Wie Sándor Márai werkelijk was

Sinds de Italiaanse uitgeverij Adelphi in 1998 met een vertaling kwam van de roman Gloed, beleeft de Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989) in de hele westerse wereld postume triomfen. Van het uit 1941 daterende boek werden de afgelopen jaren honderdduizenden exemplaren verkocht. Zelfs in Nederland staat het al maandenlang in de top-tien, wat uitzonderlijk is voor een boek van een dode, buitenlandse schrijver.

Het succes van Gloed heeft vooral in Duitsland tot een heuse Márai-golf geleid.Tal van werken van de Hongaarse schrijver worden er tegenwoordig in prachtbanden heruitgegeven. Ongetwijfeld heeft dit te maken met het feit dat de romans van Márai een wereld vertegenwoordigen die nog altijd tot de verbeelding spreekt: die van de Bildungsbürger uit de landen van de (voormalige) Habsburgse monarchie. Niet voor niets wordt Márai over een kam geschoren met grote schrijvers als Joseph Roth, Stefan Zweig en Robert Musil.

De Duitse uitgever Piper heeft nu een fotobiografie van Márai gepubliceerd, waarin die wereld van de vooroorlogse haute bourgeoisie in Hongarije tot leven wordt gewekt. In de eerste plaats gebeurt dit aan de hand van tal van mooie foto's uit Márais nalatenschap, zoals van statige huizen met interieurs die getuigen van liefde voor kunst en cultuur, van families die nog weten hoe ze zich elegant moeten kleden en van grands cafés waar zich het culturele leven van die tijd afspeelt.

De uitvoerige biografische informatie die de foto's vergezelt is echter veel interessanter. Zo komt uit de getuigenissen van vrienden en familieleden een veel genuanceerder beeld van Márai naar voren dan uit diens dagboeken en de autobiografische roman Bekentenissen van een burger valt op te maken. Ook wist ik niet dat Márai in 1918 een radencommunist was en zich op die manier afzette tegen het milieu dat hij later zo grenzeloos zou bewonderen.

De fotobiografie besteedt ruimschoots aandacht aan de jaren na Márais vlucht uit Hongarije in 1948. Het is het begin van een nieuwe periode in zijn leven, waarin Márai verandert van een gevierd auteur in een rusteloze balling die afwisselend in Italië en Amerika woont en alleen nog door een klein publiek wordt gelezen. Zijn dagboekaantekeningen uit die tijd verraden een ongekend cynisme en een verlangen naar de `betere' wereld van vóór 1940. Het verbaast dan ook niet dat het verrassendste deel van deze biografie over die vooroorlogse jaren gaat. Zo blijkt bijvoorbeeld dat Márai in 1933 aanwezig was bij Hitlers beroemde toespraak in het Berlijnse sportpaleis. Over het gebral en gejoel van de Führer en diens bewonderaars schreef hij vervolgens een artikel in een Hongaarse krant waarin hij opmerkte dat zo alleen `derwisjen en mensen brullen die dodelijk vertwijfeld zijn'. Het is een zin die getuigt van een scherp inzicht in de dwalingen van de menselijke geest en je doet verlangen naar een uitgave van al Márais verzamelde krantenartikelen.

Ernö Zeltner: Sándor Márai. Ein Leben in Bildern. Piper, 229 blz. € 29,75