Hollands Dagboek: Eveline Herfkens

Eveline Herfkens (50) woonde afgelopen week in het Mexicaanse Monterrey de VN-conferentie bij over het financieren van ontwikkelingshulp. 'Volgens christelijk rechts in Amerika kun je het bevolkingsprobleem oplossen met abstinentie. Schandalig!' Herfkens is sinds 1998 minister van Ontwikkelingssamenwerking en heeft een partner.

Donderdag 14 maart

Als het nu niet lukt, lukt het nooit. Het is mijn belangrijkste gevecht. Ruim dertig jaar geleden spraken de rijke landen met elkaar af 0,7 procent van hun Bruto Nationaal Product (BNP) aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Dat de Noren, Zweden, Denen en Nederlanders al binnen een jaar of vijf woord hielden, vond niemand vreemd. Maar daarna bleef het vijfentwintig jaar lang stil; andere landen vergaten hun belofte liever. Toen ik minister werd, leken de mooie woorden al bijna vergeten; iedereen keek alsof ik van een andere planeet kwam toen ik zei dat ik het er niet bij zou laten zitten. Maar nu zit er, na al die jaren, weer schot in het debat. Ook Luxemburg hoort nu bij de club en de Ieren en Belgen hebben zich vastgelegd op een tijdpad. Nu de rest nog. Volgende week is in Mexico de grote VN-conferentie over het financieren van ontwikkeling, en vlak daarvoor is er in Barcelona de top van Europese regeringsleiders.

Mijn collega-ministers van Ontwikkelingssamenwerking zijn het wel met me eens, maar in de meeste landen delen de ministers van Financiën de lakens uit. Die hebben nu eenmaal vaak andere prioriteiten. Gerrit Z. niet, die is helemaal op mijn hand. Hij heeft met volle overtuiging geprobeerd zijn Europese collega's te bewerken. Naast Gerrit is Dick B. mijn grootste steun; hij loopt zich het vuur uit de sloffen. En ook Jozias v. A. heeft eerder deze week hard gevochten, Wim K. heeft brieven gestuurd. Over de collega's in het kabinet heb ik niet te klagen. Toch ligt er nu een compromistekst, die lang zo ver niet gaat als ik zou willen. Vannacht een half uur aan de telefoon gehangen met Clare Short, mijn Britse collega-minister en vriendin. Dat ik mijn zegeningen moet tellen en moet kunnen accepteren dat ook kleine stapjes iets betekenen, zeker na vijftien jaar waarin de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking alleen maar daalden. Dat de compromistekst vanaf 2006 op Europees niveau zo'n 7 miljard euro extra betekent. Maar zo lang kunnen de armsten van deze wereld niet wachten. Zij hebben er recht op dat het rijke noorden eindelijk zijn beloften waarmaakt!

In Mexico zal ik, samen met de Noren, proberen de laatste hand te leggen aan een artikel over de 0,7 procent. De bedoeling is landen die hun belofte nog niet hebben waargemaakt tot spoed te manen, en daar de handtekeningen onder te krijgen van de premiers van alle vijf de landen die op of boven de norm zitten. Maar wie zijn verder eigenlijk mijn bondgenoten? In de pers wordt met geen woord gerept over het gevecht voor de 0,7, zelfs niet in de ingezonden stukken. In de verwachte demonstraties in Barcelona zullen de politieke arm van de ETA en de `globalifobo's' dwars door elkaar heen lopen. Waarom neemt de derdewereldbeweging niet een duidelijke positie in?

Vrijdag

Terug in Nederland, en gelijk naar de ministerraad. Toch altijd een beetje het hoogtepunt van de week. Met Laurens-Jan B. gesproken over het spanningsveld tussen veilig voedsel voor onszelf en exportmogelijkheden voor ontwikkelingslanden. Daarvoor heb je een minister voor Ontwikkelingssamenwerking nodig; het hulpprogramma kan ook door een goede manager gerund worden, maar om de stem van de armen in het kabinet te laten horen moet je er op vrijdag wel bij zitten. Daarna met mijn loodgieterstassen vol papier naar huis. Henk en Dirk-Jan, mijn secretarissen, handelen als ik weg ben zo veel mogelijk af, maar er blijft meer dan genoeg over.

Even met mijn ouders gebeld, die alle twee ziek op bed liggen. Het is soms frustrerend dat ik mijn familie en vrienden, zelfs Jeltje, veel minder zie dan toen ik nog `gewoon' in het buitenland woonde. Dat hadden zij en ik niet verwacht. Als minister zet je je privé-leven, net als een videorecorder, een tijdje op de pauze-knop. Ik hoop dat ze me dat vergeven, vooral mijn neefjes Hidde, Jan en Max en mijn nichtje Josephine. Daarna mijn partner Costas gebeld: in de Franse Alpen was de sneeuw vandaag weer prima. Lucky guy!

Zaterdag

Verrassing: geen warm water. Nu zou een échte loodgieterstas – met bijgeleverde loodgieter – welkom zijn. Dan maar mijn papierwerk doen. Soms maakt het me moedeloos, maar het schenkt ook voldoening: je neemt daadwerkelijk beslissingen, die in de echte wereld worden uitgevoerd. Maar het is niet altijd plezierig; er ligt nu een voorstel om 140 miljoen euro te bezuinigen, vanwege een tegenvallend BNP. De koppeling van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget aan het BNP is een zegen, maar bij tegenvallende groei zijn de gevolgen onmiddellijk merkbaar.

's Avonds koffers pakken voor de reis van morgen naar Monterrey in Mexico. Goed nadenken, want ik wil alles in mijn handbagage krijgen. Niets zo vervelend als het onderweg kwijtraken van bagage. Ten slotte een telefoontje; nog altijd geweldige sneeuw.

Zondag

Helaas bleek de warmwatervoorziening niet vanzelf in orde gekomen te zijn. 's Ochtends uren met pannetjes lopen slepen om een warm bad te vullen. Bah, van kamperen hield ik ook al nooit. Vanaf Schiphol een medewerker gebeld om ervoor te zorgen dat er in Monterrey een fax ligt met het laatste nieuws uit Barcelona.

In Mexico City wacht de ambassadeur ons op, een stuk frisser dan wij. De gehele ontwikkelingswereld vliegt vandaag naar Monterrey. In de rij voor de aansluitende vlucht krijg ik zoenen van twee grand old men, Michel Camdessus (de voormalige baas van het IMF) en Rubens Ricupero van UNCTAD. Bij aankomst blijken van twee delegatieleden de koffers niet te zijn aangekomen. Een goede keus om voor handbagage te gaan! In het hotel meteen slapen – zeven uur tijdsverschil te overbruggen en morgen begint de conferentie.

Maandag

's Ochtends delegatievergadering om te bespreken wat we gaan doen. Een brede delegatie; niet alleen ambtenaren, maar ook Kamerleden, NGO's en zelfs twee jongerenvertegenwoordigers. We organiseren dat in Nederland toch goed! De slotverklaring van deze conferentie is al uitonderhandeld, dus ik zal me concentreren op een aantal werkgroepen. En daarnaast zijn er natuurlijk allerlei afspraken.

De eerste werkgroep is gelijk al een soort reünie; hier tenminste wel een warm bad! Er zijn veel complimenten voor mijn inspanningen voor de 0,7, waarmee een negatieve trend is omgebogen. Misschien had Clare gelijk, en moet ik inderdaad kleine stapjes kunnen waarderen. Mijn medewerkers Ron en Koen werken intussen hard aan het Noors-Nederlandse initiatief. Bij die twee is dat in goede handen.

's Avonds met Henk aan de bar cocktails en fajitas. Mijn hart breekt wanneer een zangeres Mexicaanse bolero's gaat zingen. Als minister richt ik me met overgave op Afrika, maar mijn verwaarloosde oude liefde blijft toch Latijns-Amerika. Ook Henk is geïnspireerd; hij zingt met de zangeres een paar duetten. Leuk!

Dinsdag

Met Thoraya Obaid, de topvrouw van het VN-bevolkingsfonds, bespreek ik de moeilijke situatie waarin de Verenigde Staten haar organisatie brengt. Volgens christelijk rechts in Amerika kun je het bevolkingsprobleem oplossen met abstinentie. Schandalig! Ik zal bij anderen een grotere bijdrage bepleiten; de onze is al groot genoeg.

Daarna met mijn Noorse, Duitse en Britse collega-ministers, geluncht met ex-president Jimmy Carter en George Soros. Carter is erg actief op ontwikkelingsgebied, en is speciaal voor ons gesprek uit Amerika overgevlogen. Na de lunch praten wij vieren nog door. Het is steeds weer stimulerend om te merken hoezeer we het met elkaar eens zijn. Samen staan we sterk en kunnen we echt iets betekenen.

Mijn Franse collega Charles Josselin vertrouwt me toe dat Frankrijk vast van plan is verder te gaan dan de in Barcelona afgesproken 0,33 procent in 2006. Dat had ik niet verwacht. Kennelijk brengt een Franse verkiezingscampagne de wereld ook wel eens iets goeds.

Woensdag

In de lift spreek ik mijn Amerikaanse collega, die me vertelt dat Bush zijn eerdere aanbod, vijf miljard dollar extra, heeft verbeterd. Het lijkt nu om een structurele verhoging van het ontwikkelingsbudget te gaan. Het steekt bleek af bij de Europese verhoging, maar is toch goed nieuws. Er ontstaat een `beauty contest', waardoor de druk wordt opgevoerd.

's Middags zit ik, als enige ontwikkelingsminister, bij een bijeenkomst van ministers van Financiën. Paul O'Neill, de Amerikaanse minister, benadrukt dat eerst de effectiviteit van de hulp verbeterd moet worden voordat we over extra financiering kunnen gaan nadenken. Ik reageer onmiddellijk: natuurlijk gaat het niet alleen om de hoeveelheid van de hulp. Met andere donoren werken we dan ook hard en met succes aan kwaliteitsverbetering. Maar het steekt me dat juist die grote landen die het debat over de kwantiteit niet aangaan, ook tegenwerken bij de verbetering van de kwaliteit.

Halverwege de reactie van O'Neill word ik weggeroepen voor een persconferentie met de Zuid-Afrikaanse minister van Financiën Trevor Manuel. De VN vindt de Ronde Tafel over coherentie die wij vanochtend samen voorzaten de meest stimulerende. In de avond een diner voor alle aanwezige ministers, waarvoor ik de gezellige Nederlandse receptie deels mis. Dat wordt een beetje goedgemaakt doordat ik de ereplaats krijg, naast de Mexicaanse gastheer, minister van BZ Jorge Castaneda.

Donderdag 21 maart

Vandaag verschijnt het artikel van de afgevaardigden van Noorwegen, Zweden, Denemarken, Luxemburg en Nederland in de International Herald Tribune. Nu maar hopen dat het effect heeft.

Omdat ik mijn toegangspasje aan de jongerenvertegenwoordigster heb uitgeleend, kom ik de grote vergaderzaal niet in. Daardoor de speech van de Spaanse afgevaardigde Aznar gemist. Eerlijk gezegd verdient hij het ook niet dat ik naar hem kom luisteren. Spanje heeft over de speech, die namens Europa wordt uitgesproken, niet met de andere Europeanen overlegd. Onacceptabel! Het verhaal was trouwens weinig inspirerend, hoor ik later.

's Avonds, bij het diner voor staatshoofden en regeringsleiders, ontmoet ik Ricardo Lagos. We kennen elkaar goed uit de vroege jaren tachtig, toen ik nauw betrokken was bij de strijd tegen de dictatuur in Chili. Ricardo is nu de Chileense president. We vinden het allebei geweldig elkaar weer te zien.

Nu nog de laatste loodjes. Morgenochtend spreekt Bush, die ongetwijfeld de Amerikaanse inspanningen zal opkloppen. Vervolgens de lange vlucht naar huis, en zondag door naar Genève waar ik als lid van de nieuwe internationale commissie over globalisering mijn tienpuntenplan voor een menselijker gezicht van globalisering zal presenteren. Daarna alle aandacht voor Nederland, want in de campagne moet er echt een tandje bij.