HUNTINGTON ONTSTAAT ONDER INVLOED VAN EIWIT ARFAPTINE-2

De ophopingen van het eiwit huntingtine die de hersenen ruïneren van mensen met de ziekte van Huntington, ontstaan onder invloed van het eiwit arfaptine-2. De ontdekking van de rol van arfaptine-2 is belangrijk, omdat nog erg weinig bekend is over de oorzaak van deze dodelijke erfelijke afwijking. (web-editie Nature Cell Biology, 18 febr).

In Nederland lijden ongeveer 1500 mensen aan de ziekte van Huntington. Deze erfelijke aandoening openbaart zich meestal rond het veertigste levensjaar. Hun persoonlijkheid verandert dan, ze verliezen hun geheugen en maken onbeheersbare bewegingen doordat hersencellen afsterven. De ophoping van eiwit in de cellen is daarvan waarschijnlijk de oorzaak. Het verlies van hersenfuncties wordt de patiënten uiteindelijk fataal.

Een foutief verlengd huntingtin-gen is verantwoordelijk voor de ziekte van Huntington: mensen met één verkeerde kopie van het gen worden zeker ziek. In de eiwitophopingen is het eiwit huntingtine (het product van het gemuteerde huntingtin-gen) terug te vinden, maar de onderzoeksgroep ontdekte bij toeval dat de eiwitklonten ook veel arfaptine-2 bevatten.

Een groep Nederlandse, Amerikaanse en Engelse wetenschappers onderzocht de verspreiding van arfaptine-2 in gekweekte cellen vanwege een andere, reeds bekende functie van het eiwit: de vormgeving van het celskelet. De gebruikte cellijn maakte echter te veel arfaptine-2. Daardoor ontstonden merkwaardige eiwitophopingen in en rond de celkern, die verdacht veel leken op Huntington-klonten. Bij een volgend experiment met een cellijn die het ziekteveroorzakende huntington-gen bevatte, kwamen de ophopingen huntingtine en arfaptine-2 ook voor. In de hersencellen van muizen die aan Huntington leden, vonden de wetenschappers later hetzelfde patroon.

Bij nader onderzoek in de petrischaal bleek dat veranderd arfaptine-2 de ophopingen tegen gaat. Toen de onderzoekers het eiwit in tweeën knipten, ontstond een arfaptine-variant die de vorming van de klonten juist voorkwàm. Hoe dat komt, is nog onduidelijk. Waarschijnlijk remmen grote hoeveelheden arfaptine-2 de proteasomen, een soort autosloperijen die in de cel afgedankte eiwitten afbreken. Daardoor wordt huntingtine niet afgebroken en hoopt het zich op. De abnormale arfaptine-2-staart zou de proteasomen nog wel in staat stellen hun gewone werk te blijven doen.