Fiscale puzzel: wie doet het met wie?

Mevrouw A. (52 jaar) bezit een huis van 400.000 euro, zonder hypotheek, maar heeft geen inkomen. Zij is 26 jaar getrouwd met B. Meneer B. (56) verdient 55.000 euro per jaar. A. en B. hebben geen kinderen. Meneer C. (35) verdient 32.000 euro en wil met A. trouwen. A., B. en C. willen graag bij elkaar wonen.

Er zijn drie mogelijkheden voor deze ménage à trois: A. en B. blijven getrouwd en C. blijft vrijgezel. A. en C. trouwen, waardoor B. vrijgezel wordt. A., B. en C. sluiten een samenlevingscontract; niemand is getrouwd. Wat is fiscaal gezien de beste oplossing?

(D. van E.)

Uw trilemma kan de plot zijn van een dramatische bioscoopfilm, waarin aan het eind de heren B. en C. met elkaar trouwen en in het huis van de dan dakloze en berooide mevrouw A gaan wonen. Maar u zoekt helaas alleen fiscale bevrediging. Dat leidt vaak tot verkeerde uitkomsten, omdat je dan allerlei nare gevolgen verdoezelt.

Neem de tweede optie. A. scheidt van B., om met C. te kunnen trouwen. Waarom eigenlijk? Scheiden doet vaak lijden, hoe welwillend de partners aanvankelijk ook zijn. Hoewel fiscaal gezien optimaal, kan scheiden een dure affaire worden. Daarmee vallen de tweede en derde optie af en blijft de eerste over.

Mevrouw A. en B. blijven gewoon bij elkaar, op papier, en C. huurt een deel(tje) van haar huis en verschaft mevrouw A. zo een eigen inkomen en een echtgenoot, in de praktijk.

Een filmmaker zou wellicht een vierde optie kiezen. Het echtpaar A./B. adopteert C. als zoon, wat qua erfrecht en schenkingen enkele fiscale voordelen biedt. Is de relatie tussen A. en C. dan incestueus? Alleen op papier.