Dit is enger dan deltavliegen

Ellen de Bruin probeert een nieuw type vakantie uit: de verrassingsreis.

Vier dagen op verrassingsvakantie, voor vierhonderd euro. Meer wist ik niet. Ja, ik wilde de Benelux uit en ik had op de site van verrassingsreisbureau `swingbo' onder meer ingevuld dat ik best eens wilde deltavliegen.

Twee weken voor vertrek komt de eerste post. Een swingbo-multomapje en geperforeerde kaartjes met hints die ik niet begrijp. Een inpaklijst. Bij `misschien nodig' staat `een spannende pyjama'. ,,Swingbo heette dat bedrijf toch?'', vraagt een vriend. ,,Weet je nog, de swingers uit de jaren zeventig?'' `Leuk hè, voorpret!', schrijft het swingbo-team.

In de dagen erna volgen meer enveloppen. Onder meer een kaartje met een bijna tot abstracte kunst gefotoshopte afbeelding van bergen en een meer erop. Twee dagen voor vertrek brengt een koerier een hele stapel enveloppen, met data erop wanneer ze open mogen. Er mogen er al twee. Een reisgidsje van Schotland! Daar wilde ik al graag naartoe. En een overzicht van de reis: dinsdagmiddag vliegen naar Glasgow, vrijdagmiddag terug. Woensdagavond is er een `verrassing in Glasgow stad'. Wat die verrassing is en waar ik dan moet zijn staat vast in een van de enveloppen die nog over zijn. Maar voor vertrek kom ik er niet meer achter. Ik tref wel mijn tickets alvast aan en uitgebreide leuke-dingen-doenlijstjes: allemaal musea, pubs, restaurants en activiteiten die swingbo al voor me getest heeft.

Minder leuke verrassing: de vlucht naar Glasgow heeft drie uur vertraging. Op zich niet erg – op Schiphol zijn altijd grappige mensen te bekijken. Bij de gate raakt een huwelijk in staat van ontbinding omdat de man op de grond op zijn jas blijft zitten snaken terwijl de vrouw nog belastingvrij wil winkelen, verderop probeert een dame zich met bagagekar en al een wc-hokje in te worstelen, bij de cosmetica staat iemand uitgebreid haar handen in te smeren met de tester van een dure antirimpelcrème. Deze tijd is wel door te komen. Maar bij aankomst in Glasgow is het tegen de verwachting in al donker, het regent en ik moet, blijkt, per huurauto naar mijn hotel. Ik rijd vrijwel nooit. En ze rijden hier links. Maar ja, dan ga ik dat toch ook gewoon doen?

Ik wil mijn rugzak op de passagiersstoel zetten. Maar dat is de passagiersstoel niet.

Ik ben een beetje nachtblind, de ramen zijn beslagen en ik mag niet lekker truttig aan de rechterkant van de snelweg gaan rijden, want dat moet links. En ik moet ook al links schakelen. Dit is enger dan deltavliegen. Hoeveel is een `mile per hour' ook weer? Schotten zijn vriendelijke mensen, ze toeteren nauwelijks. Ik hoef gelukkig alleen maar bij de stoplichten na de tunnel rechtsaf en ik ben bij mijn hotel. Maar er zijn geen stoplichten na de tunnel. Er is een klaverblad aan wegen die naar mij onbekende dorpen met vreemd gespelde namen leiden en voor ik het weet sta ik middenin een door eenrichtingsstraatjes gedomineerd stukje Glasgow met allemaal behulpzame Schotten rond mijn auto die helaas niet eens op mijn kaart kunnen aanwijzen waar ik nu ben.

Ik betaal uiteindelijk een taxichauffeur om achter hem aan te mogen rollen naar mijn family hotel: een prachtig groot herenhuis naast een park. De hotelkamer is groter dan mijn woonkamer thuis, de gordijnen zo zwaar dat ik nu even blij ben dat ze al dicht zijn, de handdoeken zo dik dat ze niet tussen mijn tenen passen. De douche is écht antiek – een bizar koper-met-stenen systeem dat desgewenst water van opzij uitspuwt – maar doet het prima. Hotelhouder Richard brengt me, wat lief zijn die Schotten toch, nog een bord avondeten op de kamer, want ik wil nu even de straat niet meer op. (Later zal wel blijken dat ik daar tien pond, ruim zestien euro, voor moet betalen.)

Dan herinner ik me dat ik mijn laatste verrassingsenvelop nog mag openmaken. Ik blijk de volgende avond naar een concert van de Dutch Swing College Band te gaan.

Ik zit in Glasgow en ik ga naar de Dutch Swing College Band! Ja, ik had ingevuld dat ik van jazz hield.

,,Hoe was je vakantie? Waar ben je gewéést?'', vraagt iedereen als ik terugkom. Ook swingbo – er ligt een kaart van ze op de mat.

Tja, ik heb het heel erg naar mijn zin gehad. Echt. De vrouw des hotels had de hele ontbijtkamer volgeborduurd, de botermesjes werden er gedragen door zilveren windhondjes. Alles was te koop, alleen al die foto's van afstuderende kinderen niet. Als ik ook maar even aarzelend uit mijn ogen keek bij het ontbijt, kwam Richard met museumsuggesties of landkaarten op de proppen. Van sommige musea had hij zelfs de catalogi paraat, zodat ik niet per se meer hoefde. In één ervan stond bijvoorbeeld een antieke douche zoals mijn hotelkamer ook had. En als ik echt niet meer kon kiezen, kon ik teruggrijpen op de dobbelsteen die in een van de swingbo-enveloppen zat.

Ik ben – swingbo-tip – vier uur lang met de auto de bergen in geweest en had daar een eenzaam mooi uitzicht op een mistig landschap vol schapen, besneeuwde toppen en meren die loch heetten. De auto is niet geheel schadevrij gebleven. Ik zelf wel.

Ik ben doorgezakt met Glaswegians die me een Schots woord leerden dat ik nooit meer mocht gebruiken. Ze vertelden dat de door swingbo aangeraden pub waar we zaten inderdaad helemaal de `place to be' was, op het moment. In andere door swingbo aangeraden gelegenheden heb ik plakken witbrood met geraspte kaas en zure sla gegeten, maar trof ik ook geroosterde makreel en brood met zongedroogde tomaatjes. In een groot oud museum – ook een tip – werd ik verliefd op een van kippengaas gemodelleerd baviaantje en op een schilderij met een slapeloze witte hond als in een gedicht van Levi Weemoedt.

Bij het knusse optreden van de Dutch Swing College Band, ten slotte, heb ik in mijn eentje de gemiddelde leeftijd van het publiek met dertig jaar verlaagd. Ook mocht ik na afloop op de foto met de zanger van het eveneens optredende Pasadena Roof Orchestra. ,,I need proof that I was here'', verklaarde ik. De zanger: ,,Who are you trying to convince?''

En die spannende pyjama heb ik gelukkig helemaal niet nodig gehad.