Van simpel idee tot miljoenenkrediet

In Bangladesh groeide een simpel idee over kleine leningen uit tot een miljoenenbedrijf. Maar het idee raakte vergeten. Daarom terug naar het uitgangspunt, terug naar de vrouwen.

Vierentwintig vrouwen in gehurkte houding vullen de vloer van een huisje in een sloppenwijk in het noorden van Dhaka. Sommigen hebben het hoofd van een kindje onder een handdoek verstopt, opdat de buitenstaander de borst tijdens de voeding niet ziet. De muren van het huis zijn behangen met stukken bruin papier en plaatjes van oude kalenders. Een ventilator houdt de vliegen weg en van buiten komt de lucht van open riolen, maar dat went.

Op een bepaald moment staan de vrouwen op, brengen een saluut uit naar de enige vrouw die op een stoel zit en scanderen luidkeels iets wat op een gelofte lijkt. Ze halen bundels bankbiljetten te voorschijn, die verborgen waren in de blouse. Veel biljetjes van 2 taka (4 eurocent), enkele van 10 taka. Een voor een overhandigen ze het geld aan de mevrouw op de stoel. Zij telt, tekent beduimelde boekjes af en doet de bundels biljetten achteloos in een katoenen tas.

De banktransactie is geschied. Zo gaat dat in Bangladesh, al sinds 1976. Men zegt dat in dat jaar een zekere professor Mohammed Yunus in een dorp de bedelares Sufiya tegenkwam. Waarom ze bedelde, vroeg Yunus, waarom ze geen werk zocht. Sufiya vertelde dat ze bamboekrukken kan maken, maar dat ze het geld niet heeft om een bedrijfje te beginnen. Hoeveel ze nodig had? Omgerekend iets meer dan 25 dollar.

De professor moest de neiging onderdrukken om haar dat bedrag uit eigen zak te geven. Hij ging naar de volkskredietbank van Bangladesh en vroeg of die aan Sufiya het geld wilde lenen. Onmogelijk, zei de bank, wat voor onderpand had Sufiya? Aan Yunus wilden de bank wel een lening geven, het tienvoudige zelfs, hij was immers professor.

,,Wegens mijn status gaat u ervan uit dat ik betrouwbaar ben'', zei Yunus.

,,En wegens Sufiya's status is ze per definitie onbetrouwbaar?''

,,Professor Yunus'', was het antwoord, ,,betrouwbaarheid moet iemand zich kunnen veroorloven. Sufiya is te arm om eerlijk of verantwoordelijk te kunnen zijn.''

Uit het bestrijden van die opvatting werd zijn droom geboren. Hij begon zelf een bank, leende aan de armen, met name aan plattelandsvrouwen die een eigen bedrijf wilden beginnen, kleine bedragen tussen de 25 en 100 dollar, en eiste dat zij de lening terugbetaalden, met rente. Het microkrediet was uitgevonden.

Yunus noemde zijn bank `Grameen', Gram voor dorp, in het Bengaals – dorpelingen voor elkaar. De Grameen Bank groeide uit tot een miljoenenbedrijf en de oplossing voor het probleem van het onderpand was even simpel als doeltreffend: een lening bij Grameen Bank kan niet individueel worden aangevraagd. Je moet vier partners verzamelen en als er een niet terugbetaalt, wordt de hele groep gestraft: geen van de vijf personen komt dan nog in aanmerking voor een volgende lening. Het is een vorm van sociale controle, een `sociaal onderpand', met als resultaat dat 98 procent van de cliënten de lening keurig aflost.

De Grameen Bank, `de droom van Yunus', is nu wereldberoemd en in veel landen gekopieerd. Maar het systeem stuit op moeilijkheden: cliënten klagen over de harde commerciële aanpak en de hoge rente.

Met twee miljoen cliënten en bijna vijfduizend bankfilialen ontstaan enorme managementproblemen. En gaan de armen er wel echt op vooruit? Worden ze zelfstandiger, of juist afhankelijker, van de bank met name?

Humaira Islam, een vrouw die haar proefschrift schreef over `de droom van Yunus', kwam tot de conclusie dat het domweg over moest. Terug naar de nadruk op vrouwen. Zij stichtte haar eigen bank. [Vervolg BANGLADESH: pagina 13]

BANGLADESH

'Wij willen dat vrouwen de rug rechthouden'

[Vervolg van pagina 9] Humaira's vader was een hoge ambtenaar tijdens het Britse koloniale regime. Hij stuurde zijn kinderen naar Engelstalige scholen en leerde ze westerse waarden aan. Humaira had kort haar, droeg westerse kleding, was niet gelovig, studeerde en gaf iedereen zonodig een grote mond. Totdat ze trouwde met een man die ook liberaal overkwam, maar tot een uiterst conservatieve islamitische familie bleek te behoren. Het was een ware cultuurschok, de overgang van moderniteit naar traditie, waarin ze de mannen in de uitgebreide familie van haar man niet recht in de ogen mocht kijken en van haar schoonmoeder te horen kreeg dat ze als vrouw nu eenmaal een onwaardig wezen was.

Ze huilde maanden achtereen en haar echtgenoot, zachtaardig van karakter en zelf goed opgeleid, stimuleerde haar om heimelijk haar opleiding voort te zetten enhaar proefschrift te voltooien. Ze studeerde bij professor Yunus en zag van dichtbij wat er mis ging bij de Grameen Bank. Met vijf personen begon ze haar Shakti Foundation, dankzij een bescheiden donatie van Unicef en Nederlandse ontwikkelingshulp.

Tegenwoordig is ze `donor-vrij' en heeft ze 350 medewerkers en meer dan zestigduizend cliënten. Veel groter wil ze niet worden, om niet in dezelfde fuik terecht te komen als de Grameen Bank. Vorig jaar werd omgerekend 9 miljoen dollar uitgeleend (gemiddeld 140 dollar per persoon) en 8 miljoen aan aflossingen geïnd. De opbrengst uit investeringen was echter 2 miljoen dollar, waardoor na aftrek van alle kosten toch een winst werd geboekt van meer dan 800.000 dollar.

Toch houdt Humaira Islam vol dat de Shakti Foundation geen bank is, omdat het bij haar niet louter gaat om de leningen, aflossingen, rentes en investeringswinsten. Het gaat primair om zelfstandigheid en zelfbewustzijn van vrouwen. Het gaat erom wie beslist of er nog een kind komt. Wie bepaalt tot welke leeftijd de kinderen, met name de dochters, naar school gaan. Wie de naaimachine koopt en wie de training krijgt om een eigen bedrijf te beginnen. ,,Het gaat om de eigenwaarde van de vrouw in de sloppenwijk'', vat Humaira Islam samen. ,,Zonder zelfrespect is het leven zinloos.'' Hoe is dat te rijmen met dat malle salueren van de vrouwen en het scanderen van de beginselen van de Shakti Foundation? Humaira moet lachen om de vraag. ,,Hier in Bangladesh mogen vrouwen alleen met gebogen hoofd en zacht fluisterend door het leven. Ze mogen dus niet kijken of spreken. Wij willen dat ze de rug recht houden, wat juist gebeurt als je salueert. En dat ze leren hun stem te verheffen, door te roepen: Wij geloven in onze eigen kracht! Je kunt het kinderachtig vinden, maar geloof me, in Bangladesh is het meer dan het naspelen van de padvinderij.''

Voor de 24 vrouwen in het huisje in de sloppenwijk in noordelijk Dhaka is het inderdaad geen padvinderij. Als ze hun wekelijkse aflossing van omgerekend bijna 3 euro per persoon aan de branchemanager van de Shakti Foundation hebben voldaan, vullen ze een formulier in. De vrouwen zijn verdeeld in groepen van vijf, en elke groep moet de andere beoordelen op een schaal van A tot D, met als criteria: aanwezigheid op deze wekelijkse bijeenkomst, het afgeloste bedrag, maar vooral: het gebruik van het geleende geld. De vrouwen in de sloppenwijk weten precies wie met de lening een naaimachine heeft gekocht om er geld mee te verdienen, en wie een aanbetaling heeft gedaan op een tv-toestel om man en kinderen te behagen. Voor een naaimachine krijgt men een A, maar als ook maar een lid van een groep een tv koopt, krijgt de hele groep een D. Te veel D's brengt de aanspraak op toekomstige leningen voor de groep van vijf in gevaar. Zo dwingen de vrouwen elkaar om het geld van Shakti Foundation zo verstandig mogelijk te gebruiken. Het idee van het `sociale onderpand' werkt uitstekend. Na het invullen van het beoordelingsformulier wordt er nagepraat. De vrouwen weten het niet, maar het is een instructie van dr. Humaira. Na de formaliteiten moeten de vrouwen even in de vergaderruimte blijven, want dan gebeurt, wat dr. Humaira betreft, het allerbelangrijkste. Onderling worden nieuwtjes uitgewisseld. Wie is er opgehouden met de pil omdat ze weer een kind wil, en waarom? Iemand verklapt dat de echtgenoot van een van de aanwezigen een andere vrouw in een naburige sloppenwijk heeft genomen. De vrouw in kwestie bedekt verlegen haar gezicht, maar haar vriendinnen reageren furieus en beloven de man een lesje te leren.

,,Jullie mogen geen geweld gebruiken'', maant de branchemanager van de Shakti Foundation. De vrouwen protesteren: ,,Waarom mogen we die vent niet in elkaar timmeren?''

Omdat jullie dan hetzelfde doen wat die mannen jullie hebben aangedaan, zegt de vrouw op de stoel. ,,Probeer eerst met hem te praten.''

,,En als hij niet luistert!'', roepen de vrouwen opgewonden.

,,Ja'', zegt de branchemanager van de bank, ,,sla hem dan maar in elkaar.''

Derde en laatste deel in een serie over de praktijk van het ontwikkelingswerk. Deel 1 over Tanzania verscheen op 18 maart, deel 2 over Guatemala op 20 maart. Ze zijn te lezen via www.nrc.nl.