De meest uitgeleende

Streekromanschrijfster Henny Thijssing-Boer werd vorige week gelauwerd in Groningen.

Tussen de vijf en zes miljoen exemplaren van haar boeken gingen er over de toonbank. Vorige week werd haar 80ste roman gepresenteerd in Groningen en ontving ze een erepenning van de Groningse commissaris van de koningin Alders. Ze staat al jaren op één in de uitleentoptien van Nederlandse bibliotheken. Henny Thijssing-Boer (1933) uit Groningen is de onbetwiste `Koningin van de streekroman'. Een eretitel? ,,Ach ja, leuk. Ik ben heel nuchter.''

Ze schrijft twee à drie boeken per jaar – ze is al aan het 82ste bezig. Vijf dagen per week zit ze te tikken. ,,'s Avonds lees ik het over en ga ik schrappen. Elk boek schrijf je twee à drie keer.'' Als meisje schreef ze al. Verhaaltjes, opstellen op school. Na haar huwelijk met een beroepsmilitair deed ze dat thuis, zonder dat iemand het wist. ,,Andere vrouwen waren aan het breien en naaien, ik was aan het schrijven. Daar voelde ik me schuldig over, want ik dacht dat ik geen goede huisvrouw was.'' In 1976 verscheen haar eerste boek, Als de tijd daar is. Haar dochter had haar aangeraden het naar een uitgever te sturen.

Hedendaagse thema's schuwt ze niet. Een van haar boeken gaat over twee lesbische vrouwen, een ander over een getrouwde man die er na negen jaar huwelijk achterkomt dat hij homo is. Maar ze wil geen literatuur schrijven, zegt ze. Ze leest wel eens literatuur. ,,Zo'n boek dat enorm wordt aangeprezen, maar als ik het uit heb, denk ik vaak: nou, nee. Dan valt het tegen.'' Nee, namen wil ze niet noemen. Haar grootste wens? ,,Ooit een kinderboek schrijven.'' Dat zal er wel van komen, want Henny Thijssing-Boer schrijft door zolang ze kan.