Politiek in VS hervormt zichzelf

De wet op de campagnefinanciering die woensdag werd aangenomen zal de Amerikaanse politiek veranderen. Maar hoe?

Dat geld geen rol meer zal spelen tijdens verkiezingen in de Verenigde Staten zal niemand geloven. Toch spreken voorstanders van de woensdag aangenomen wet die de financiering van verkiezingscampagnes drastisch moet beperken van een historische overwinning: de Amerikaanse politiek zal nooit meer hetzelfde zijn.

Op welke manier die politiek zal veranderen is verre van duidelijk. Zo bestaat geen zekerheid welke partij, de Republikeinse of de Democratische, op de langere termijn het meeste zal profiteren van de nieuwe afspraken. Wetgeving die de invloed van geld op verkiezingscampagnes moet beperken gaat bijna honderd jaar terug, en in al die jaren is al het mogelijke geprobeerd om onder de bestaande beperkingen uit te komen. Politici en hun geldschieters blijken inventief: geld vindt altijd zijn weg.

Het wetsvoorstel dat woensdag door de Amerikaanse Senaat met zestig tegen veertig stemmen is aangenomen, voorziet in nieuwe regels die ongelimiteerde donaties van vakbonden, bedrijven en vermogende individuen aan landelijke politieke partijen, de zogenaamd soft money donaties, onmogelijk moeten maken. In het verkiezingsjaar 2000 wisten beide partijen samen bijna 500 miljoen dollar bijeen te werven. Een absoluut record dat de roep om beperkende maatregelen alleen maar heeft versterkt. Voortaan zijn alleen nog op het niveau van federale staten en lager donaties toegestaan. Maar die donaties moeten onder de 10.000 dollar per donateur per jaar blijven.

Een minder besproken, maar zeer invloedrijke beperking geldt de financiering van issue ads, indirecte reclameboodschappen op radio en televisie die, zonder namen te noemen, de kandidaat van de tegenpartij op specifieke onderwerpen zwart maakt. Dergelijke negatieve reclames, die worden gefinancierd door belangengroepen die formeel geen partijbanden hebben, zijn vanaf twee maanden voorafgaand aan een verkiezing niet meer toegestaan.

Mogelijk de belangrijkste verandering is niet een beperking, maar een verhoging van individuele donaties aan presidentskandidaten en kandidaten voor het Congres (hard money). Volgens de nieuwe wet, waarvan president George Bush heeft gezegd dat hij die zal ondertekenen, krijgt iedere donateur het recht niet duizend dollar, maar tweeduizend dollar per jaar te schenken.

Volgens specialisten op het gebied van de Amerikaanse campagnefinanciering schieten de hoofdzakelijk democratische ja-stemmers voor de nieuwe wet zich met name op dat laatste punt in de eigen voet. Democraten en Republikeinen hebben tot dusver om en nabij hetzelfde bedrag in soft money verzameld, maar in hard money zijn de verschillen enorm. Vorig jaar zamelden de Republikeinen 122 miljoen dollar aan hard money in en de Democraten 54 miljoen.

Door de verdubbeling van de limiet op hard money (en de afschaffing van soft money) neemt de invloed van individuele donaties enorm toe. Volgens Jan Baran, een juridische specialist voor de Republikeinen, is dat vooral gunstig voor de Republikeinse president George Bush. Die noemt hij ,,de hard money-kampioen in de zwaargewichtklasse''. ,,Bush brak tijdens de [presidents]verkiezingen in 2000 alle records en zamelde meer dan honderd miljoen dollar in'', aldus Baran in The Washington Post. Voor de Democraten voorspelt dat weinig goeds wanneer Bush zich in 2004 mogelijk opnieuw verkiesbaar stelt.

Toch lijken de Democraten niet al te bezorgd over dat vooruitzicht. De Democratische meerderheidsleider in de Senaat, Tom Daschle, vindt dat de voordelen van de nieuwe wet blijven opwegen tegen de nadelen. Zijn belangrijkste argument, dat door velen in de Senaat wordt gedeeld, is dat al het mogelijke moet worden gedaan om de suggestie uit de weg te nemen dat de Amerikaanse politiek te koop is. Die wens is des te urgenter geworden sinds de recente ondergang van het energieconcern Enron. Het faillissement van dat bedrijf, het grootste uit de Amerikaanse geschiedenis, was één grote vingerwijzing in de richting van Washington. Enron was een belangrijke donateur van de Republikeinen en zag veel wet- en regelgeving door Republikeinse steun in zijn voordeel uitvallen.