt. Hij werd gouverneur als economische maagd, Krasnojarsk heeft duur moeten betalen voor zijn leerproces. De provincie in het hart van Siberië telt 3,5 miljoen inwoners, Frankrijk past er bijna driemaal in. Het complete periodieke systeem ligt in onze bodem, pochen de inwoners: 80 procent van Ruslands nikkel, 75 procent van het kobalt, 70 procent van het koper, 40 procent van het hout, 16 procent van de kolen, 10 procent van het goud. Het herbergt een enorme rijkdom aan hydro-energie, de mijngigant Norilsk Nikkel. Toch moest Lebed onlangs op bedeltocht naar Moskou. Door een tegenvallende belastingopbrengst gaapt er een gat van tien miljard roebel in zijn begroting, vierhonderd miljoen euro. Moskou springt bij, maar alles heeft een prijs. De bewoners van Krasnojarsk moeten voortaan 70 procent van hun woon- en energiekosten betalen in plaats van de huidige 40 procent. Het mes moet in Lebeds bouwprogramma van scholen en ziekenhuizen.

Onwelkom nieuws op de drempel van een herverkiezingscampagne. Lebed: ,,Maar wat nodig is, doe ik. Hoe definieerde Churchill het verschil tussen een politicus en een staatsman? Een politicus denkt aan de komende verkiezingen, een staatsman aan de toekomst van het land.'' Lebed wijt zijn problemen aan bestuurlijke desorganisatie. ,,Moskou ontnam mij de BTW, de woonbelasting, de belasting op gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Wat rest is winstbelasting. Winsten worden op grond van de rekenkunde van goudeerlijke lieden in de regel als nul gedeclareerd'', zegt de generaal wrang. ,,Daarom verkeert mijn bestuur in een financiële crisis.''

Volkse wijsheden

Vier jaar geleden zag de wereld er eenvoudiger uit. Lebed was Ruslands toekomst, een man uit één stuk die met een stem van gemalen grint volkse wijsheden en oneliners debiteerde. De rauwe paratrooper had zijn lauweren verdiend in Afghanistan en verdedigde in augustus 1991 met zijn tanks het Witte Huis tegen de communistische coupplegers. Toch was hij geen democraat, beklemtoonde hij na afloop. De coupplegers gaven hem geen heldere bevelen, Jeltsin wel. De legertop stuurde hem daarna naar Moldavië, een uithoek van het afbrokkelende sovjetrijk. Daar nam hij de Russische minderheid in bescherming tegen de lokale nationalisten. In de schaduw van zijn kanonnen ontstond Transnistrië, een neo-stalinistisch maffiastaatje. Lebed werd een volksheld.

Toen zijn aartsvijand, minister van Defensie Pavel Gratsjov, hem in 1995 wist over te plaatsen, nam Lebed ontslag. Hij huilde bij het afscheid van zijn Vierde Leger, maar geloofde dat het lot iets bijzonders met hem voorhad. Eind 1995 koos Toela, hoofdstad van de paratroopers, hem in de Doema. Lebed publiceerde twee boeken, waarin hij mijmerde over zijn jeugd en zijn politieke filosofie uiteen zette. In Rusland draaide het om drie polen: volk, kerk en leger. Omdat de bolsjewieken de eerste twee hadden vernietigd, moest het land zijn militaire traditie koesteren. En omdat Rusland balanceerde op de rand van de chaos, was er behoefte aan een sterke staat en een `dictatuur van de wet'.

Als kandidaat van tucht en orde nam Lebed in 1996 deel aan de presidentsverkiezingen en eindigde verrassend als derde. Met hulp van Boris Jeltsin, zo bleek later. Lebed was een schaakstuk in het grote spel van diens campagnestrategen. In de eerste ronde snoepte hij stemmen weg bij de gezagsgetrouwe communisten, in de tweede ronde leverde hij die in bij Jeltsin. Die benoemde Lebed namelijk meteen tot hoofd van zijn Veiligheidsraad en gaf hem uitgebreide volmachten. Vervolgens dacht Jeltsin hem te neutraliseren met een `mission impossible': een oplossing vinden voor de afscheidingsoorlog in Tsjetsjenië. Een zege was daar uitgesloten, maar een houwdegen als Lebed kon toch ook geen nederlaag tolereren, zo redeneerde het Kremlin. Samen met zijn geliefde leger zou Lebed vastlopen in de Tsjetsjeense modder.

Het liep anders, de generaal had nog geen week nodig voor een akkoord. In augustus 1996 ontmoette hij de Tsjetsjeense leiders in Chasavjoert en trok op eigen houtje het Russische leger terug. Beelden van Lebed die bedaard een potje schaakte met de rebellen gingen de wereld over. Landverraad, riepen zijn vijanden. Chasavjoert hangt inmiddels als een molensteen om Lebeds nek. Na het akkoord volgde in en rond Tsjetsjenië een periode van anarchie, ontvoeringen en islamitische agitatie. In september 1999 deed Rusland een nieuwe inval. ,,Het verdrag van Chasavjoert heeft nooit bestaan'', zegt Lebed nu, terwijl hij een kopie van het document over tafel schuift. ,,Het stierf in embryonale fase. Hier staat de begrafenisdatum: 12 mei 1997.'' Lebed doelt op de handtekening die Boris Jeltsin op die dag onder het document zette. Met dezelfde pen kraste de president de zin door waarin staat dat het een akkoord tussen Jeltsin en de Tsjetsjeense president Maschadov betreft. ,,Dus was er geen akkoord'', concludeert Lebed. ,,Wat kletsologen ook beweren.'' Bedoelt hij dat het Kremlin steeds uit was op een nieuwe inval en de regio bewust bleef destabiliseren? De gouverneur kijkt veelbetekenend en zwijgt.

Met Chasavjoert scoorde Lebed vooral in het westen, in Moskou maakte de wild om zich heen meppende veiligheidsadviseur meer vijanden dan goed voor hem was. Premier Tsjernomyrdin, van wie Lebed volmachten eiste tegen `economische sabotage'. Minister van Binnenlandse Zaken Koelikov, die hij als schuldige voor de Tsjetsjeense tragedie aanwees. De oligarchen, in zijn ogen struikrovers. Toen Lebed gemene zaak maakte met Korzjakov, Jeltsins in ongenade gevallen lijfwacht die over een goudmijn aan kompromat beschikte over de Russische top, was de maat vol. De doodzieke Jeltsin geloofde dat Lebed een coup voorbereidde. Live op televisie tekende hij diens ontslag. ,,Ik paste niet in de kudde'', zei Lebed. Hij had het vier maanden in het Kremlin uitgehouden.

Terminator

Daarna werd het stil, tot Lebed zich in 1998 kandidaat stelde voor het gouverneurschap van Krasnojarsk. Daar regeerde de beminnelijke econoom Valeri Zoebov, die later de bijnaam `Bezzoebov' kreeg: `Tandeloos'. Lebed maakte er geen geheim van dat hij zijn vizier op het Kremlin richtte. Hier kon de `Terminator' zijn electorale kracht bewijzen en een financiële basis leggen voor het verkiezingsjaar 2000. Krasnojarsk, in bevolkingsopbouw en stemgedrag een spiegel van Rusland, gold als voorronde van de presidentsverkiezingen.

Lebed nam het op tegen machtige vijanden. `De Familie', de clan van zakenlui en bureaucraten rondom Jeltsin, steunde Zoebov. Zo ook de Moskouse burgemeester Loezjkov en ultra-nationalist Zjirinovski, die vreesden dat de generaal de nationalistische stem zou wegkapen. Lebed kreeg wel hulp van Kremlin-intrigant Boris Berezovski, al ontkent hij dat nog altijd. ,,Berezovski werpt zich achteraf op als de vader van elk succes.'' Lebed, orakelde Berezovski indertijd, kon het kamp van de nationalisten splijten. Bovendien: als gouverneur zou hij ontmaskerd worden als zwak bestuurder.

Lebeds zege in Krasnojarsk maakte indruk. Velen trokken de parallel met Jeltsins loopbaan: door Gorbatsjov naar het politbureau gehaald, in ongenade gevallen, op eigen kracht overeind gekrabbeld. Dezelfde levensloop – een jeugd van vechtpartijen, roekeloze stunts, gebroken kaken, tegenslagen – dezelfde wilskracht, hetzelfde rauwe charisma. Lebed huilde op de dag van zijn overwinning. Daarna begon zijn sloop. Het Kremlin ontstal hem één voor één de bedrijven die zijn voorganger Zoebov van Moskou had mogen bestieren: metaalfabriek KraMZ, luchtvaartmaatschappij KrasAir, drukkerij Offset. Lebed dreigde een gouverneur zonder geld te worden.

Een nog groter gevaar school in de ex-bokser en aluminiummagnaat Anatoli Bykov. Na bloedige maffiaoorlogen in 1993 en 1994 regeerde Bykov soeverein over de zakenwereld van Krasnojarsk. Hij had Lebeds campagne gesteund en eiste nu zijn beloning. Opnieuw schuift Lebed een A4'tje over tafel, ditmaal vol percentages en bedragen: Bykovs voorstel voor de verdeling van Krasnojarsks ongeprivatiseerde rijkdommen. De zakentycoon eiste 92 procent van de aluminiumfabriek KrasAl, 59 procent van aluinaardefabriek AGK, 52 procent in staalfabriek KraMZ. Lebed: ,,Daar had Bykov jaarlijks 1,2 miljard dollar mee verdiend, terwijl hij 600.000 dollar belastingen wilde afdragen. Ga jij maar naar Moskou, meneer Lebed, en vlieg zo nu en dan naar Krasnojarsk om een veteraan een medaille op te spelden. Ik speel hier wel de baas.'' Lebed zei nee. Bykov antwoordde met `niet-normatief lexicon'. Het was oorlog.

De aluminiummagnaat zette in Krasnojarsk een soort tegenregering op. Hij betaalde al die mooie dingen waarvoor de nieuwe gouverneur geen geld had: ziekenhuizen, scholen, feesten. In Godfather-stijl hield Bykov spreekuur voor burgers, waarna zijn harde jongens belaagde grootmoedertjes te hulp schoten. Intussen kleedde hij via listige manoeuvres Lebed financieel verder uit. Het leverde Bykov een Robin Hood-imago op. ,,Hij was een schurk'', vertelt een taxi-chauffeur uit Krasnojarsk ons nostalgisch. ,,Maar hij stak zijn geld in onze gemeenschap, niet in een off-shore bank.''

Begin 1999 leek Krasnojarsk in de greep van een permanente verkiezingscampagne, met dagelijkse betogingen voor of tegen Lebed. De lokale televisie liet de gouverneur niet aan het woord, de zakenelite had zich tegen hem gekeerd. Bykov nodigde Lebed uit om de ruzie in de boksring te beslechten, Lebed vloekte en schold. Hij werd omringd door `fraudeurs', `honden', `rotzakken'. Uiteindelijk restte de gouverneur slechts een gang naar Canossa. In Moskou smeekte hij de toenmalige premier Primakov om hulp. Die stuurde onderminister Vladimir Kolesnikov en twee dozijn misdaadbestrijders naar Krasnojarsk. ,,Ik haat lokale bonzen en zwendelaars en verberg dat niet'', gromde Kolesnikov bij aankomst in februari 1999. Onder de mokerslagen van zijn politie-invallen stortte de Tanako-holding van Anatoli Bykov ineen.

Hoe betaalde Lebed voor deze Moskouse interventie? Door af te zien van deelname aan de presidentsverkiezingen? Lebed stond in 2000 niet op de lijst: geen geld, verklaarde hij. Het Kremlin bleek van zijn kant prima in staat haar eigen sterke man uit de hoge hoed te toveren: de gewezen spion Vladimir Poetin. Niet ruw, onvoorspelbaar en extravert, maar koel, efficiënt en gesloten. Wel spiegelde Poetins jargon zich aan dat van Lebed: `sterke verticaal', `dictatuur van de wet'.

Lebed kon zich niet altijd inhouden. Eerst zocht hij ruzie met Poetin over de privatisering van mijnbedrijf Krasoegol. In september 1999 verwoordde hij in een interview met Le Figaro wat velen vermoedden: het Kremlin had een serie bomaanslagen op flatgebouwen, toegeschreven aan terroristen, zelf georganiseerd. De aanslagen zijn óf stupide, óf een sinister plan om Rusland te destabiliseren, aldus Lebed. ,,Ik neig tot dat laatste.'' Poetin reageerde afgemeten. ,,Ik kan niet geloven dat Lebed dit heeft gezegd.'' Geruchten willen dat het Kremlin toen een dikke rode streep achter Lebeds naam heeft gezet. En dat hij komend jaar de rekening zal betalen.

Lebed heeft zijn les geleerd: hij houdt zich nu verre van de nationale en internationale politiek. Tsjetsjenië? ,,Mijn zaak niet meer. Iedere geit moet zijn eigen hoorns dragen. Of, minder netjes, iedere bok zijn eigen ballen.''

Afghanistan dan, waar hij een half jaar geleden nog waarschuwde voor een Amerikaans bloedbad? Lebed is blij dat hij Amerika de inzet van grondtroepen heeft afgeraden. ,,Die woorden hebben misschien de oren van de Amerikaanse president bereikt. Zijn generaals waren slim genoeg de oorlog alleen uit de lucht te voeren. Ze hebben alle stommiteiten van de sovjettroepen vermeden. Applaus, wat mij betreft.'' Waarom lukt dat de Russen in Tsjetsjenië niet? ,,Door een gebrek aan grijze massa bij onze politici'', valt Lebed plots uit. Maar daar laat hij het bij.

Sluwste boef

Nu staat zijn oude nemesis Anatoli Bykov terecht in Moskou. Beschuldigd van witwaspraktijken en moord vluchtte hij naar Hongarije, werd uitgeleverd en door een bevriende rechter op borgtocht vrijgelaten. Bykov wilde niet van opgeven weten. Zijn poging een ontrouwe vazal te straffen leidde tot een kleurrijke misdaadepisode. In oktober 2000 toonde de televisie hoe het ontzielde lichaam van Pavel Stroeganov op een brancard werd weggedragen. Stroeganov, alias Pavel Knipperlicht – door een tic knippert hij voortdurend met zijn ogen – was naar het kamp van Lebed overgelopen. Even later bleek Stroeganov springlevend. De huurmoordenaar van Bykov was naar de geheime dienst gestapt. Die had de moord in scène gezet om Bykov in de val te lokken.

Of Lebed tevreden is over de neergang van de man die zijn politieke ambities heeft geknakt? ,,Aan hem maak ik geen woord meer vuil.'' Maar het zal de gouverneur niet zijn ontgaan dat Krasnojarsk hem als een Robin Hood vereert? Lebed buigt zich voorover, snuift, kijkt ons indringend aan. ,,Dat is te verklaren. Deze regio is altijd bezaaid geweest met strafkampen. Eenvijfde van de bevolking heeft gezeten, hele steden zijn ontstaan op basis van een kampzone: Norilsk, Atsjinsk. Die mensen sympathiseren met lieden met een troebel verleden en een bepaald soort gedrag. Kent u de stad Leninsk-Koeznetsk? Een verbanningsoord, negentig procent van de mensen komt uit het strafkamp. Wie kiezen zij als burgemeester? De heer Konjachin, de grootste en sluwste boef onder hen.''

Je electoraat voor criminelen uitmaken: een diplomaat zal Lebed wel nooit worden, hoe hard hij ook zijn best doet. President? Te ongeremd, te openhartig, te onhandig in een Rusland dat rust zoekt en zijn sterke man heeft gevonden. Het Lebed-moment lijkt voorbij, al is de Russische politiek onvoorspelbaar. Vindt gouverneur Lebed het burgerbestuur nog wel leuk? Lebed veert op en wijst op een foto van een brug die hij liet bouwen. ,,Die foto is heel goed voor mijn moreel. Wie bouwt, die wint. Ik heb 26 jaar lang het verkeerde beroep gehad.'' De kunst is je ambities tijdig bij te stellen.