Gevulde kip met pappardelle

Verwarm de oven voor op 200° C.

Pel de knoflook, snijd de tenen in de lengte doormidden en verwijder eventueel het groene kiempje binnenin. Doe de knoflook, verse saliebladen en de naaldjes van het takje rozemarijn op een snijplank en hak alles fijn.

Snijd de chipolataworstjes en de spekjes grof. Dit kunt u met een koksmes of in een keukenmachine doen. Het vlees moet echter niet te fijn gehakt worden, dus laat bij gebruik van een keukenmachine de machine met de pulseerknop draaien. Doe beide vleessoorten in een kom en schep er het gehakte knoflook-kruidenmengsel door. Breng op smaak met zout en flink wat versgemalen peper.

Spoel de kip onder de koude kraan en dep goed droog. Schep de chipolatavulling in de buikholte van de kip en stop er 1 van de laurierbladen in. Leg de kip in een braadslee en drapeer de plakken vetspek over de borst, waarbij u de andere 2 laurierbladen onder het spek stopt. Bind de kip losjes op met keukengaren of met gevogelte-elastiekjes.

Verhit de boter met de olijfolie in een kleine pan op een matig vuur en giet het warme mengsel dan over de kip. Zet de kip circa 1 uur en 15 minuten in de oven, waarbij u de kip 2 tot 3 keer met het vet bedruipt. Giet er na 30 minuten de rode wijn over en verwijder het vet en het garen of elastiekjes voor de laatste 20 minuten braadtijd. Controleer of de kip gaar is door de punt van een scherp mes in de dikste deel van de dij te steken. Het uitlopende sap moet helder zijn. Neem de kip uit de oven, dek losjes af met aluminiumfolie en laat circa 10 minuten rusten.

Kook intussen de pappardelle bijtgaar volgens de aanwijzingen op de verpakking. Snijd de kip in porties en schik ze op voorverwarmde borden. Schep er wat vulling en de pappardelle naast en lepel er wat saus over. Geef de rest van de saus er apart in een kan bij.