Giotto in Padua

Giotto's muurschilderingen in de Scrovegnikapel in Padua zijn nu na restauratie weer in al hun pracht te bewonderen (NRC Handelsblad, 19 maart).

Het artikel rept van individuele gezichtsuitdrukkingen en het weergeven van emoties. Zoals duidelijk te zien is op de foto van een gedeelte van de schildering van de kindermoord te Bethlehem, gaat het eerder om gestileerde gezichten die agitatie en pathos vertegenwoordigen.

Niet individuele emoties worden hier aan de orde gesteld, maar algemeen-menselijke passies. Alle moeders lijden op dezelfde manier bij het zien van hun vermoorde kinderen; een innerlijk ontbreekt. Individuele emoties ontstaan pas in de 18e eeuw tijdens de vroeg-Romantiek.

Voorts wordt gewezen op Giotto's `natuurgetrouwe landschappen'. Wie of in Padua of in Assisi in de bovenkerk van de kathedraal van St. Franciscus naar Giotto's weergave van de natuur kijkt, ziet dat hij nog niet op de hoogte is van de regels van de centrale perspectief en eenvoudigweg diepte weergeeft door hoogte. Dit laatste waarschijnlijk in overeenstemming met zijn Godsbegrip. God is ver weg en `hoog' en zo wordt wat ver van ons af ligt ook in de hoogte geschilderd.

Het landschap zoals wij dat kennen ontstaat pas in het begin van de 16e eeuw in samenhang met een nieuwe mentaliteit die een afgeperkt stuk natuur ziet als een betekenisvol iets dat plezier aan het oog verschaft. Bij Giotto is de natuur nog louter achtergrond en decoratie.