Iran is nòg perplex over de aanval van Bush

President Bush heeft veel Iraniërs geschokt met zijn aanduiding van Iran als lid van de `As van het Kwaad'. Toch was de reactie rustig.

`Op de dag waarop de Verenigde Staten ons prijzen, moeten we rouwen' meldt een fris opgeschilderde tekst op de muur van de vroegere Amerikaanse ambassade in Teheran, roemrucht monument uit revolutionaire tijden. Toch waren de Iraniërs zeer geschokt door president George Bush' kwalificatie van de Islamitische Republiek als lid van een `As van het kwaad', samen met Irak en Noord-Korea.

,,We kunnen het nog steeds niet geloven'', zegt dr. Hadi Semati, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Teheran. ,,We dachten juist dat er een eind begon te komen aan de wederzijdse retoriek.''

Iran stond als ideologische vijand van het sunnitisch terrorisme van Osama bin Laden en fervent tegenstander van diens Afghaanse Talibaan-beschermheren na 11 september aan de goede kant in de door Amerika gelanceerde oorlog tegen het terrorisme. De vervagende maar nog niet opgeloste meningsverschillen met Washington, erfenis van het verleden, stonden feitelijke deelneming aan de strijd in de weg, maar Teheran werkte mee aan de doorvoer van Amerikaans graan voor de Afghaanse bevolking. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, sprak waarderende woorden aan Irans adres. ,,Niemand in Washington gebruikte de term `schurkenstaat' meer!'', zegt dr Semati. Omgekeerd raakte de term Grote Satan wat in onbruik.

Daarom kwamen Bush' beschuldigingen, in januari gelanceerd in diens State of the Union toespraak en nadien diverse malen herhaald, voor de Iraniërs als een donderslag bij heldere hemel. Volgens de Amerikaanse president probeerde Iran het nieuwe Afghaanse bewind van interim-premier Hamid Karzai te ondermijnen, leverde het structurele hulp aan Bin Ladens Al-Qaeda en – een oude, door Iran altijd met klem afgewezen beschuldiging – werkte het aan de ontwikkeling van massavernietigingswapens. Ook de (eveneens ontkende) Iraanse levering van wapens aan de Palestijnen, door Israël in beslag genomen op een vrachtschip in de Rode Zee, speelde een belangrijke rol.

Was er grond voor de nieuwe beschuldigingen? Waren misschien conservatieven begonnen met een eigen buitenlandse politiek de positie te ondermijnen van president Mohammad Khatami, die er de laatste jaren in is geslaagd de relaties met de buitenwereld vergaand te normaliseren? Hervormers èn conservatieven honen dat idee weg. De ultraconservatieve ayatollah Ahmed Jannati riep op het Vrijdaggebed over de hulp aan Al-Qaeda: ,,Kan iemand iets stommers zeggen dan dit? We zijn vijanden van hen. We haten elkaar en hebben nooit iets gemeen gehad.''

Buitenlandse diplomaten en internationale organisaties in Teheran wijzen erop dat de Iraanse grens met Afghanistan en Pakistan lang is en, bijvoorbeeld in het berggebied van Sistan-Baluchistan, niet te controleren. Niet voor niets heeft Iran een immens drugsprobleem: daar liggen de drugssmokkelroutes. Daar zijn ook mensensmokkelaars actief en daar komen vluchtende leden van Al-Qaeda en hun families het land binnen. Maar voor zover zij worden ontdekt, zeggen diplomaten, worden zij zo snel mogelijk naar hun land van herkomst doorgestuurd. Nederland en België hebben onlangs elk een in Iran gearresteerde staatsburger teruggekregen, en met Saoedi-Arabië wordt gepraat over het lot van een onbekend aantal aangehouden Saoediërs.

De Iraanse conservatieven verzwijgen niet dat ze moeite hebben met het nieuwe pro-Amerikaanse regime in Kabul, dat straks misschien gezelschap krijgt van een pro-Amerikaans regime in Bagdad. Maar het langetermijnbelang van een stabiel Afghaans regime, dat bijvoorbeeld in staat is een eind te maken aan de teelt van opiumpapavers, weegt daar ruimschoots tegenop. Het bezoek van Karzai aan Iran – ná dat aan de oude Talibaan-bondgenoten Saoedi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten en Pakistan, merkten de Iraanse media zuinig op – onderstreepte vorige maand dat de onderlinge betrekkingen zeker redelijk zijn. Hussein Shariatmadari, president van het ultraconservatieve krantenconcern Kayhan en vertrouweling van Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei, wijst erop dat Karzai ook ,,heel warm'' is ontvangen door Khamenei, en daarmee diens zegen heeft gekregen. ,,Soms kan je het beste uit een aantal goede mogelijkheden kiezen, en soms moet je je verzoenen met een slechte oplossing boven slechtere'', zegt hij lachend.

Na de eerste woedende reacties uit Teheran op Bush' beschuldigingen kalmeerde de sfeer snel. Er werden zelfs verzoenende gebaren gemaakt: de uitwijzing van de radicale Afghaanse krijgsheer Hekmatyar bijvoorbeeld, en de steun van president Khatami voor het Saoedische vredesplan voor Israël en de Palestijnen. Dat geeft aan hoezeer de hervormingsbeweging greep heeft gekregen op de buitenlands-politieke discussie en het initiatief van de conservatieven heeft overgenomen, zegt dr. Semati. ,,23 jaar geleden viel Iran de VS aan'', zegt de hervormingsgezinde journalist Hamid-Reza Jalaeipur, doelend op de bezetting van de Amerikaanse ambassade, ,,en vandaag valt Bush Iran aan, en het Iraanse antwoord is heel beleefd, heel rustig geweest. Dat geeft aan hoe diepgaand Iran is veranderd.''

De Iraanse regering liet zelfs instemmende geluiden horen toen de Amerikaanse Democratische senator Joseph Biden vorige week de schade probeerde te herstellen en Iraanse parlementsleden, die bijna allemaal hervormingsgezind zijn, naar Washington uitnodigde. Het werd tijd, aldus een Iraanse woordvoerder, de muur van wantrouwen tussen beide landen af te breken.

Maar het komt niet als een verrassing dat dit toch een stap te ver was voor Opperste Leider Khamenei. ,,Degenen wier gedachten uitgaan naar onderhandelingen wanneer zij worden bedreigd, verraden hun eigen zwakte en onvermogen'', zei hij deze week. ,,De enige manier om de Amerikaanse dreiging het hoofd te bieden, is het [islamitische] systeem te versterken en ons voor te bereiden op een alomvattende verdediging.'' Het principe van normale relaties met Amerika wordt niet meer uitgesloten, ,,mits gebaseerd op gerechtigheid en gelijkwaardigheid'', aldus Shariatmadari. Maar daarvan is nu geen sprake: voor een normalisering van de relaties moet op rustiger tijden worden gewacht.

Vijfde artikel in een serie over Iran. De vorige verschenen op 16, 18 , 14 en 21 maart en zijn terug te lezen op www.nrc.nl.