Ze kwamen voor de zee

Nannerl Mozart, het zusje van Wolfgang Amadeus, zag in 1766 tijdens het bezoek van de twee Salzburgse wonderkinderen aan Holland een `merr-hund' in `Chevelingen', aldus haar notitieboekje. Ook de tienjarige Mozart zelf zal die zeehond in Scheveningen hebben gezien. Maar het is niet helemaal uitgesloten dat hij tijdens Nannerls uitstapje naar het strand componeerde aan de feestmuziek voor de viering van de meerderjarigheid van prins Willem V en diens installatie als erfstadhouder.

`Mozart aan het Hollandse strand' zette een trend voor het verblijf hier van generaties buitenlandse componisten. In Componisten op bezoek in Nederland vinden we Mendelssohn en Verdi terug in Scheveningen. Massenet componeerde zijn opera Manon in Den Haag en heeft ook ongetwijfeld Scheveningen bezocht, net als de 12-jarige Beethoven, toen hij in 1783 in Den Haag optrad voor dezelfde stadhouder Willem V. Sibelius zwom in de Zuiderzee, die ook Mahler ging bekijken. Schönberg verbleef in Zandvoort, net als Ludwig Spohr en Alban Berg.

Rond de bezoeken van 72 componisten tussen 1609 (Samuel Scheidt) en 1988 (John Cage) vertelt Van der Zanden tal van wetenswaardigheden en anekdotes, die niet eerder op deze wijze zijn samengebracht. Ze tonen veelal de internationale beroemdheden in het kleine land aan twee zeeën, waar wij Hollanders ook in hun aanwezigheid vooral onszelf bleven. Dat komt in deze anekdotes meestal neer op een mengsel van onwetendheid en neerbuigendheid, daarin soms voorgegaan door de Oranjes. Zo vroeg prins Frederik aan Robert Schumann, echtgenoot van de beroemde pianiste Clara Schumann, of hij ook muzikaal was. Beroemder nog is de anekdote over koningin Juliana, die in 1952 in de Ridderzaal tegen Stravinsky zei dat ze zo van zijn muziek hield. Toen Stravinsky vroeg welk stuk ze het mooiste vond, bleef ze hem het antwoord schuldig.

Uiteraard waren we vroeger ook tegenover componisten erg op de penning en zuinig met honoraria. Zo zijn er klachten over geldklopperij van vader Mozart, Beethoven en Liszt (`Ik ben blij Holland te kunnen verlaten'). Stravinsky nam wraak en zei in Den Haag tegen Holland Festival-voorzitter Reinink bij het bestellen van een kopje koffie: `You pay, I poor composer! The world will pay me back what they didn't pay to Bartók and Mozart.'

Het is allemaal aardig om te lezen, al wenst men her en der wat meer informatie. Maar de selectie van feiten en de vaak wat meewarige verteltoon past ook al te vanzelfsprekend bij het Calimero-beeld dat wij hebben van Nederland in de internationale muziekwereld: zij zijn groot en wij zijn klein. Niettemin, de Engelse muziekkenner Charles Burney (1726-1814) was na zijn bliksembezoek aan ons land heel lovend over sommige orgels, organisten en beiaardiers. Wel klaagde hij over te veel carillons en al die vrolijke muziek op straat. Voor sommige buitenlanders èn Nederlanders is het hier ook nooit goed.

Jos van der Zanden: Componisten op bezoek in Nederland. De Prom, 224 blz. € 15,98