Kloof VS en EU ondanks `Consensus'

Europa en de Verenigde Staten voerden deze week in Monterrey allebei hun ontwikkelingshulp op. Maar nader tot elkaar kwamen zij niet.

`Consensus', heet het officieel, het document dat alle leden van de Verenigde Naties gisteren hebben onderschreven bij de afsluiting van de conferentie Financing for Development (Financiering voor Ontwikkeling) in het Mexicaanse Monterrey.

Het document moet worden gezien als een praktische uitwerking van de ambitieuze Millenniumdoelen die de wereldgemeenschap zich in 2000 heeft gesteld: onder meer het halveren van de wereldwijde armoede, betere gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, betere toegang tot basisonderwijs. Betere coördinatie, meer rekenschap van zowel de gevers als de ontvangers van ontwikkelingshulp – het staat allemaal in de `Consensus'.

In de opmaat van de conferentie boden de Europese Unie en de Verenigde Staten de afgelopen week tegen elkaar op bij het verhogen van de ontwikkelingshulp.

De EU, die nu 27 miljard dollar aan officiële ontwikkelingshulp geeft, biedt 6 miljard dollar meer per 2006. De Verenigde Staten, die nu 10 miljard dollar voor hulp uittrekken, bieden 5 miljard dollar meer, ook per 2006. Dat blijft ver achter bij de 50 miljard die nodig zou zijn om de Millenniumdoelen te halen. Maar Monterrey heeft wel voor de benodigde druk op de ketel gezorgd.

De Monterrey-consensus mag dan nu op papier staan, van een fundamentele gezamenlijke kijk van het Westen op het probleem is nog even weinig sprake als daarvoor. De Amerikaanse president Bush onderstreepte gisteren in zijn toespraak bij de Verenigde Naties de rol van investeringen en handel, het ,,aanboren van de bronnen die welvaart genereren''. De lidstaten van de Europese Unie legden gisteren meer de nadruk op de hulp zelf.

De kloof tussen Europa en de VS bestaat in de grond uit een verschillende kijk op de eigen samenleving. Hoewel Europa een moderne markteconomie is, speelt de overheid er een relatiefgrote rol. De eigen, geprefereerde verzorgingsstaat wordt op de arme landen geprojecteerd als het beste recept. Het is niet toevallig dat Nederland en de Scandinavische landen de landen zijn die het meest aan ontwikkelingshulp uitgeven. En de Franse president Chirac vatte de projectie van de eigen waarden op de rest de wereld gisteren letterlijk samen: ,,Frankrijk heeft nooit versaagd zijn droom na te jagen, om een wereldwijde realiteit te maken van zijn eigen ambiteuze motto: vrijheid, gelijkheid en broederschap.''

Vervolg CONFERENTIE: pagina 15

Hypocrisie in Monterrey

Vervolg van pagina 1

Hoewel de overheid in de VS een grotere rol speelt in de samenleving dan het stereotype beeld van Amerika doet voorkomen, is de markt daar meester en zorgt de privé-sector daar veel meer voor het lenigen van sociale nood. Minister O'Neill van Financiën onderstreepte dat door op te merken dat de burgers in de VS jaarlijks 175 miljard dollar opbrengen voor de sociale noden. Dat is terug te vinden in de Amerikaanse kijk op hoe ontwikkelingslanden het beste geholpen kunnen worden. Vrije handel, investeringen en economische onplooiing.

Buitenlandse hulp dient er vooral een politiek doel, de extra inspanning van 5 miljard dollar is niet los te zien van de nieuwe oorlog tegen het terrorisme welke begon na de aanslagen van 11 september vorig jaar. De Bill and Melina Gates Foundation bijvoorbeeld, van de oprichter van computergigant Microsoft en zijn echtgenote, schuift het grootste deel van zijn jaarlijkse uitgaven van 1,4 miljard dollar naar ontwikkelingslanden.

De EU-landen hamerden op het halen van het dertig jaar geleden afgesproken doel dat 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan ontwikkelingssamenwerking moet worden besteed. Een verwijzing naar dat percentage heeft de slottekst van Monterrey wel gehaald, zij het in een waterige vorm. De Amerikaanse president Bush besteedde er gisteren echter geen woord aan. Waarom ook? Uitgedrukt als percentage van de overheidsuitgaven, die in de VS relatief veel kleiner zijn, liggen de VS veel minder achter op de EU.

Zo kneedt het Noorden het Zuiden naar zijn evenbeeld. En dat evenbeeld varieert met het zelfbeeld van de rijke landen. De rivaliteit tussen de `Rijnlandse' en de Amerikaanse vorm van kapitalisme speelde zich de afgelopen week ook af in Monterrey.

De woorden van compassie met de armoede in ontwikkelingslanden, en de plechtige beloftes voor een betere wereld, geven aan beide kanten van de Atlantische Oceaan makkelijk aanleiding tot cynisme. De Britse hulporganisatie Oxfam International noemde Monterrey ,,verspilde tijd''. ,,Er zijn geen concrete actieplannen gemaakt om de millenniumdoelen te halen.''

Oproepen tot vrijere wereldhandel als belangrijkste oplossing, terwijl een maand geleden de VS de eigen grenzen nog dichtgooide voor staalimporten? Ontwikkelingslanden vertellen dat men niet onderling moeten concurreren met belastingen bij het binnenhalen van bedrijven, terwijl dat binnen EU nog verre van geregeld is? Zelfs binnen Nederland staan steden onderling elkaar op dit punt naar het leven. Een hypocrisie-meter zou in Monterrey van tijd tot tijd zijn gaan ratelen als een geigerteller in de Russische kerncentrale Tsjernobyl.

HOOFDARTIKEL: op pagina 7