Zonder peddel ronddrijven

`Atanarjuat' is de eerste speelfilm die is gemaakt door Inuit uit arctisch Canada. `We willen onze eigen geschiedenis eren.'

Twee rubberen voeten bungelen aan een plankje. Een medewerker van Isuma Film Productions uit het arctische dorp Igloolik pakt ze op en speelt ermee. Met behulp van die nepvoeten kon acteur Natar Ungalaaq de kou trotseren van de gescheurde ijsvlakte van Foxe Basin. In een van de spannendste scènes van de film Atanarjuat, the fast runner rent hij naakt over het ijs. Halfverscholen achter het raam van het besneeuwde houten gebouw van Isuma hangt een poster van het Filmfestival Cannes, waar de verfilmde legende vorig jaar mei de Camera d'Or won voor het beste debuut.

Februari 2002, normaliter de koudste maand in Igloolik. Als ik op bezoek ben is het `mild': -28 graden, verkwikkende kou dankzij de droge lucht en een wolkenloze hemel. Behalve die Cannes-poster lijkt buiten niets erop te wijzen dat dit in blauw licht gehulde dorpje in Noord-Canada de plek is waar de eerste onafhankelijke lange speelfilm gemaakt door de Noord-Canadese Inuit, Atanarjuat, is gemaakt. Her en der rijden sneeuwscooters, soms naar de keet-achtige supermarkt Co-op, soms naar het bevroren zoute water, om op jacht te gaan of om de honden te verzorgen. De raven, in groten getale aanwezig, pikken op een colablikje.

Het productiebedrijf Isuma heeft sinds 1989 vele korte films gemaakt met en over de Inuit uit Igloolik. Het dorp ligt op een eiland in de noordelijke Baffin-regio in het uitgestrekte Nunavut, een territory dat sinds 1999 zelfbestuur kent voor zo'n 28.000 inwoners. In heel Nunavut is slecht 21 kilometer autoweg aangelegd. Iglooliks populatie is gemiddeld voor een dorp in Nunavut: bijna 1.300, waarvan 93 procent Inuit (eskimo's). In de jaren zeventig stemde een meerderheid nog tegen de komst van radio en televisie in Igloolik, nu staat in elke huiskamer de tv continu aan. Vissticks en elektrische tandenborstels zijn gemeengoed.

Voor de opnames van Atanarjuat zetten cast en crew, bijna allemaal inwoners van Igloolik, hun nieuw verworven comfort lange tijd opzij en trokken ze naar de omringende toendra, die dienst deed als één grote filmset. De Inuit-regisseur Zacharias Kunuk (1957) overlegde veel met de oudere acteurs, die vaak beter wisten of het barre land begaanbaar was. ,,We leefden in het ritme van een jagerskamp, en sliepen met zijn vijven in een tent die werd verwarmd door kerosinebranders. Vroeger zou men zeehondenvet hebben gebruikt. We hadden jagers in dienst die ons van vers vlees voorzagen. In de zomer draaiden we vooral 's avonds en 's nachts, omdat de zon dan niet ondergaat en je zo het mooiste licht krijgt. In april kon je soms door de stormen de sneeuw niet meer van de lucht onderscheiden. Op die manier kregen we wel een beter idee hoe onze eigen ouders en grootouders op de toendra leefden, nog maar zo'n vijftig jaar geleden. Daarom hebben we de film ook gemaakt: om aan onze kinderen en kleinkinderen te laten zien wat er in korte tijd verloren is gegaan, vanuit ons eigen gezichtspunt.''

Nieuwkomers

Sylvia Ivalu speelt in de film de mooie vrouw Atuat om wie twee mannen vechten, als vanouds op leven en dood. Zij behoort tot de generatie die tussen de moderne tijd en het nomadenleven van haar ouders zweeft. ,,In de jaren vijftig werden de nomadische Inuit door de Canadese overheid gedwongen om in dorpen te leven, met alle sociale catastrofes vandien'', vertelt ze op haar huidige werkplek, het overheidsdepartement van Transport. ,,De nieuwkomers maakten misbruik van onze ongeschoolde ouders, die bang werden gemaakt met verhalen over de hel en plotseling de overheidsregels moesten volgen. Veel gezinnen werden uit elkaar gerukt. Soms denk ik wel eens dat de Canadezen en de missionarissen nooit hadden moeten komen. Maar eerlijk gezegd zou ik mijn douche en verwarming ook niet willen missen.''

Restanten van het oude nomadenleven en hedendaags comfort gaan hand in hand in mijn gastgezin. Vader Pauloosie Qulitalik is medeoprichter van Isuma en naast acteur ook jager. Moeder Mary is lerares in Inuktitut, de taal van de Inuit, en acteerde in een aantal reconstructies van het nomadenbestaan in de schitterend observerende tv-serie Nunavut (Our Land). Mary en Paul zijn opgegroeid op de toendra en kwamen in 1967 gedwongen naar Igloolik. Mary mist dat oude leven. Ze komt nog geregeld de huiskamer binnenlopen met een stuk kariboe of walrus dat ze snijdt met haar ulu, een halvemaans vrouwenmes, terwijl ze naar haar favoriete soap All My Children kijkt. Haar dochter Lizzie draagt een enkel keertje een traditionele jas, met een grote capuchon waar ze haar zoontje in kan doen, maar daaronder blijft ze gewoon haar baseballpet en Adidas-trainingsbroek dragen. Lizzie en haar vriend Michael, kassier bij de supermarkt, weten niet veel van de oude levenswijze van hun ouders en daarmee behoren zij tot de vele jongeren voor wie Isuma zijn films maakt.

Videokunstenaar en Isuma-producent Norman Cohn opereert sinds kort vanuit Montreal maar heeft lange tijd in Igloolik gewoond. Hij ziet overeenkomsten met de eeuwenoude legende van Atanarjuat, waarin een hechte nomadenfamilie uiteen dreigt te vallen door toedoen van een vete, en de huidige situatie in de arctische dorpen waar de Inuit-cultuur onder vuur ligt. De sociale problemen zijn groot in de meeste Inuit-dorpen. Zo had Igloolik in 2000 met 41 procent het hoogste werkloosheidscijfer van Nunavut. Op het prikbord van de supermarkt hangt een groot papier met `Be alive' erop, gevolgd door een telefoonnummer dat potentiële zelfmoordenaars van hun voornemen moet afbrengen.

,,Toen ik pas in Igloolik kwam hield ik me vooral bezig met de vraag hoe we deze getraumatiseerde mensen weer dichter bij elkaar konden brengen'', zegt Cohn. ,,Maar je moet niet vergeten dat Igloolik eigenlijk een kunstmatige gemeenschap is, verzonnen door de Canadezen. De verschillende nomadenfamilies leefden vroeger ook los van elkaar. En elke maatschappij heeft de overgang van de 19de naar de 20ste eeuw moeten maken, dus dat mag geen excuus zijn voor de huidige werkloosheid, alcoholproblemen en zelfdoding. Die zijn het gevolg van een nationaal trauma, veroorzaakt door het uiteenvallen van de gezinnen en het seksueel misbruik door priesters, dominees en leraren die de Inuit vanaf de jaren vijftig hebben gehersenspoeld. Hele generaties drijven daardoor rond zonder peddel.''

Dorpsfeestje

Zoals altijd het geval is met generalisaties rond een bevolkingsgroep, zijn er genoeg voorbeelden die het beeld van desolate dorpen vol eenzame alcoholici tegenspreken. In huize Qulitalik rinkelt de telefoon voortdurend, er is altijd wel een dorpsfeestje in de sporthal en geregeld komt er een onaangekondigde gast met zware laarzen langs die de krakende deurpost in een vrieskistdamp hult. Die stigmatisering van `zielige eskimo's' kan de Canadese overheid zelfs in de kaart spelen, omdat zij gebaat is bij het idee dat de Inuit eigenlijk niet zelfstandig kunnen zijn en niet in staat zijn om hun waardevolle grondstoffen te beheren. Isuma wil de Inuit weer zelfrespect bijbrengen en fungeert zodoende als een sociaal activistische filmersgroep. Zacharias Kunuk en Norman Cohn beschouwen zichzelf in eerste instantie als kunstenaar, maar zien video ook als een krachtig politiek instrument. ,,Wij vormen de broodnodige oppositie tegen de regering van Nunavut, die gevormd wordt door leden die allen deel uitmaken van dezelfde partij.''

De premier van Nunavut, Paul Okalik, is erg in zijn nopjes met Atanarjuat. Hij is net terug van een Canadese handelsmissie naar Duitsland, waaraan ook actrice Sylvia Ivalu deelnam. Okalik ziet de film vooral als promotiemiddel voor Nunavut. ,,Dankzij het internationale succes van Atanarjuat kan de rest van de wereld kennismaken met de Inuit-cultuur. Nunavut is in het leven geroepen om onze cultuur en taal in stand te houden. We willen onze eigen geschiedenis eren, en dat is precies wat Atanarjuat doet.'' Okalik zegt de filmproductie in Nunavut te ondersteunen, maar kan geen concrete acties noemen waaruit blijkt dat de overheid de filmproductie daadwerkelijk stimuleert. ,,Er is veel werk te doen maar we gaan de goede kant op'', zegt hij optimistisch.

Norman Cohn bekijkt de plotselinge filmliefde van de premier met argusogen. ,,Eerst hebben we een jaar moeten vechten om de oneerlijke verdeling van subsidiegeld bij te stellen: Engelse films kregen van het Canadese Telefilm 64,5 procent van het subsidiebudget van 200 miljoen Canadese dollar, de Fransen kregen 34,5 procent, zodat er maar 1 procent overbleef voor de Inuit-film. Per Inuit-film was ook nog eens een plafond van 250.000 dollar vastgesteld, gebaseerd op het budget van korte televisieprogramma's. Vervolgens trekt de Nunavut-overheid zich plotseling terug door te beweren dat ze geen geld beschikbaar kan stellen voor bedrijven met een winstoogmerk zoals Isuma. Op die manier worden we gedwongen om buiten Nunavut te gaan werken. En nu gebruikt de overheid onze film om hun eigen doelstellingen mee te promoten. Ik weet niet meer wie ons steunt en wie ons besteelt.''

Orale cultuur

Atanarjuat wordt gezien als een mijlpaal omdat het de eerste lange speelfilm is die gemaakt is door de Noord-Canadese Inuit. Decennia lang werden er vooral films gemaakt over de Inuit. Volgens het officiële rapport van The Government Activities In The North uit 1961 zijn in dat jaar bijvoorbeeld de volgende films gemaakt: People Of The Rock, over de `integratie van Eskimo's in een geïndustrialiseerde omgeving', en Building In The North, over `succesvol bouwen'. De promotiefilms moesten de gedwongen verhuizingen versoepelen en werden in de Noord-Canadese gemeenschappen vertoond op 16mm-projectoren die geleend waren van de Canadese overheid.

Een andere mijlpaal is het scenario dat binnenkort in het Inuktitut zal worden uitgegeven. Oorspronkelijke literatuur geschreven in die taal is zeldzaam. Tot honderd jaar geleden kenden de Inuit alleen een orale cultuur. Het waren de missionarissen die de geschreven taal invoerden, syllabische tekens gebaseerd op steno. Pas na twintig jaar is dit gestandaardiseerd. Er wordt wel eens wat vertaald in het Inuktitut, maar oorspronkelijke literatuur wordt amper gepubliceerd. Het eerste boek wat Zacharias Kunuk dan ook las was Dribbel in het Engels. Kinderen groeiden op met Harlequin-romans, die ze leenden van de priester en verpleegster. Je zou kunnen zeggen dat ze in Igloolik bijna direct van een orale naar een visuele cultuur zijn overgestapt.

De Schotse wetenschapper John McDonald, zo'n twintig jaar werkzaam in het Igloolik Research Centre, is al jaren bezig om verhalen van ouderen op papier te zetten en zo hun verdwijnende cultuur te archiveren. Ook adviseerde hij over de authenticiteit van de filmattributen van Atanarjuat, met name de kajak, zijn grote passie. ,,Om eerlijk te zijn zie ik geen verschil tussen wat ik doe met mijn Oral History Archive en wat Isuma heeft gedaan met hun bewerking van de legende. Allebei hebben we uit monden van ouderen een verhaal opgetekend.''

Een van die gerespecteerde `elders', Kathryn, is net overleden. Zij speelde mee in Kabloonak, een reconstructie van de klassieke documentaire Nanook of the North uit 1921. Een groot deel van haar leven heeft ze in een kamp buiten het dorp gewoond. Ze is op een zondag gestorven, maar de zaterdag erop is ze nog steeds niet begraven. Er is een sneeuwstorm opgestoken in Igloolik en die heeft het tijdelijk weer even voor het zeggen.

`Atanarjuat, the fast runner' is te zien in zeven filmtheaters. De serie `Nunavut' (Our Land) wordt vanaf 2 april vertoond in het Amsterdamse filmtheater Rialto, in het programma La notte di Rialto.

Mijn gastvrouw Mary komt geregeld de huiskamer binnenlopen met een stuk kariboe of walrus

`Met deze film kunnen we onze kinderen laten zien wat er in korte tijd verloren is gegaan'