Eerste Beatlefilm `A Hard Day's Night'

In een wereld zonder videoclips sloeg de eerste film van de Beatles in als een bom, weet Hans Beerekamp. Voor de dvd werd de geluidskwaliteit van `A Hard Day's Night' opgepoetst.

Het valt nauwelijks meer voor te stellen, maar het is echt waar: in 1964 was op de Nederlandse radio (of televisie) slechts een klein uur popmuziek per week te horen. Het rantsoen bestond uit Tijd voor teenagers, een programma van de VARA-radio op zaterdagmiddag, gepresenteerd door Herman Stok en geproduceerd door Co de Kloet. Ik was elf en schreef de top-10, die in dat programma voorgelezen werd, elke week fonetisch op in een blauwe ringband.

De reden was dat de Nederlandse zendgemachtigden popmuziek lelijk vonden, en bovendien schadelijk. Alleen bij Radio Luxemburg, en later bij de piratenzender Radio Veronica, werd daar anders over gedacht.

In 1964 maakten ook The Beatles hun eerste speelfilm, A Hard Day's Night. In een van de eerste scènes komt een deftige meneer met snor, bolhoed en paraplu de treincoupé binnen, waar hij de jongens aantreft. Eigenlijk vindt hij het een schandaal dat zoiets in zijn trein zit.

Ik denk dat jongeren van nu zich wel in die situatie kunnen inleven, want nog steeds wordt er door deftige meneren met walging neergekeken op `de jeugd van tegenwoordig'. Wat moeilijker voor te stellen valt is de totale onbekendheid van de media met jeugdcultuur. In een wereld zonder videoclips, zonder noemenswaardige platenindustrie, zonder tieners als consument, met slechts een uurtje tijd voor teenagers, slaat zo'n film in de bioscoop in als een bom. Het betekent ook emotioneel meer voor kijkers dan de eerste film van Britney Spears.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat Richard Lester, de in Engeland wonende Amerikaanse regisseur van A Hard Day's Night, in die film het idioom van de videoclip heeft uitgevonden. Als de montage van verschillende opnamen van het zingen van een liedje in de studio (And I Love Her) nu een beetje oudbakken indruk maakt, bedenk dan dat we in 1964 nog nooit eerder zoiets gezien hadden.

Lester (Philadelphia, 1932) had slechts een eerdere bioscoopfilm gemaakt, It's Trad, Dad! (1962), waarin tienerzangeres Helen Shapiro een feestje geeft met dixielandmuziek (van Mr. Acker Bilk, de populairste man van Radio Luxemburg), maar ook met Chubby Checker, Gene Vincent en Del Shannon.

De enscenering rond Can't Buy Me Love! in A Hard Day's Night is nog steeds het hoogtepunt van Lesters regie. Afdalend van een hoekige brandtrap à la West Side Story komen John, George, Paul en Ringo op een speelterrein terecht, waar vanuit een helikopter opgenomen geometrische topshots leiden tot een moderne variant op een Busby Berkeley-musical. De titel van Lesters eerste korte film uit 1959 dringt zich hier weer op: The Running, Jumping and Standing-Still Film.Ik moet toegeven dat veel van Lesters humor in A Hard Day's Night de tand des tijds niet heeft doorstaan. De lollige oude man (Pauls opa alias Wilfrid Brambell) is hopeloos onleuk geworden. Dat is wellicht ook de reden dat de film, waarvan Miramax de rechten heeft verworven, niet opnieuw in de bioscoop werd uitgebracht. Het werd een dvd, met opgepoetste geluidskwaliteit en in glorieus zwart-wit. De mogelijkheden tot extra informatie werden in het geheel niet benut: geen achtergrondinformatie, geen gecoupeerde scènes, geen Helen Shapiro, geen filmografieën. Ik zou Steven Soderbergh, auteur van een boek over Lester, gevraagd hebben om commentaar te geven op een tweede geluidsband. Of op z'n minst een paar fans van toen hebben laten vertellen hoe ondenkbaar het op dat moment nog was dat je als gewone sterveling je haar net zo `lang' zou dragen als je idolen.

A Hard Day's Night, uitgebracht op dvd door RCV Home Entertainment.