Vroeger is verdwenen

Op een nogal zotte foto in De musealisering van het platteland poseert een hedendaags bruidspaar in vol ornaat, hurkend in een klein betegeld keldertje met op de achtergrond een plank met weckpotten. Het is het keldertje onder de opkamer van de Meierijsche museumboerderij, die in de Brabantse gemeente Bernheze een geliefde locatie vormt voor trouwreportages.

In juni 1975 werd de voormalige boerderij van de familie Sigmans in wat toen nog Heeswijk heette, officieel geopend als een begin 20ste-eeuwse museumboerderij. De plaatselijke VVV had het initiatief genomen, de gemeente droeg bij aan het `terugrestaureren' en vrijwilligers hielpen enthousiast mee. Zo was weer een ouderwetse potstal gemaakt waar nog maar tien jaar daarvóór een modernere grupstal was aangelegd. Ook waren de bakstenen buitenmuren voorzien van platvolle grijze portlandcementvoegen, een onzalige ingreep.

Dit gedenkboek bij het kwart-eeuwfeest van de museumboerderij is een veelzijdig portret geworden van een Brabants boerenhuis – van toen het nog gewoon een boerenhuis was èn nadat het een museale bestemming had gekregen. Die sociologisch getinte benadering is kenmerkend voor de gemoderniseerde volkskunde zoals die wordt belichaamd door de in 2001 benoemde Amsterdamse hoogleraar in dat vak, Rooyakkers.

Het geloof in een mythische oorspronkelijke toestand die met veel moeite kan worden gereconstrueerd, is verdwenen. De nieuwe volkskunde beziet met distantie het heilige geloof in `authenticiteit'. Daarom gaat het in dit boek ook over de behulpzame dorpsgenoten die dorsvlegels, lepelrekken en devotiebeeldjes leverden, en over de nieuwe schuur in oude vorm – maar waarschijnlijk niet de goede vorm, en niet op de juiste plaats: allemaal blijken van goede bedoelingen en veel geschipper tussen wat haalbaar, wat `authentiek' en wat praktisch noodzakelijk is.

Naast Rooyakkers' bespiegelingen over het moderne denken over het platteland als ideaalbeeld en toeristisch-recreatief product is een van de leukste hoofdstukken dat van Renate van de Weijer, `Een huis als herinneringsmachine'. Het is de neerslag van een gesprek met de `kinderen' Sigmans, nu tussen de zestig en zeventig jaar oud, over hun jeugd op deze boerderij waar het tienkoppige gezin leefde van de opbrengst van 7,5 hectaren land. Waar iedereen sliep, hoe koud het was, over wasdag, uienlucht en sopketel.

Het zijn herkenbare, vermakelijke verhalen die extra doen voelen hoe vreemd het is als een huis waar mensen van vlees en bloed hebben gewoond, vervolgens een soort archetype wordt, een algemeen geldige boerderij-van-vroeger. Alsof je de film van het leven zou kunnen stopzetten en terugdraaien tot – ja tot waar? Nu het concept van een `oorspronkelijke toestand' is afgeschaft, begint het woord `vroeger' ineens hol te klinken. Wat overblijft is een toeristische attractie waaraan bezoekers en plaatselijke vrijwilligers plezier beleven. Dat is natuurlijk ook wat waard.

Gerard Rooyakkers, Anneke van Lierop & Renate van de Weijer (red.): De musealisering van het platteland. De historie van een Brabants boerenhuis. SUN, 187 blz. € 22,50 (geb.)