Een baron met burgerzin

Van tijd tot tijd spookt hij weer door ons historisch bewustzijn. Baron Joan Derk van der Capellen, genaamd tot den Pol, schrijver van het pamflet Aan het volk van Nederland (1781), waarin hij een lans breekt voor een werkelijk democratisch staatsbestel. Vele politici hebben zich op zijn denkbeelden beroepen, ter linker- en ter rechterzijde, zoals onlangs weer Pim Fortuyn.

Aan het volk van Nederland is inderdaad een opmerkelijk pamflet. Anoniem gepubliceerd om de radicale toon en direct verboden wegens de niets ontziende kritiek op het bewind van stadhouder Willem V en zijn regenten. Om die reden ook later nog verguisd als `anti-Oranje' en zelfs `landverraderlijk'. En dat terwijl de schrijver consequent de lijn doortrok van de Apologie van Willem de Zwijger en het Plakkaat van verlatinge (beide uit 1581).

Voorop stond de vrijheid van geweten voor ieder mens. Een bestuurder die deze vrijheid niet respecteerde, mocht uiteindelijk aan de kant worden gezet. In zijn tirades tegen het slechte bewind van Willem V verschilde Van der Capellen dus niet wezenlijk van de leider van de Opstand tegen de `altijd geëerde' koning van Hispanje. Het waren trouwens dezelfde beginselen waarop de Verenigde Staten zich beriepen toen zij zich in 1776 losmaakten uit het koloniale bewind van de Engelsen. Een strijd die vanuit de Nederlandse Republiek van harte werd gesteund, en niet alleen door radicale denkers als Van der Capellen.

Wie was deze man, die de geschiedenis zou ingaan als een der eerste pleitbezorgers van een modern staatsbestel? Joan Derk werd op 2 november 1741 geboren in Tiel en groeide op onder de hoede van zijn grootvader van moederszijde, Derk Reinier van Bassenn. Deze had als burgemeester van Arnhem deelgenomen aan de mislukte democratische beweging aan het begin van de 18de eeuw, de zogenaamde Plooierijen. Tijdens zijn rechtenstudie in Utrecht raakte Joan Derk overtuigd van de noodzaak van politieke hervormingen. De enige manier om die van binnenuit te bereiken was het lidmaatschap van de ridderschap en de verwerving van een havezate, een landhuis waaraan een zetel in de Staten was gekoppeld. Een eerste poging in het kwartier van Zutphen, een deel van Gelderland, mislukte. De tweede poging in Overijssel slaagde, al was de verwerving van de havezate De Pol bij Staphorst vermoedelijk een schijnkoop. Inmiddels had Van der Capellen zich in Zwolle gevestigd en daar ontwikkelde hij zich tot politiek activist, schrijver en vertaler met een uitgebreid netwerk aan contacten met verwante denkers in binnen- en buitenland.

Zijn eerste zittingsperiode in de Staten van Overijssel verliep turbulent. Omdat elk der Zeven Provinciën een stem had in de buitenlandse politiek, had men directe bemoeienis met de Amerikaanse Vrijheidsoorlog en de betrekkingen met Engeland en Frankrijk. Vooral de steun aan de `erfvijand' Engeland, die onze handel frustreerde, zat Van der Capellen en de zijnen dwars. Maar ook binnenlandse misstanden stelde hij aan de kaak. In Twente moesten de boeren nog steeds onbetaald werk verrichten voor het regionaal bestuur. Deze `drostendiensten' waren officieel al lang afgeschaft, maar de toenmalige drost Van Heiden Hompesch bleef ze eisen. Hij werd Van der Capellens felste tegenstander en werkte hem de Staten uit.

Zijn gedwongen retraite bracht Joan Derk grotendeels door op het landgoed Appeltern, dat hij van zijn vader had geërfd. Hier formuleerde hij een politiek program in samenwerking met François van der Kemp. Hier moet ook het pamflet zijn ontstaan dat in 1781 een internationale sensatie verwekte. Hella Haasse geeft in Schaduwbeeld of het geheim van Appeltern (1989) een reconstructie van deze periode. Intussen groeide de democratische beweging als kool en werd achter de schermen gewerkt aan Van der Capellens terugkeer in de actieve politiek. Zijn readmissie in de Statenvergadering in 1782 was een regelrechte triomf. In hetzelfde jaar erkende de Republiek als eerste de Verenigde Staten als onafhankelijke natie, een erkenning waarvoor George Washington, de eerste president van de Verenigde Staten, zijn dankbaarheid betuigde in een persoonlijke brief aan Van der Capellen. En uiteraard werden ook de drostendiensten definitief afgeschaft. Lang heeft de `tribuun der burgerij' (Jan Romein) niet van zijn succes kunnen profiteren. Op 6 juni 1784 overleed hij in zijn huis aan de Bloemendalstraat in Zwolle. In 1908 lieten Amerikanen hier een herdenkingsplaquette aanbrengen.

Van der Capellen stierf te vroeg om getuige te kunnen zijn van de eerste pogingen om zijn democratische ideeën op nationale schaal te realiseren. De Bataafse Republiek (1795-1806) en de Staatsregeling van 1798, onze eerste echte grondwet, bouwden op het fundament dat hij had gelegd. Het waren vaak geestverwanten uit dezelfde klasse van landjonkers die bij de verdere ontwikkelingen betrokken waren, zoals de Hattemer Daendels en de Deventernaar Schimmelpenninck. En het was de mede-Zwollenaar Johan Rudolf Thorbecke, die een halve eeuw later het bouwwerk van de moderne eenheidsstaat zou voltooien. Met frisse tegenwerking van de nazaten van prins Willem V – dat wel.