Oppositie lonkt voor PvdA Amsterdam

De commotie over de `kut-Marokkanen' van de PvdA-lijsttrekker Oudkerk in Amsterdam lijkt gesust. De rel typeert echter wel de nieuwe verhoudingen binnen die fractie.

De commotie over de gewraakte uitlating van de Amsterdamse PvdA-leider Rob Oudkerk is niet alleen een uiting van traditionele publieke moraal, gemakshalve ook wel `politieke correctheid' genoemd. Het oproer binnen de PvdA tegen Oudkerks terzijde over ,,kut-Marokkanen'' in een onderonsje met burgemeester Cohen op de verkiezingsavond van 6 maart op het stadhuis, heeft ook machtspolitieke aspecten. Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis van Amsterdam als immigratiestad heeft de PvdA in eigen kring te maken met nieuwe verhoudingen. De verontwaardiging in eigen kring over de hartekreet van Oudkerk en zijn daarop volgende excuses over deze `straattaal' zijn daarvan afgelopen dagen het gevolg geweest.

Tot voor kort schiep de PvdA vooral uit welbegrepen eigenbelang en wellicht idealisme een platform voor politici uit migrantenkring. De lokale partij zocht zelf naar nieuw talent met een andere etnische achtergrond, opende de mogelijkheid van een verkiesbare plaats en droeg vervolgens zo goed en kwaad als mogelijk bij aan de dagelijkse begeleiding in de gemeenteraad.

Maar sinds de raadsverkiezingen van 6 maart staan diezelfde politici meer dan ooit op eigen benen. Zes van de vijftien nieuwe raadsleden in de PvdA-fractie zijn meer of minder op eigen kracht verkozen. Twee van hen zijn van klassiek Amsterdamse of Nederlandse afkomst: lijsttrekker Oudkerk en wethouder Duco Stadig van ruimtelijke ordening die met 2064 voorkeurstemmen ook was verkozen als hij niet op een plaats bij de eerste 15 zou hebben gestaan. De andere vier hebben allen een niet-Europese achtergrond.

De belangrijkste is Hannah Belliot, de scheidend `burgemeester' van Zuidoost die in Suriname is geboren. Hoewel ze het voordeel had de eerste vrouw op de lijst te zijn, heeft ze met 9.142 voorkeurstemmen in haar eentje anderhalve zetel (de kiesdeler was 6.035 stemmen) binnengesleept en daarmee de andere eerste vrouwen van concurrerende partijen met een mannelijke lijsttrekker (Rosa van der Wieken van de VVD en Nevin Özütok van GroenLinks) ruimschoots overtroffen. Fatima Elatik, geboren in Amsterdam uit Marokkaanse ouders, haalde vervolgens met 5.287 voorkeurstemmen bijna de hele kiesdeler. De even oude Amma Assante, in 1972 in Ghana geboren, kwam met 1.514 voorkeurstemmen op eigen gezag in de raad. Beiden stonden weliswaar op een verkiesbare plaats maar pas op de posities zeven en tien. Dat gold niet voor Zati Yurdukal, een 41-jarige maatschappelijk werker die in Turkije is geboren en met 1.658 stemmen oprukte van de 19de plaats die de PvdA voor hem in petto had naar de vijfde plaats qua voorkeursstemmen.

De PvdA is hiermee de enige partij wier kandidatenlijst de kiezer zo drastisch door elkaar heeft gehusseld. De verdeling der voorkeursstemmen illustreert dat het loont volksvertegenwoordigers te zoeken in bredere lagen van de samenleving. De `allochtone' raadsleden hebben bijna een kwart van het totaal aantal kiezers voor de PvdA geworven. En ze hebben zodoende hun zelfvertrouwen navenant opgekrikt.

Omdat de sociaal-democraten in Amsterdam, anders dan in de overige grote steden, niet hebben verloren bij een iets hogere opkomst bovendien, ligt het voor de hand dat zij deze bijdrage politiek willen kapitaliseren. Ze zijn niet louter stemmentrekkers voor de partij, ze hebben nu eveneens een concrete achterban waaraan komende jaren moet worden geleverd.

Het lokale establishment van de PvdA weet zich hierdoor in een tot nu toe ongekende positie gemanoeuvreerd. De fractie heeft de `rode bankier' Tjalling Halbertsma, sinds 1998 raadslid en in het dagelijks leven directeur van een investeringsfonds, gekozen als haar nieuwe voorzitter die partijleider en onderhandelaar Oudkerk zal moeten controleren. Namens de fractie heeft Halbertsma zich onmiddellijk gedistantieerd van Oudkerks woordkeuze. Oudkerk zelf heeft ook onverwijld het boetekleed aangetrokken, zonder de kern van de maatschappelijke kwestie (het hardnekkige criminele gedrag van een hondertal Marokkaanse straatjongens) overigens terug te nemen. Met name PvdA'ers van Marokkaanse afkomst bleven zich geschokt tonen, zij het niet altijd in het openbaar.

Volgens Halbertsma is hiermee het incident gesloten. Maar voor aantal representanten van het traditionelere politieke personeel is de gesmoorde rel hoe dan ook een donderslag bij heldere hemel geweest. Hoewel de PvdA en de andere gevestigde hoofdstedelijke partijen amper last hadden van Leefbaar – een lijst onder die naam haalde in Amsterdam slechts twee zetels – vreest de PvdA dat het potentiële electoraat voor de lijst Pim Fortuyn veel groter is dan de verkiezingsuitslag suggereert. De opmerking van Oudkerk sloeg daarop. Met scepsis en soms zelfs desillusie wordt de politieke koers van de landelijke partijleiding gadegeslagen. Het door de PvdA gedomineerde paarse college mocht afgelopen vier jaar weinig kleur hebben gehad, de PvdA zelf is volgens het hoofdstedelijke sociaal-democratische establishment in het stadhuis pas echt een verwaarloosbare factor. De oppositie lonkt dus.