Pfeijffers vleierij

`April is the cruellest month' dichtte T.S. Eliot, maar nog wreder is maart. Tenminste, voor de dichter-romancier Ilja Leonard Pfeijffer, die deze week van plagiaat werd beschuldigd. Een recensent van het Nieuwsblad van het Noorden had ontdekt dat in Pfeijffers recente roman Rupert een vertaalde passage verstopt zat uit Eliots modernistische meesterwerk The Waste Land (1922). Hij speelde zijn informatie door aan een Groningse podiumdichter die, na Pfeijffers polemiek tegen de toegankelijke poëzie (Bzzletin, okt. 2000), nog een appeltje met zijn collega te schillen had. De Groninger zette de gewraakte passages naast elkaar op een website, typte er de alliteratie `Pfeijffer pleegt plagiaat' boven, en een relletje was geboren.

Aan ieder die het horen wilde, legde Pfeijffer vervolgens uit dat hij in het grotestadsverhaal Rupert een literair spel met The Waste Land speelt. Al zijn verwijzingen naar het beroemde gedicht – en dat waren er heel wat meer dan Reinier Spreen van het Nieuwsblad van het Noorden had gevonden – waren ,,onderdeel van het literaire spel van verwijzen en sampelen waar Eliot zelf de kampioen van was''. In Eliots baanbrekende cut-up-gedicht zitten onder meer letterlijke passages uit Wagner, Baudelaire, Shakespeare, Dante, Ovidius en de Bijbel – maar al te vaak zonder bronvermelding. En Eliot is bepaald niet de enige kunstenaar die zich door middel van citaten verstond met zijn voorgangers. `Quotation is the sincerest flattery' zou het motto kunnen zijn van de hele kunst- en literatuurgeschiedenis.

Een literair spel dus, geen plagiaat. En dus is Reinier Spreen van het Nieuwsblad van het Noorden de spelbreker van de week, een steile Droogstoppel met weinig begrip voor literatuur. Of toch niet? Voordat hij door de literaire connaisseurs wordt overladen met hoon, is het goed om te bedenken dat hij de enige was die überhaupt heeft gezien dat er in Rupert flink naar The Waste Land verwezen werd. Andere recensenten, of ze nu van Trouw, Het Parool, de Volkskrant, de Standaard of NRC Handelsblad waren, hebben in hun paginavullende stukken de Eliot-connectie ten enenmale gemist. Spreen mag dan de verkeerde conclusie hebben getrokken, temidden van de Nederlandse critici is hij, om met Eliot (en diens voorbeeld Dante) te spreken, il miglior fabbro, `de betere vakman'.