Ettertjes

In zijn column `Ettertjes' van 16 maart over onwelwillende leerlingen in de laagste regionen van het onderwijs schrijft Leo Prick: ``Het huidige onderwijs sluit niet aan bij de behoeften en vermogens van veel leerlingen. Dit geldt met name voor grote groepen die aangewezen zijn op het vmbo, maar omdat opinieleiders als politici, journalisten, beleidsambtenaren en de lezers van deze krant hun kinderen daar in de regel niet hebben zitten, is daar nauwelijks aandacht voor.'' Persoonlijk zou ik van `nauwelijks' `geen' maken.

In de schrijvende pers is het niet meer zo gruwelijk als enige jaren geleden toen er in Nederland maar twee scholen leken te bestaan te weten: het Vossius en het Barlaeus en ook de opinieleiders in de gedaante van de echte Hollandse Dagboekvaders lijken op te zijn, van wie de eerste worp studeerde, dan wel afgestudeerd bleek en de tweede worp smachtend door hen werd opgevangen aan de poort van de peuterspeelzaal. En van wie nooit, maar dan ook nooit een zoon of dochter op het vbo, nu vmbo, zat.

Ik vraag mij zelfs af of de gemiddelde NRC- lezer weet waar de afkorting vmbo voor staat. Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, gezien het eindstation van vele leerlingen een aandoenlijk naïeve benaming.

Werkzaam in het middelbaar beroepsonderwijs heb ik enige jaren geleden in het provinciehuis in Utrecht een voorlichtingsbijeenkomst meegemaakt voor docenten in het vbo, de toeleverende scholen voor het mbo, over de veranderende leerwegen. Een wethouder van onderwijs kirde dat het toch zo jammer was dat dit `enige' onderwijs zo laag aangeschreven stond, terwijl het toch `zukke luike beroepen' betrof. Maar, geen nood, het einde van het verdomhoekje was in zicht, de school werd veel theoretischer en het aanzien zou vanzelf volgen.

Makkelijk, zo'n oplossing. Gedeeltelijk was het natuurlijk ook weer een bezuinigingsoperatie, waarbij kleine scholen samen bepaalde beroepsopleidingen moesten gaan geven. Zoals elke beweging in het onderwijs de laatste 25 jaar er een was van bezuiniging. De aanwezige praktijkdocenten, de echte helden in dit onderwijs, gaven aan dat dit voor heel veel leerlingen een slechte zaak zou zijn. Zij werden in de schitterend geoutilleerde zaal met elk een microfoon voor zijn neus wel gehoord, maar niet verstaan. En zo zal het in de andere provincies ook wel gegaan zijn. Dat is namelijk usance in het onderwijs. Het veld telt niet. En dan geldt zeker in deze regionen van het onderwijs dat het verder niet gehoord wordt en geen interessante netwerken geen enkele aandacht krijgt.