Priesterlijk wangedrag

Het is van alle tijd, maar daarom nog niet minder erg: priesters die kinderen misbruiken en zich anderszins seksueel misdragen. Van aaien tot erger, en als het dreigt uit te komen trekken de kerkelijke autoriteiten een rookgordijn op of wordt de zaak doodgezwegen of afgekocht. In de Amerikaanse stad Boston weten ze er alles van. Daar werd vorige maand een priester veroordeeld die in dertig jaar tijd meer dan 130 jongens misbruikte. Zijn bazen bij het bisdom waren ervan op de hoogte, betaalden zwijggeld aan de slachtoffers en plaatsten priester John Geoghan na iedere `aaipartij' over naar een andere parochie – waar hij zijn handwerk opnieuw begon.

Voor Boston en de VS zijn andere plaatsen en andere landen in te vullen. Het gebeurt overal en de schande ervan zit behalve in de daad ook in de manier waarop de rooms-katholieke kerk met dit vraagstuk omgaat. Kort gezegd gebeurt dat volgens het aloude en ooit beproefde recept van zwijgen, ontkennen en draaien. En als dat niet helpt, worden ongemakkelijke verklaringen opgesteld met verwijzingen naar het opperwezen. Ooit kwam de kerk er misschien mee weg, maar het geduld van het hedendaagse publiek begint op te raken. Het schandaal in de VS blijkt van een ongekende omvang. Het ene na het andere slachtoffer meldt zich; de beerput gaat steeds verder open. Het is niet zozeer de mate van verlegenheid van de kerkelijke autoriteiten die opvalt, als wel de heftigheid van het gevoerde debat en het snel afnemende begrip voor de vaak dubbelhartige excuses en onvolledige uitleg. Bij schandalen van deze aard en omvang zou het de gezagsdragers sieren als ze openhartig zijn, berouw tonen en een duidelijk plan van aanpak hebben om toekomstige gevallen te voorkomen.

De daden van een priester die zich seksueel misdraagt, zijn niet te verdoezelen. Incidenten zullen er altijd zijn, maar de affaire in Boston roept begrijpelijke reacties op. Zoals die van een seksueel misbruikte, die verklaarde dat de rooms-katholieke kerk ,,een veilige zone voor pedofielen is''. Deze ernstige aantijging is waarschijnlijk overtrokken en toch kan ze niet worden genegeerd. Noch door de kerk noch door de Amerikaanse justitie; het gaat uiteindelijk om strafbare feiten.

De druk is kennelijk zo opgelopen dat het aartsbisdom van Boston op een onverwachte manier in actie is gekomen. In de bisschoppelijke uitgave The Pilot, tevens op internet beschikbaar, worden eindelijk een paar fundamentele vragen gesteld ('Questions that must be faced'). Moet het celibaat blijven bestaan als normatieve voorwaarde voor het priesterschap? Als het celibaat optioneel is, zouden er dan minder schandalen van deze aard in het priesterschap zijn? Trekt het priesterschap een onevenredig aantal mannen van homoseksuele geaardheid aan? Voor buitenstaanders zijn dit voor de hand liggende vragen, maar voor de rk-kerk liggen ze nog altijd in een taboesfeer. Het antwoord zal uit Rome moeten komen, de plaats waar alles begint en eindigt wat de leer betreft. De reactie van de paus biedt voorspelbaar weinig hoop. In zijn net verschenen jaarlijkse brief aan de priesters in de wereld, een uitgelezen kans om expliciet en in heldere bewoordingen op de zaak in te gaan, veroordeelt de kerkvorst kort en alleen in algemene termen ,,de ernstigste vormen van het mysterie van het kwaad''.

Zolang Rome het antwoord op de gestelde vragen schuldig blijft en de confrontatie met priesterlijk wangedrag niet aandurft – in woord en daad – zal het in de parochies mis blijven gaan.