BYPASS-OPERATIE MET OCTOPUS GEEFT OOK GEHEUGENPROBLEMEN

Een in het Utrechtse universitair medisch centrum ontwikkelde techniek voor het uitvoeren van een bypassoperatie op het hart verlost meer dan negentig procent van de patiënten van hun hartklachten. Het verschil met de gangbare ingreep is dat het hart tijdens de operatie niet stilstaat en er dus geen hart-longmachine wordt gebruikt. De geheugen- en concentratieproblemen die ongeveer 30 procent van de patiënten na een dergelijke operatie ervaart, verdwijnen er echter niet door. En dat was eigenlijk wel verwacht (Journal of the American Medical Association, 20 maart).

Een vernauwde kransslagader van het hart belemmert de bloedvoorziening van de hartspier. Zo'n aandoening veroorzaakt pijn op het hart en vergroot de kans op een (levensbedreigend) hartinfarct. De remedie is vaak een bypass of omleiding. Operatief wordt dan een nieuw bloedvat aangelegd dat de taak van het vernauwde bloedvat geheel of gedeeltelijk moet overnemen. Gewoonlijk wordt daarvoor het hart stilgelegd en neemt een hart-longmachine tijdelijk de bloedsomloop en de ademhaling waar. Dat gebeurt omdat de hartchirurg het nieuwe bloedvat, dat soms maar enkele millimeters wijd is, netjes op het hart moet kunnen aansluiten. Dat lukt vanouds het beste als het hart niet klopt.

Het stilleggen van het hart is niet zonder risico voor de patiënt. Bijna altijd gaat het goed, maar op zoek naar een alternatief ontwikkelden experimenteel cardioloog prof.dr. Kees Borst en cardio-thoracaal chirurg dr. Eric Jansen enkele jaren geleden de Octopus. Dit apparaat zorgt ervoor dat het hart gewoon kan blijven kloppen. Alleen de plaats waar het bloedvat moet worden aangehecht ligt perfect stil. Zo hoopten zij de ingreep minder belastend te maken en ongewenste neveneffecten te verminderen. Eén daarvan is dat patiënten klachten over hun geheugen en concentratievermogen (cognitieve problemen) krijgen. Deze klachten kunnen tot maanden na de operatie aanhouden. Ze worden algemeen geweten aan de zwaarte van de operatie en dan vooral het gebruik van de hart-longmachine. Met de Octopus kon worden nagegaan of dit inderdaad het geval is.

Daarvoor werden 280 hartpatiënten die een bypass nodig hadden op de gebruikelijke manier of met de Octopus geopereerd. Welke ingreep ze kregen werd door het lot bepaald. Alle patiënten werden voor de operatie, en drie en twaalf maanden erna onderworpen aan een serie neuropsychologische testen. Daarbij bleek dat de patiënten die met de Octopus-techniek waren behandeld er na drie maanden cognitief gemiddeld wat beter aan toe waren. Een jaar na de ingreep was er echter geen meetbaar verschil tussen beide groepen patiënten. Dat kan betekenen dat het gebruik van de hart-longmachine slechts voorbijgaande geheugenschade aanricht, maar ook dat de cognitieve schade van de ingreep niet wordt goedgemaakt door deze patiëntvriendelijker operatietechniek.