Meesterlijk veinzen

Musea houden van seks, maar de tentoonstelling `Liefde te koop' laat de kunst links liggen ten gunste van de prostitutie.

De musea hebben de seks ontdekt. In Museum Boijmans in Rotterdam is, op de jongerenafdeling van de tentoonstelling Buiten zinnen, een serie seksueel getinte kunstwerken opgehangen onder de titel Zo sexy mogelijk. In het Utrechtse Centraal Museum gaat sinds een week de FFF Videoshow waar een aantal seksvideo's wordt vertoond, onder meer in een shocking pink gekleurde zaal die je alleen kunt betreden door je door een manshoge vagina te wringen. In Amsterdam is de ene tentoonstelling over seks nog niet afgelopen of de andere is alweer begonnen. Tot en met dit weekend kan bij De Appel worden genoten van Amsterdam Revisited: A'dam and Eve. On sex, tolerance and other dependencies, en vorige week opende in het Amsterdams Historisch Museum Liefde te koop, vier eeuwen prostitutie in Amsterdam.

Deze trend zal wel niet losstaan van een bredere ontwikkeling, die onlangs op tv werd verwoord door de hoofdredactrice van het pornoblad Chick. Zij verklaarde dat het chique deel van de natie haar nieuwste doelgroep is, want dat porno salonfähig begint te raken.

Goed, we wachten af. Maar laten we één ding hopen: dat de musea niet louter de zoveelste attractie zullen worden in het sekscircus dat zich nu al van alle kanten aan ons opdringt. Dat ze, als ze dan echt niet om die seks heen kunnen, ons de wijdere perspectieven ervan zullen laten zien, de bovennatuurlijke krachten, de finesses, de mysteries, de valstrikken en al die andere diepere gronden waar tv, reclame, pornobladen en uitgaansleven in hun ongeduld nooit een licht op zullen werpen.

Afgaande op de ondertitel van Amsterdam Revisited leek De Appel goed op weg. Want als seks en tolerantie `afhankelijkheden' worden genoemd, verslavingen dus, en nu eens niet de grootste fun respectievelijk de hoogste deugd waar ze meestal voor doorgaan, dan spits je je oren.

Helaas blijkt De Appel de belofte niet waar te maken. Er wordt kunst getoond uit het Amsterdam van de jaren zeventig, het tijdperk van de `seksuele revolutie', aangevuld met hedendaagse kunstenaars die ook seks in hun werk doen. Maar geen moment krijg je de indruk dat de seksuele obsessies van de kunst van dertig jaar geleden enigszins worden geanalyseerd, noch dat er door de jongere kunstenaars vruchtbaar op wordt doorgeborduurd.

Volgens een van de drie tentoonstellingsmakers `deconstrueert' de huidige generatie de porno van de kunstenaars uit de jaren zeventig. ,,Dezelfde grens tussen kunst en banaliteit wordt gezocht, maar de seks en de genitaliën worden achterwege gelaten. Logisch, want porno schokt ons niet langer, het is bijna dagelijks te zien op tv.''

Gedeconstrueerde porno dus, maar wat moet je je daarbij voorstellen? Dit: Een diaserie van een man en een vrouw die op een warme dag naakt de stad in gaan. Een filmpje in een peepshowcabine van vier jongens in de trein, die elkaar vol flair vertellen hoe ze door een meisje werden gepijpt. Een verzameling matrassen met zwerversdekens in de hal van De Appel, en daarbij een monitor waarop de betreffende kunstenaar vertelt dat hij geen affiniteit heeft met necrofilie. Dat soort werk.

Er zijn in De Appel kortom twee soorten kunst te zien, kunst waarvan de schok is uitgewerkt en kunst die helemaal niet schokt en ook niets anders doet. De hoogste tijd voor vier eeuwen prostitutie in het Amsterdams Historisch Museum.

Een boordevolle tentoonstelling is dat, met foto's, schilderijen, cartoons, nagebouwde peeskamertjes, oude bordeelmeubels, hoerenjurken, houten dildo's, stoutertjes (samengebonden rieten), roze kaarten (werkvergunningen voor prostituees), plattegronden van Amsterdam met stippen die bordelen aangeven, registratielijsten met uit Parijs geïmporteerde meisjes, de identiteitskaart van Joden Jet, het werkbed van Metje Blaak, pornografische kunstwerken, oude boeken met bordeelverhalen, oude kranten met artikelen over bordeelhouders, video's van interviews met prostituees, geluidsbandjes met liederen uit `het leven', originele ijzeren schotten afkomstig van afwerkplekken – geen moeite is de samenstellers te veel geweest.

Al die voorwerpen en afbeeldingen, en niet te vergeten de bijgeleverde teksten leveren de museumbezoeker een zee van feiten op over prostitutie. Kleine feiten, zoals het 17de-eeuwse kinderversje over het Spinhuis, een hoerengevangenis aan de Oudezijds Achterburgwal: `Lichtekooien geil van minnen/ Brengt men daar, zij moeten spinnen'. En grote feiten, zoals het eeuwig tussen gedogen en verbieden schipperende prostitutiebeleid, zonder dat het in de praktijk veel uitmaakte.

De vraag is nu of de tentoonstelling de bezoeker ook enig inzicht in de prostitutie oplevert. Dat valt niet mee, want de samenstellers tonen wel hun grote verzamellust, maar daarbij ook een verpletterende neutraliteit. Standpunten hebben ze blijkbaar niet durven innemen, waardoor Liefde te koop de werking krijgt van een encyclopedie. Voor wie er niet gericht iets in te zoeken heeft, wordt de zee van feiten al gauw een dicht bos.

Dat komt tot uitdrukking in de vormgeving van de tentoonstelling. Het is één grote kruip-door sluip-door tussen panelen, hoekjes, kamertjes, anderssoortige panelen, vitrines, gordijnen, uitvergrote foto's die elkaar in de weg staan – alsof geprobeerd is iedere vierkante meter een totaal eigen, maar wel steeds felrealistische sfeer te geven. De feitendwang wordt vertaald in een soms bijna kinderlijk aandoende letterlijkheid.

Zo is een tekening uit 1904, waarop een nette heer met zijn paraplu in door hoeren achtergelaten vuilnis staat te porren, levensgroot op een wand afgedrukt en in de derde dimensie uitgebouwd. Er is een stukje straat voor gelegd met echte kinderkopjes, een authentieke lantaarnpaal uit die tijd en daaronder lege wijnflessen, lappen en andere rommel. Het openluchtmuseum is er niets bij.

Het effect is dat de tentoonstelling het kitscherige uiterlijk krijgt van een hoerenkamertje – onbedoeld, mogen we aannemen. Want met name de her en der vertoonde kunstwerken krijgen er een schadelijke tik van mee. Sommige schilderijen of etsen, zoals die van Jan Miense Molenaar en Jan Steen, worden nog enigszins afgeschermd door gordijnen, maar andere, zoals een pointillistisch schilderijtje van Jan Toorop, hangen zichtbaar te lijden in deze overvolle omgeving.

Het meest schrijnend is dat op een wand met werken van Edward Kienholz, Herman Gordijn, Ferdinand Erfmann, Berend Strik en anderen. Ze hangen erbij als de verjaardagskaarten van vorig jaar op het prikbord bij het koffiezetapparaat. Ze mogen meedoen, deze kunstwerken, want net als al die andere voorwerpen, afbeeldingen en verhalen zijn het van prostitutie getuigende feiten. Maar meer dan feiten mogen ze kennelijk niet zijn, met als gevolg dat die honderden rode lichtjes die deze tentoonstelling in je hoofd plant, maar niet willen gaan branden. De kunst van de prostitutie komt niet tot leven.

Dat is een misser, want de kunst en de prostitutie zijn al eeuwenlang geestverwanten. In de gouden eeuw van de betaalde liefde, de 19de, zijn de twee zelfs onafscheidelijk, en de grote wegbereider van dat concubinaat is de dichter-schilder William Blake met zijn Songs of Innocence and of Experience uit 1794. Hij identificeert zich met de hoer, die overdag wordt vertrapt en 's nachts dik wordt betaald, en die dus de dood en de liefde tegelijk is. Deze Sick Rose is voor Blake de belichaming van de seksualiteit, die net als de kunst zowel wordt verdrongen als bejubeld.

De romantiek druipt ervan af maar dat betekent niet dat het verbond van kunst en prostitutie in de romantiek is blijven steken. Bewijzen daarvoor worden overigens nog geleverd bij Amsterdam Revisited. Marina Abramovic laat in De Appel foto's zien van een actie in 1974, waarbij ze gedurende vier uur de plaats innam van een raamprostituee terwijl de hoer naar de opening van Abramovic' expositie ging. En Annie Sprinkle heeft een lijst aan de muur gehangen met Veertig redenen waarom hoeren mijn helden zijn.

Het meest diepgravend is wellicht over de hoer en de kunstenaar geschreven door Georges Bataille, in zijn verhaal Madame Edwarda (1937). De madame is een hoer die op hetzelfde ogenblik dat zij de schrijver haar schaamlippen laat zien, tegen hem zegt dat zij God is. De hoerenvagina als hemelpoort. Maar ook als opening naar het absolute niets, want Bataille koesterde de opvatting dat God één grote leegte is. Sinds het wegvallen van God is de mens fundamenteel onzeker en spelen al zijn ervaringen zich in de leegte af. De hoer is voor de schrijver een middel om die leegte te leren kennen, en het moment dat hij zich met haar verenigt kan hij dan ook niet anders beschrijven dan met lege woorden: regels lang niets dan puntjes.

En de hoeren zelf, hoe kijken die er tegenaan? Hoe krijgen zij het voor elkaar om dag in dag uit die lege God te zijn? Dat kan maar op één manier: door meesterlijk te veinzen.

,,Hoewel ik nog seer jong was, wist ik echter, gelijk de meeste Juffertjes, so meesterlijk te veinsen, dat de doortrapste man des werelds moeite genoeg gehad soude hebben, om het te bemerken.'' Het is een zin uit een in 1680 verschenen hoerenbiografie met de titel D'Openhertige Juffrouw of D'Ontdekte Geveinsdheid.

In dat boek is het veinzen het motief, want de openhartige juffrouw is met niets anders bezig. Terwijl ze het veinzen van anderen onthult, perfectioneert zij haar eigen veinzen. Het woord kwansuis (quasi) gebruikt zij graag en vaak. Iedere man met wie ze naar bed gaat weet ze het gevoel te geven dat hij de belangrijkste voor haar is, terwijl ze intussen geen middel onbeproefd laat om hem ,,eens dapper by 't lincker been te krygen'' (bij de neus te nemen).

Doet de kunstenaar iets anders? Moet hij niet iedere kijker, lezer, luisteraar het gevoel geven dat het schilderij, het boek, het lied alleen voor hem of haar gemaakt is? En doet hij dat niet altijd met middelen die slechts zijn voorgewend?

Zeker, want zoals in de prostitutie alles te koop is behalve de liefde, zo is in de kunst alles te koop behalve het leven, en juist daarom moeten de hoer en de kunstenaar hun spel op een zo hoog mogelijk niveau spelen. Zoals de goede kunstgenieter weet van de kunstenaar dat hij doet alsof, en dat ook van hem eist, zo weet en eist de goede hoerenloper hetzelfde van de hoer.

De slechte hoerenloper is beschreven door de eerder genoemde Metje Blaak, in een handboek voor hoeren met de titel De trukendoos.

,,Er zijn klanten die je tijdens het voorspel op een voetstuk zetten, om je er na de wip weer keihard af te schoppen. () Ze doen dit omdat: A. Ze spijt hebben van de poen en ineens zichzelf en de situatie haten waar ze door hun seksdrift in terecht gekomen zijn. B. Ze zich ineens herinneren dat ze toch op een heel ander type vrouw vallen. C. Ze van huis uit fatsoensrakkers zijn die na de daad ineens weer tot zichzelf komen en jou de schuld geven van hun misstap. () Ze hebben allemaal spijt. En die spijt duurt op de kop af drie uur, dan zijn ze al weer klaar voor hun volgende misstap.''

Een rake schets van de man die achter zijn pik aan loopt, een wijdverbreid type, waar de commercie dol op is.

Als nu de musea zich op de seks gaan storten, dan hebben zij een mooie kans om voor de verandering eens een ander type over het voetlicht te brengen. Want er is nog een derde mogelijkheid tussen lekkermakerij omwille van de handel en de opgestapelde neutraliteit van Liefde te koop. Misschien zouden de musea hun licht eens moeten opsteken in het Griekenland van de vierde eeuw voor Christus, zoals beschreven door Michel Foucault in het tweede deel van zijn Geschiedenis van de seksualiteit, Het gebruik van de lust.

Foucault beschrijft een maatschappij waarin de seks ernaar streeft vrij te zijn, dat wil zeggen niet onderworpen aan slavernij, ook niet aan de slavernij van de seksuele driften. Passiviteit tegenover de eigen lusten is negatief, onmatigen zijn onwetenden, moraliteit en kennis gaan hand in hand. Er is geen handelingscode op seksueel gebied, er zijn geen regels over wat wel en niet mag. Alles draait om de stilering van de seksualiteit, pas in de zelfbeheersing krijgt de seksuele vrijheid vorm. Seks, met andere woorden, is geen drift maar een kunst.

Liefde te koop. T/m 1/9 in het Amsterdams Historisch Museum. Inl. 020-5231822 of www.ahm.nl

Buiten zinnen. T/m 20/4 in Museum Boijmans Van Beuningen. Inl. 010-4419400 of www.boijmans.nl

Amsterdam Revisited: A'dam and Eve. On sex, tolerance and other dependencies. T/m 24/3 in De Appel, Amsterdam. Inl. 020-62555651 of www.deappel.nl

FFF Videoshow. T/m in Centraal Museum, Utrecht. Inl. 030-2362362 of www.centraalmuseum.nl