`Al die regels, gék word ik ervan'

Naar schatting 300 boeren- gezinnen verhuizen jaarlijks naar het buitenland. Velen hebben de buik vol van de regelgeving. Maar emigreren met het bedrijf is duur.

Melkveehouder Arni Schut weet het zeker: in Nederland kun je niet boeren. ,,Boeren worden overal in tegengewerkt. Dit land is ons liever kwijt dan rijk.''

Begin april verhuist Schut met vrouw en kinderen naar Canada. Over een boerderij beschikt hij nog niet. Over vee evenmin. Alleen over de garantie van een Nederlandse melkveehouder in Alberta dat het vierkoppige gezin ,,voor onbepaalde tijd'' op diens erf mag wonen.

Zo'n onzeker toekomstscenario zou menigeen slapeloze nachten bezorgen. Schut niet. ,,Welnee. We gaan na aankomst gewoon toeren met het hele gezin, alles wat te koop staat bekijken. We twijfelen nog een beetje tussen varkens en kippen, maar ach, dat wijst zich vanzelf.''

Schuts laconieke houding is deels te verklaren uit zijn slechte ervaringen met het Nederlandse landbouwbeleid. Alles beter dan dit, lijkt hij te denken. Zo zag de melkveehouder zijn opbrengsten de afgelopen jaren flink dalen, terwijl de kostprijs steeds verder toenam. ,,Dan ben je als boer dus genoodzaakt te groeien. Maar hoe kun je groeien als er nauwelijks grond is? Of alleen peperdure grond.'' Hij zucht. ,,En wat te denken van de strenge Nederlandse regelgeving. Neem die nieuwe mineralenboekhouding, die agrariërs verplicht hun stikstof- en fosfaatgebruik bij te houden. Je wordt gedwongen minder mest te gebruiken, waardoor je opbrengsten dalen. En dus heb je meer grond nodig, maar die is er niet. Nou ja, zo kan ik nog wel even doorgaan.''

Ook varkensboer Jan Jaap Huisman is slecht te spreken over het Nederlandse landbouwbeleid. ,,De ene regeling is nog niet ingevoerd, of de volgende ligt alweer op stapel. Gék word je ervan.'' In november vorig jaar verhuisde de jonge Groninger met zijn vriendin naar het Duitse Seghorn, op ruim honderd kilometer van zijn ouderlijk huis.

,,Duitsland was niet onze eerste keus,'' geeft Huisman onmiddellijk toe. Maar in zijn geboorteland kreeg Huisman te maken met de nieuwe welzijnswetten, die grotere ruimtes voor varkens voorschrijven. Verder moest hij varkensrechten betalen en een mestafzetcontract afsluiten. ,,Voor een soortgelijk bedrijf in Nederland moest ik een miljoen meer neertellen. Dat weiger ik.''

De verhalen van Schut en Huisman staan niet op zichzelf. Uit een rondgang langs emigratiedeskundigen en makelaars blijkt dat zo'n driehonderd boerengezinnen jaarlijks de grens oversteken; twintig procent meer dan vijf jaar geleden. Nog eens vier- à vijfduizend boeren zouden zo'n stap serieus overwegen. Niet zozeer uit avontuurlijke overwegingen – al komt dat zo nu en dan wel voor – maar omdat de voortzetting van hun bedrijf in Nederland gevaar loopt. Ruim tweederde van de geëmigreerde boeren is melkveehouder, tien tot vijftien procent is akkerbouwer, acht procent is varkenshouder en eenzelfde percentage is pluimveehouder.

Van de twaalfhonderd Nederlandse boeren die sinds 1990 emigreerden, vertrokken er vijfhonderd naar Denemarken, een land met veel subsidiemogelijkheden voor startende ondernemers. Driehonderd boeren vertrokken naar Canada, waar de investeringskosten voor grond en quotum veel lager liggen dan in Nederland. Andere populaire bestemmingen zijn Duitsland, Frankrijk, Nieuw Zeeland, Australië, de Verenigde Staten, Portugal en de vroegere Oostbloklanden Tsjechië, Roemenië en Hongarije. Een enkeling trok naar Kenia of Zuid-Afrika.

Ieder land heeft zo zijn voor- en nadelen. Zo zijn de grondprijzen in de Verenigde Staten doorgaans laag, maar is het voor boeren vrijwel onmogelijk aan een permanente verblijfsvergunning te komen. Ook in Duitsland betalen boeren relatief weinig voor grond en de veebezetting is er lager, maar varkenshouders krijgen wél te maken met de Tierseuchenkasse, een heffing waaruit bij calamiteiten, zoals varkenspest, kosten worden betaald. In Polen en Hongarije mogen buitenlanders wel bouwkavels kopen en bedrijven starten, maar (nog) geen landbouwgrond kopen.

Boeren die door de bomen het bos niet meer zien, kunnen zich wenden tot een van de tientallen agrarische bemiddelingsbureaus die Nederland heeft. Ze krijgen hulp bij het aanvragen van een visum, het berekenen van hun stakingswinst en de verkoop van hun boerderij. ,,Maar ten minste zo belangrijk zijn de leefomstandigheden in het beoogde emigratieland'', zegt Jan Emmens, die voor LTO-vastgoed boeren met emigratieplannen adviseert. ,,Zijn er voldoende scholingsmogelijkheden, hoe is de gezondheidszorg, het verenigingsleven, zijn er veel kerkgenootschappen, kun je er gemakkelijk integreren? Het zijn allemaal zaken die wij de revue laten passeren.'' Zijn zienswijze lijkt te worden ondersteund door de terugkeercijfers. Naar schatting tien procent van de emigraties mislukt omdat boeren niet kunnen aarden in hun nieuwe thuisland.

Steeds meer boeren lijken er evenwel van doordrongen dat een emigratie staat of valt met gedegen voorbereiding. Dat valt onder meer af te leiden uit het aantal bezoekers van Emigraria, de jaarlijkse emigratiebeurs voor boeren in Zwolle. Kwamen twee jaar geleden nog 2.500 boeren en tuinders op de beurs af, dit jaar waren het er 4.000. ,,Hele gezinnen togen langs de stands om zich te laten informeren over het onderwijs of de kraamzorg in bepaalde landen,'' vertelt organisator Renate Ouweneel. Naar schatting de helft van de bezoekers had volgens haar concrete plannen om te emigreren. Van de beoogde emigratielanden was Canada veruit favoriet, gevolgd door Nieuw Zeeland, Denemarken en de Verenigde Staten.

Toch worden lang niet alle emigratieplannen uitgevoerd, zegt Geu Siebenga, directeur van de afdeling Agrarische Bedrijven van ABN Amro. ,,Ieder jaar weer moeten we vele tientallen boeren teleurstellen die financieel advies willen in verband met een emigratie. Gewoon, omdat hun plannen niet haalbaar zijn. Want om zo'n stap te kunnen zetten, heb je veel eigen vermogen nodig. In sommige landen zelfs veertig tot vijftig procent van de totale investering.''

De boeren die wél grote geldbedragen kunnen ophoesten zijn volgens Siebengaveelal uitgekocht door de staat. ,,Dankzij de Betuwelijn, de HSL-lijn of een stedebouwkundig plan krijgen zij de kans een nieuw leven te beginnen. In zo'n geval telt de commerciële dagwaarde, dat tikt behoorlijk aan. Maar ja, hoeveel boeren valt zoiets in de schoot? Het blijft een minderheid.''