Een flamencomeester in Jerez

Het Zuid-Spaanse Jerez de la Frontera is een van de centra van de echte flamenco. Marcel aan de Brugh volgde er een cursus.

Je hoort de schoenen van Manolete roffelen, maar wat doet hij nou precies? De studenten die aan de workshop van de 57-jarige flamencomeester zijn begonnen knipperen met hun ogen. Hoe deed hij die draai zo snel? En op welk moment schoten zijn armen nou precies de lucht in? Drie uur na aanvang van de eerste les staan de studenten weer op straat, verbijsterd en ook wel wat geschrokken. ,,Moeten we dit tempo nog vijf dagen volhouden?'', vraagt een Taiwanese zich af. Twee Italiaanse studentes gaan naar de organisatie met de vraag of ze een niveautje lager kunnen. Maar het antwoord is `nee'. De andere workshops zijn allemaal vol.

Het twee weken durende flamencofestival in het Zuid-Spaanse Jerez de la Frontera trekt veel buitenlanders. Amerikanen, Duitsers, Zwitsers, Fransen, Nederlanders. Maar vooral Japanners en Taiwanezen. Overdag volgen ze lessen van sterren zoals Belén Maya, Manolo Marín en Merché Esmeralda. Maar er is meer. Elke avond, rond zeven uur, treedt er ergens een zanger op, samen met een gitarist. Twee uur later begint in het lokale theater een dansvoorstelling, uitgevoerd door louter sterren en bekende gezelschappen. Voor de volhouders is er rond middernacht dan ook nog in een of andere bar een peña, waarbij lokale artiesten `spontaan' optreden. Het festival loopt van eind februari tot begin maart en is dit jaar voor de zesde keer gehouden. Het is enig in zijn soort. Alleen de biënnale van Sevilla komt erbij in de buurt, maar daar worden minder workshops gegeven.

De klas van Manolete begint met 25 leerlingen. Na een uur haakt een Franse al af. Ze kan de bewegingen van de kleine, pezige leraar niet volgen. En ze is niet de enige. Aan het eind van de eerste les zijn er nog 21 leerlingen over. ,,Deze dag heet ook wel dia del choque'', zegt iemand van de organisatie: ofwel, shockdag. ,,Maar dat wordt beter, geloof me.''

Ook de tweede dag is Manuel Santiago Maya, zoals Manolete eigenlijk heet, goed op dreef. Hij is inderdaad beter bij te houden, maar hij gaat nog steeds razendsnel. Een Duitse zucht: ,,Hij is ongelooflijk.'' Manolete schopt het linkerbeen weg. Hij springt hoog de lucht in. De beweging gaat vloeiend over in drie snelle draaien. Dan trekt hij zijn linkerknie op tot vlak onder zijn kin. Tot slot zakt hij diep door zijn rechterbeen. ,,Begrepen?'', vraagt hij zijn leerlingen. Ze kijken hem met verbazing en bewondering aan. De Zwitserse Catharina, die jarenlang in Sevilla heeft gewoond maar sinds vijf jaar terug is in Bazel, vraagt of hij wat langzamer kan. En of hij wat meer aandacht wil schenken aan het bovenlichaam. Nu concentreert hij zich vooral op de passen en het voetenwerk. ,,Juist die bovenkant is bij hem mooi'', zegt Catharina. ,,Dat maakt het nou net zo flamenco.'' Maar Manolete gaat niet in op haar verzoek. We moeten nog veel doen, zegt hij. ,,En we hebben nog maar vijf dagen.'' Er valt die dag weer iemand af.

Manolete leert zijn klas een soleá por bulería, een dans die ingetogen begint, maar met een flinke tempoversnelling eindigt. Dat eerste stuk symboliseert eenzaamheid en ellende, thema's die vaak terugkeren in de flamenco. Het einde daarentegen is bedoeld als een soort uitdaging van het voorgaande: als we dan toch naar de verdommenis gaan, dan niet zonder slag of stoot.

Gelukkig heeft de organisatie voor flessen water en plastic bekers gezorgd. Ook al is het in Jerez nog maar zo'n 15 graden Celsius, in de studio is het zweten geblazen. Voor de vrouwen is er een speciale kleedkamer, voor de mannen niet omdat op hun aanwezigheid niet automatisch wordt gerekend. De twee mannen in deze klas, ik en een Taiwanees, moeten zich op het herentoilet omkleden. Maar Chi Wuan, de Taiwanees, maakt er geen gebruik van. Hij komt altijd in zijn trainingspak naar de studio. Na de les komt Manolete altijd even het herentoilet binnen om zijn gezicht af te spoelen, zijn ravenzwarte haren nat te maken en zijn lokken te schikken.

De derde dag gebeurt er iets raars. De eerste helft van de les gaat Manolete zowaar herhalen. Af en toe zucht hij, omdat de klas niet meteen nadoet wat hij demonstreert. De Zweedse Moira, die voor de derde keer het festival bezoekt, zegt dat het niveau de eerste jaren hoger lag. Door de instroom van met name Japanners is het niveau omlaag gegaan. Ze vraagt zich af waarom er überhaupt zoveel Aziaten komen. Kirsten, uit Berlijn, doet daar toevallig onderzoek naar. Sommige klasgenoten krijgen van haar een formulier met vragen: hoe ben je in aanraking gekomen met de flamenco; waar staat de dans volgens jou voor, passie, temperament, waardigheid, trots; kan de flamenco floreren in andere culturen dan de zuid-Spaanse? Over een paar maanden hoopt ze meer te weten. Lyndall, een Australische die in de organisatie zit, denkt dat de Aziatische belangstelling te maken heeft met onderdrukte emoties die zich een uitweg zoeken. ,,De cultuur daar is erg ingetogen'', zegt ze. ,,In de flamenco kunnen ze hun passie en emoties kwijt. En het is een moeilijke dans. Je moet er intensief op studeren, en dat doen ze graag.''

Om de dans beter te kunnen onthouden huren Catharina en ik op dag drie en vier een studio. Van 's middags twee tot drie – onze klas is om half twee afgelopen. Dat scheelt. Maar helemaal krijgen we dans er niet in. Dat lukt uiteindelijk slechts een handjevol leerlingen. Na de zesde dag zijn er nog 18 studenten over. Zij krijgen een diploma, met veel poeha uitgedeeld op een officiële ceremonie. Chi Wuan uit Taiwan is van plan volgend jaar weer te komen. Als hij tijd heeft. ,,Want ik moet veel werken'', zegt hij. Maar waarschijnlijk neemt hij geen les meer van Manolete. ,,Dat was erg snel, hoewel hij erg mooi danst. In Taiwan dansen ze heel anders. Ze tellen, een-twee-drie, en doen er pasjes bij. Hier gaat het op gevoel, en met meer schoonheid.''