Horen, zien en meedraaien

Paniek. Justitie viel deze week binnen bij 45 bouwbedrijven in `de grootste fraudezaak uit de Nederlandse geschiedenis'. Maar alle opwinding kan niet wegnemen dat de rijksoverheid al jaren tot in detail weet heeft van illegale kartelvorming en omkoping in de bouwwereld. Onder aannemers.

Aannemer Henk Burggraaf (59) ziet het eind vorig jaar met verwondering aan. In het televisieprogramma Zembla verschijnt Ad Bos. Burggraaf kent hem nog uit de tijd dat Bos bij bouwbedrijf Koop Tjuchem `het asfalt' deed. Oud-directeur Bos vertelt dat bijna alle bouwbedrijven te hoge prijzen voor projecten rekenen en de `overwinst' onderling verrekenen. Ook speelt die dagen de affaire met de Schipholspoortunnel: twee aannemers die een deel van de winst op het project hebben gemaskeerd door elkaar valse facturen te sturen. Hun zaak wordt door het openbaar ministerie geschikt.

In de Tweede Kamer loopt de temperatuur op. Maar Burggraaf denkt: is dit nieuws?

Zelf heeft hij elf jaar geleden zijn wegenbouwbedrijf verkocht aan Ballast Nedam. Daarna heeft hij de aandelen aangeschaft van een kleinere aannemerij die zijn zoon begin vorig jaar is begonnen. Vroeger woonde hij zelf illegaal vooroverleg met aannemers bij, en liep hij al eens tegen de lamp omdat hij smeergeld betaalde. Nu ziet hij zijn zoon tobben om een voet tussen de deur te krijgen bij de overheid die werk ondershands aan gevestigde bedrijven gunt waardoor jonge ondernemers worden belemmerd.

Dan gebeurt het. In reactie op de consternatie komt Elco Brinkman namens de bouwbedrijven uitleggen dat er in de sector, voorzover hij weet, keurig en integer zaken worden gedaan. Ook Joop Jansen, baas van bouwbedrijf Heijmans, spreekt apaiserende woorden. En Tweede-Kamerlid Rob van Gijzel (PvdA) sneuvelt nadat hij de kat de bel heeft aangebonden.

,,Dat vond ik zó misselijk'', zegt Burggraaf, ,,dat ik dacht: ik zal er alles aan doen dat de huidige manier van werken niet in stand blijft.'' Hij schrijft een brief aan de Kamerleden Kees van der Staaij (SGP) en Gerd Leers (CDA). Burggraaf constateert dat dubieuze praktijken in de bouw al jaren gewoonte zijn – en is een van de weinige aannemers die dezer dagen openheid van zaken geeft. ,,De werkelijkheid mag niet worden ondergeschoffeld'', zegt hij.

Sindsdien wordt de bouwsector aan allerhande onderzoek onderworpen. De Tweede Kamer verricht – nu nog achter gesloten deuren – een enquête; zij legt de nadruk op de structuur van de sector en de manier waarop de overheid werken aanbesteedt. De kartelpolitie NMa onderzoekt overtredingen van de Mededingingswet (prijsafspraken, marktverdeling). Het OM bekijkt of bouwbedrijven valsheid in geschrifte, belastingontduiking of verduistering hebben gepleegd, en of ambtenaren zijn omgekocht. En ministeries brengen in kaart welke onregelmatigheden tot nu toe bij aanbestedingen zijn gebleken.

Vooral dit laatste onderzoek is prikkelend. Want alle opwinding van de laatste maanden kan niet wegnemen dat binnen de rijksoverheid al jaren gedetailleerde feiten over bouwfraude bekend zijn. Over bouwbedrijven die voorafgaand aan aanbestedingen onderling stiekem prijzen afstemmen. En over het omkopen van ambtenaren en politici.

Almachtig

Bouwfraude is zo oud als de bouw. De markt is onvolmaakt: tegenover een grote groep aannemers verkeert de overheid als opdrachtgever in een almachtige positie. Er kan er maar één het werk worden gegund. En voor de overheid is het gemakkelijk bedrijven tegen elkaar uit te spelen om de prijs te drukken. Het gevaar dat bouwbedrijven elkaar kapotconcurreren heeft de sector traditioneel beantwoord door samen te spannen.

Begrip en verontwaardiging hierover hebben zich in de geschiedenis afgewisseld. Maar na de oorlog worden cruciale beslissingen genomen die de problemen in de sector tot op de dag van vandaag verklaren. In strijd met het op vrije concurrentie geënte regime in Europa (het Verdrag van Rome uit 1957) stimuleert de Nederlandse overheid de kartelvorming. Het grootste bouwkartel is dan al gevormd: op 27 november 1953 is in het Utrechtse hotel Pays Bas de Wegenbouw Aannemers Combinatie (WAC) opgericht. De WAC komt voort uit drie regionale prijsregelende clubs van wegenbouwers. Hun reglementen zijn de ruggengraat van de WAC. Volgens de door de regering goedgekeurde regels voert de WAC vooroverleg, geleid door een onafhankelijk voorzitter. Het komt erop neer dat wegenbouwers elkaar melden dat ze meedoen aan een aanbesteding, dat ze vooroverleg voeren onder de vlag van de WAC om te bepalen wie de laagste prijs heeft, en dat hun deelname aan de aanbesteding vergoed wordt (door het verhogen van hun prijs met een rekenvergoeding).

Tientallen kleinere bouwkartels volgen sinds begin jaren vijftig het voorbeeld van de WAC. Grondwerkers in West-Nederland en baggeraars in Zeeland – iedere beroepsgroep heeft zijn eigen kartel dat prijzen en opdrachten bepaalt en verdeelt. Met toestemming van de overheid. Het stelsel wordt steeds omvangrijker. In 1963 richten alle losse bouwkartels met instemming van de rijksoverheid één overkoepelende vereniging op: de Vereniging van Samenwerkende Prijsregelende Organisaties in de bouwnijverheid (SPO). Hierbij zijn 28 kartels aangesloten die meer dan 4000 bouwondernemingen verenigen. Heel Nederland doet mee: van de Zuid-Nederlandse Aannemers Vereniging tot en met de Stichting Aanbestedingsregeling van de Samenwerkende Bouwbedrijven in Friesland.

De verenigingen vormen de voorgevel waarachter zich de illegale praktijken verschuilen. Het boekje Blanken & Blikken – een geschiedschrijving van de WAC uit 1999 die nooit officieel wordt gepubliceerd – zet uiteen dat ,,niet zelden'' een deel van het overleg buiten de onafhankelijk voorzitter omgaat. Voorafgaand aan het WAC-overleg voeren de wegenbouwers stiekem onderling overleg, ook wel `voor-vooroverleg' of `voortrein' genoemd.

In dit voor-vooroverleg gunnen aannemers elkaar hogere bedragen dan de rekenvergoeding (die in het daaropvolgende WAC-overleg officieel wordt vastgesteld), en wordt ook de markt verdeeld. Deze praktijken zijn verboden. Het mag niet volgens het WAC-reglement en het mag niet van de wet: al in 1923 veroordeelt de Hoge Raad het voordeel dat aannemers krijgen door gezamenlijk de prijzen te verhogen zonder dat daarvoor feitelijke prestaties zijn verricht.

Toch gebeurt het op grote schaal. De onafhankelijke WAC-voorzitters maken er onomwonden melding van in hun verslagen, meldt het boekje Blanken & Blikken: Een verslag van 19 augustus 1977: ,,(...) de aanvang van de vergadering was gesteld op 12.30 uur. Toen ik om kwart voor twaalf bij Hotel De Plasmolen aankwam, was daar weer het vertrouwde beeld, namelijk een parkeerplaats vol met voor het overgrote deel Mercedessen''. Verslag 10 maart 1978: ,,Bij aankomst in Hotel Ploeg te Varsseveld om 07.40 uur bleek de voordeur op slot te zijn. Derhalve achterom gelopen, alwaar de vergaderzaal geheel vol was.'' En 22 december 1977: ,,Bij bijeenkomst in Hotel De Gouden Karper zag ik dat het parkeerterrein alweer geheel vol was. Kennelijk was men net klaar met de voortrein, want bij het uitstappen van mijn auto kwamen diverse aannemers glunderend naar buiten.''

Italianen

Burggraaf woonde vroeger zulke voor-voorvergaderingen bij: ,,Ik zat daar niet uit financieel gewin. Ik wilde mijn markt beschermen. Ik liet de anderen begaan als het om hún markt ging. En ik zei tegen de anderen, als werk uit mijn gebied op de markt kwam: laat mij. Het is misschien tegen de wet. Maar ik zag het niet als een overtreding.''

Een bekende vorm om in een voortrein tot verdeling van extra geld of bestaand werk te komen heet onder aannemers Italianen. ,,Dat is weer een stapje verder'', zegt Burggraaf. ,,Je legt je prijs neer. Je maakt in het `voor-voor' de briefjes open. De laagste wint. En daarna ga je het verschil met de prijs van de opdrachtgever opvullen. Dan kwam je hierop uit: een opdracht van een miljoen werd voor 7,5 ton gedaan. Tien deden mee, die kregen ieder 25.000 gulden.'' Het is, beaamt hij, synoniem aan de beschrijving die Ad Bos van de hedendaagse bouwfraude heeft gegeven. Maar er moet bij bedacht worden, vertelt Burggraaf, dat de met Italianen verworven fondsen meestal niet worden uitbetaald: zulke sommen worden gezien als onderlinge tegoeden die in latere projecten verrekend worden. Het is geld dat boven de markt zweeft.

Maar het Italianen kan alleen als er meer gegadigden zijn en een ambtenaar `om' is: het lukt immers pas om tevoren `overwinsten' af te spreken als je weet welke prijs de overheid zal gaan betalen. Iedereen weet hoe dat werkt, zegt Burggraaf. ,,Ik heb nooit collega's gekend van wie ik met zekerheid wist: die kopen ambtenaren om. Wél heb ik ambtenaren gekend van wie ik wist dat ze er open voor stonden. Die bieden zichzelf aan. Dat merk je.''

De overheid is redelijk op de hoogte van het illegaal opereren in de bouw, vertelt een oud-WAC-bestuurslid die ook met de enquêtecommissie heeft gesproken: ,,Het kwam voor dat we als WAC bij Rijkswaterstaat werden geroepen, ik herinner me zoiets uit de periode 1975-1980. Ze zeiden: er is ons een aantal zaken ter ore gekomen, we overwegen bedrijven uit te sluiten. Na zo'n incident stopte het voor-vooroverleg even. Maar het kwam altijd weer terug.''

In Nederland bestaat in de jaren zeventig en tachtig zoveel vaardigheid in het onderhouden van bouwkartels dat ook buitenlandse aannemers Nederlandse hulp inroepen. De Duitse overheid houdt zich wel aan het Europese anti-kartelregime. Maar ook in Duitsland blijkt de praktijk sterker dan de leer. Grote Duitse aannemers, onder wie 's lands grootste bouwer Philipp Holzmann, vormen een illegaal kartel. Vanaf de jaren zeventig verleent het Haags bureau Teppema – een volle dochter van accountant Moret en Limperg – hand- en spandiensten. Het bureau is in 1940 opgericht door topambtenaar G. Teppema van het ministerie van Economische Zaken.

De Duitsers komen regelmatig bijeen op Schiphol. De directeur van Teppema, Piet Hofman, is aanwezig om de illegale afspraken op te schrijven. Ook houdt hij een boekhouding bij voor de te verdelen opzetgelden. Begin jaren tachtig loopt de groep tegen de lamp. Een huiszoeking op 28 oktober 1982 bij Teppema levert, volgens de Duitse justitie, het bewijs dat de aannemers de Duitse overheid bij elf aanbestedingen voor 100 miljoen mark hebben benadeeld.

Oud-directeur Hofman beaamt dat de Duitsers niet de enigen waren voor wie Teppema afspraken onderhield die verder gingen dan de toenmalige wetgeving. Hofman: ,,Wij traden op voor bedrijven die in hun sector geheime prijs- en werkafspraken wilden maken. Dat waren herenakkoorden waar niemand iets van af wist. Wij deden de administratie, de notulen en de afhandeling. Er waren dus veel meer prijsregelende clubs dan de 28 officieel aangemelde kartels.''

Tot de bedrijven die hun illegale prijsafspraken bij Teppema laten administreren, behoren de grootste Nederlandse bouwbedrijven. Een andere oud-directeur van Teppema, die niet met naam genoemd wil worden: ,,In de herenakkoorden verplichtten de aannemers zich om opdrachten bij ons te melden en gezamenlijk over de prijs te overleggen. Wij regelden een zaaltje vóór de officiële voorvergadering zodat ze konden overleggen, en wij notuleerden. Afspraken werden nooit ondertekend. Eens per jaar zorgden wij voor een verrekening. Deze herenakkoorden waren naar onze mening niet illegaal.'' Zoals Teppema zijn er in de jaren tachtig meer kantoren die bedrijven helpen met hun verboden afspraken.

Miljoenenfraude

Vanaf midden jaren tachtig is er één aannemer uit Noord-Holland die misstanden bij aanbestedingen geregeld doorgeeft aan Rijkswaterstaat. De aannemer – hij wil niet in de krant maar heeft zijn verhaal gedaan bij de enquêtecommissie – levert vanaf 1984 zand voor de aanleg van het knooppunt Diemen dat de A1 met de A10 verbindt. Een collega-bedrijf dat zand aan hetzelfde project levert, Theo van V., gaat failliet. Dat faillissement is al verdacht: na een inval van de politie gaan er geruchten over omkoping van ambtenaren. Van V. trekt zich terug uit de markt, zijn bedrijf zijgt ineen.

De Noord-Hollandse aannemer die voor hetzelfde knooppunt werkt, koopt bij de curator van Van V. de nog openstaande opdrachten voor Rijkswaterstaat op. Dan doet de aannemer de ontdekking van een miljoenenfraude. Theo van V. levert hetzelfde zand als hij, maar krijgt van rijkswaterstaat een veel hogere prijs. Theo van V. heeft bovendien een declaratie van rijkswaterstaat uitbetaald gekregen van vier miljoen gulden waarvoor hij nauwelijks werk heeft verricht. In het justitiële onderzoek dat op gang komt wordt een ambtenaar van rijkswaterstaat aangehouden en vervolgd. Andere ambtenaren worden ook betrapt bij het leveren van declaratiebonnen zonder dat aannemers werk hebben gedaan. Justitie doet het onderzoek en de aannemer verwittigt voor de zekerheid ook een staffunctionaris van rijkswaterstaat in Den Haag van alle details. Uiteindelijk worden veertien ambtenaren niet vervolgd maar overgeplaatst naar een andere functie.

Dezelfde aannemer probeert in de tweede helft van de jaren tachtig ook een voet tussen de deur te krijgen bij de NS. Dat is moeilijk. De NS besteden alleen aan na voorselectie van bedrijven. De aannemer komt er met moeite tussen bij de aanbesteding voor ringspoorbanen. Hij maakt in korte tijd driemaal mee dat in het `voor-voor' het Italianen zo vaardig wordt uitgevoerd dat hij, zonder een cent werk te verrichten, tussen de 2 en 2,5 miljoen gulden opzetgeld opstrijkt. De aannemer gaat met zijn verslagen naar NS-medewerkers die aanbestedingen organiseren. Zij zijn niet bij machte de bouwfraude aan te pakken, zeggen ze. Ook stuurt hij verslagen van aanbestedingen met een soortgelijk verloop bij rijkswaterstaat naar zijn contact op het hoofdkantoor van rijkswaterstaat in Den Haag. Daarop, zegt het ministerie, is het aanbestedingsbeleid aangescherpt.

Eind 1986 worden in Nederland bij koninklijk besluit de prijskartels verboden – maar voor de bouw wordt een uitzondering gemaakt. Het blijft toegestaan dat bouwbedrijven voorvergaderen en de vergoeding voor deelname aan een aanbesteding – de calculatiekosten – bepalen. De SPO komt met een bijpassend Uniform Prijsregelend Reglement (UPR) dat bestaande prijsregelingen vervangt.

Vervolg op pagina 24

Horen, zien en meedraaien

Vervolg van pagina 23

Uit de bijlage bij het koninklijk besluit blijkt dat de overheid precies weet hoe het spel gespeeld wordt: ,,Naar uit klachten is gebleken komt het (...) niet zelden voor, dat bij een prijsregelende organisatie aangesloten aannemers, in strijd met hun aanbestedingsregeling en buiten medeweten van hun organisatie, voorafgaand aan de voorvergadering overeenkomen om hun blankcijfers (aanbestedingsbedrag) met een bepaald bedrag te verhogen. In de voorvergadering worden die blankcijfers dan nog eens vermeerderd met vergoedingen en verhogingen vastgesteld volgens de betreffende aanbestedingsregelingen.''

Niettemin denkt de regering dat door de nieuwe regels de bouwwereld zich voortaan zal inhouden. Maar als in 1987 de Sittardse aannemer Schreurs failliet gaat, en er een strafrechtelijk onderzoek wordt gelast, blijkt dat bouwfraude zich niet door regels laat matigen. Het strafdossier toont hoe de complete Limburgse aannemerij opdrachtgevers – veelal de overheid – voor miljoenen oplichten.

Gedupeerden

Betrokken aannemers vertellen justitie hoe ze in voor-voor-vergaderingen jarenlang prijzen hebben opgedreven en valse rekeningen rondstuurden. Justitie vervolgt alleen Schreurs, de andere 21 aannemers niet. De advocaat van Schreurs, Th. Hiddema in Maastricht, is daar nog boos over. ,,Schreurs bekende die opzetgelden. De andere aannemers werkten daar ook mee en stuurden zelfs valse facturen om het geld te innen. Valsheid in geschrifte dus, maar ze zijn niet vervolgd.'' Schreurs wordt in 1990 voor fraude, valsheid in geschrifte en het illegaal opdrijven van aanbestedingsprijzen veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijk en een geldboete van 75.000 gulden.

De lijst gedupeerden is lang. Het College Sittard betaalt zonder het te weten 900.000 gulden te veel. De gemeente Meerssen wordt opgelicht voor 125.000 gulden bij de bouw van het gemeentehuis. De overheid wordt voor 162.300 gulden benadeeld bij de bouw van een politiebureau. De aannemers laten het ministerie van Defensie in 1987 voor een karwei aan de Tapijnkazerne in Maastricht tenminste 15.000 gulden te veel betalen. De offertes voor de bouw van een basisschool in Sittard worden in 1985 met 45.000 gulden verhoogd. Bouwverenigingen in Heerlen, Beek en Maastricht worden voor honderdduizenden guldens benadeeld. Als de zaak in de publicteit komt, betalen de aannemers een deel van het opzetgeld terug.

Schreurs maakt in zijn verhoor aannemelijk dat veel aannemers gedwongen zijn aan de fraude deel te nemen: ,,Ik was verplicht mee te werken aan dit systeem (opzetgelden) omdat iedere aannemer zo werkte. Dat hierbij gebruik werd gemaakt van facturen met een onjuiste omschrijving was voor mij noodzakelijk. Wanneer ik niet met de opzetgelden wilde meedoen, was het voor mijn mede-inschrijvers heel makkelijk mij weg te schrijven met behulp van de door hen ontvangen opzetgelden die dan werden afgetrokken van de inschrijfsom.'' In andere woorden: het systeem van opzetgelden dwingt iedere aannemer illegaal te handelen, want wie niet meedoet, prijst zichzelf uit de markt.

Uit het dossier blijkt ook dat smeergeldbetalingen hand in hand gaan met werken voor de overheid. Schreurs hanteert een zwarte kas om ambtenaren en politici te bewegen hem voor aanbestedingen uit te nodigen. Het verhoor: ,,Om die orders in de wacht te slepen is het in de bouwwereld noodzakelijk commissies te verstrekken en opzetgelden uit te betalen. Ik heb nooit de naam van de personen aan wie ik commissies betaalde genoemd en kon dan ook nooit de commissies als uitgave boeken. Mede hierdoor kan ik de zwarte kas niet verantwoorden. Het betalen van opzetgelden was een slechte zaak. Ik moest al veel geld betalen aan collega's om een opdracht binnen te krijgen, maar zo waren nu eenmaal de gebruiken in de bouwwereld. In de bouwwereld betaalt of ontvangt iedereen opzetgelden en betaalt iedereen commissies.''

Leren jas

De vervolging van Schreurs is net afgerond of in 1994 duikt een nieuwe bouwfraude op. In een onderzoek naar wegenbouwer Sjaak Baars stuit justitie op een illegaal kartel van wegenbouwers in Maastricht. Het heeft tussen 1980 en 1994 geopereerd met medeweten van de gemeente. Welk aandeel elke aannemer van de gemeentelijke opdrachten krijgt ligt vast in een overeenkomst die ook bepaalt: ,,Gestreefd wordt de prijs van de laagste inschrijver in gezamenlijk overleg vast te stellen.'' Baars wordt in 1996 veroordeeld voor deelname aan het kartel. Maar hij krijgt geen straf omdat het hof in Den Bosch bewezen acht dat de gemeente wist van het illegale systeem, en eraan meewerkte. Zo blijkt een wethouder mede-aandeelhouder van een van de frauderende aannemers.

Het systeem van de wegenbouwers is ook in zwang bij andere aannemers in de stad. Ook zij verdelen in geheim overleg onderling gemeentelijke bouwprojecten. In ruil voor de politieke bescherming om hun systeem in stand te laten, betalen wegenbouwers en aannemers `belasting'. Op verzoek van wethouders betalen de wegenbouwers twee procent van hun omzet. Jaarlijks gaat twee ton naar `goede doelen' die de wethouders aanwijzen: van voetbalclubs tot de kas van het lokale CDA. Het sponsorgeld dat wethouders uitdelen levert ze populariteit op, en stemmen bij de verkiezingen. Zo blijft het systeem van protectie in stand.

Ook wegenbouwer Baars betaalt smeergeld. Hij is daar openhartig over bij de fiscale politie Fiod: ,,Ik wil er niet omheen draaien. We kopen wel eens werk in. Ik bedoel te zeggen dat ik nooit geld zal uitgeven zonder dat er een afspraak tegenover staat of aan ten grondslag ligt. Degene die het geld ontvangt, zal ook aan mijn bedrijf moeten denken.'' Baars betaalt tussen anderhalve en drie ton per jaar, maar toont zich discreet: ,,Ik zeg u dat deze namen nooit uit mijn mond komen. Ik kan dat niet en zal dat ook niet doen.''

De fraude in de bouw, door de overheid getolereerd, heeft ook het bestuur gecorrumpeerd. Dat blijkt uit een breed justitieel onderzoek in Limburg, tussen 1992 en 1995. Het leidt tot rechtszaken tegen negen verdachten. Van hen worden er zeven wegens corruptie en één wegens valsheid in geschrifte veroordeeld: vier wethouders, twee burgemeesters en twee ambtenaren. Vijfentwintig bouwbedrijven schikken. De omvangrijke affaire roept in het land lankmoedige reacties op (`corruptie tussen de vlaaien'), maar geen Kamerlid vraagt of Limburg mogelijk exemplarisch is voor de rest van het land.

Maar eind 1994 wordt duidelijk dat corruptie en bouwfraude geen exclusieve Limburgs problemen zijn: aan het eind van dat jaar wordt een topambtenaar van de gemeente Groningen aangehouden op verdenking van corruptie. Hij wordt ervan verdacht voor zeker 200.000 gulden gunsten te hebben verkregen van bouwbedrijven. Hij bekent en krijgt een boete en een voorwaardelijke celstraf. Het gaat onder meer om een keuken, een leren jas en reizen. Een van die reizen gaat naar de Antillen, waar hij met een Groninger aannemer naartoe gaat: Henk Koop van Koop Tjuchem. ,,Ik heb hem geadviseerd over een bouwproject'', vertelt de ambtenaar op de zitting over de reis met Koop.

In de tussentijd is in Brussel belangstelling gerezen voor de Nederlandse bouwkartels. De Europese Commissie start begin jaren negentig een onderzoek. Het kabinet geeft geen krimp en verdedigt in Brussel het bouwkartel van de SPO. Economische Zaken laat zelfs een onderzoek doen, waarin beantwoord moet worden of het nieuwe Uniform Prijsregelend Reglement uit 1986 correcter gedrag in de bouw heeft gegenereerd.

Maar vijf jaar later blijkt dat onder wegenbouwers nog steeds ,,op grote schaal sprake is van `voor-vooroverleg''', aldus een studie uit 1991. Ook onder geraadpleegde opdrachtgevers tekenen de onderzoekers ,,unaniem'' het vermoeden op ,,van het nog steeds voorkomen van `voor-vooroverleg'''. Mede om die reden adviseren de onderzoekers een verscherpte politiecontrole op de bouw. Die komt er niet. Ook wordt vastgesteld dat een mogelijk Europees verbod op het bouwkartel de kans op een terugval naar volledige illegaliteit in de bouwsector ,,alleen maar in de hand zal werken''.

De hoop dat de Europese Commissie in dit laatste een motief vindt om het bouwkartel toch toe te staan is ijdel. Voorjaar 1992 komt het bericht dat Brussel een boete van 51,75 miljoen gulden aan het bouwkartel oplegt, verdeeld over de 28 organisaties die samen de SPO vormen. De grootste boete, 11 miljoen gulden, is voor de WAC. De Commissie overweegt dat vooroverleg (laat staan voor-vooroverleg) de vrije competitie verstoort omdat deelnemers aan het kartel voordelen hebben op bedrijven die niet meedoen. Regering en bouwsector reageren verontwaardigd. Een beroepsprocedure wordt aangekondigd. Maar vier jaar later, in 1996, handhaaft het Europees Hof van Justitie het verbod.

Vanaf dat moment, maar in feite vanaf 1992, gaapt er een gat in de Nederlandse aanbestedingsregels: het aloude bouwkartel is verboden, nieuwe regels zijn er niet. De waarschuwing van de onderzoekers uit 1991 – dat een verbod van het bouwkartel leidt tot een terugval naar de volledige illegaliteit – leidt niet tot extra controle bij opdrachtgevers. Er wordt na 1992 ,,bewust niet'' gecontroleerd of bouwbedrijven het Europees verbod naleven, zegt het voormalig hoofd van de Bouwdienst van rijkswaterstaat dit jaar in deze krant: zolang de prijs die ze aanboden redelijk was, hoefde hij niet te weten hoe – met of zonder vooroverleg – de aanbieder daaraan kwam.

Intussen gaan de oude praktijken door. Medio 1996 lekt in Dagblad De Limburger uit dat vijf wegenbouwers twee dagen vóór een aanbesteding illegaal vooroverleg hebben gevoerd in Valkenburg. In dat overleg is vastgesteld wie voor welk bedrag zal inschrijven. Het gaat opnieuw niet om een strikt Limburgse zaak: één van de vijf betrokken bedrijven komt uit Nieuwegein. Twee jaar later, in 1998, worden de onregelmatigheden rond de Schipholspoortunnel voor het eerst openbaar. De schrijvers van valse facturen zijn al evenmin van Limburgse afkomst: NS-dochter Strukton uit Maarssen en de Hollandsche Beton Groep uit Rijswijk. En vorig jaar zomer blijkt dat in de markt van railinfrabeheer ,,prijsafspraken moeilijk uit te bannen zijn'', aldus een onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

De overheid slaat pas groot alarm als vorig najaar Ad Bos, oud-directeur van Koop Tjuchem, met een een schaduwboekhouding in Zembla verschijnt. Die bevestigt wat iedereen weet, of zou moeten weten: het illegale vooroverleg en de illegale heffing van opzetgeld is, ondanks het Brusselse verbod, nog dagelijkse kost.

En als de stofwolken zijn opgetrokken nadat deze week op 45 lokaties invallen worden gedaan bij bouwbedrijven, blijkt eens temeer hoezeer oude gewoonten zijn gehandhaafd. Driekwart van de bedrijven die het OM bezoekt zijn wegenbouwer en bijna allemaal oud-leden van de WAC.