Lieve postbode

Toen Gerard Reve eind 1971 zijn driehoeksverhouding met Woelrat en Teigetje beëindigde, nam een bevriende personeelschef, Guus van Bladel, hem in huis. Van Bladel verzorgde de depressieve, drinkende schrijver in zijn grote flat aan de Nieuwe Markt te Weert, boven Bakkerij Korsten. Wat volgde is een opmerkelijk vrolijke en productieve periode in Reves leven. In Koninklijke Jaren. De Weerter periode van Gerard Reve, beschrijft journalist Bert Boelaars de drie jaar dat Reve in het Limburgse provinciestadje woonde. Doorgaans zien we Reve alleen door zijn eigen ogen, in dit boek zien we hem door de verwonderde ogen van zijn medeburgers. Boelaars concentreert zich op Reves dagelijkse leven, zijn omgang met de lokale bevolking, wat een schat aan mooie, raak opgeschreven anekdotes oplevert.

Uit Koninklijke Jaren komt Reve naar voren als een opmerkelijk sociaal man die gemakkelijk met de bevolking mengde. Boelaars schrijft: `De in de liefde ongelukkige schrijver, die amper een sociaal leven kende, bloeide in Weert volledig op.' Daar valt wel iets op af te dingen: het boek beschrijft ook de gebruikelijke zelfmoordpogingen, bovenmatige drank- en pillenconsumptie, en de aanvallen van razernij. Maar over het algemeen lijkt het alsof Reve inderdaad prima kon gedijen in de luwte van de provinciestad. Aan Josine Meijer schreef hij dat zijn nieuwe adres `niets met de liefde' te maken had, `maar alles met stilte, konsentraatsie & werk'.

De Weertenaren moeten vereerd zijn geweest met de komst van de beroemde schrijver. De vrouw van de meubelmaker: `Meerdere malen vertelde hij de Weerter bevolking graag te mogen. Hij zei: ze zijn eenvoudig en behulpzaam. Gerard Reve hield van Weert.' Veel geïnterviewden noemen Reve hartelijk en gul. De kassière van Albert Heijn werd verliefd op hem. Hij werd verliefd op de groenteboer en de postbode. Zo erg zelfs dat hij zichzelf brieven stuurde om verzekerd te zijn van een dagelijks bezoek. Met zijn gasten bezocht Reve graag Sauna Lansink. Eén der Weertenaren beschrijft hoe de jonge zoon van de sauna-eigenaar iedere keer de klanten met een tuinslang koud afspoelde: `Voor Gerard was dat het hoogtepunt van de avond.'

Maar de katholieke kleinsteedse bevolking moet toch ook vreemd hebben aangekeken tegen de openlijke homoseksueel met zijn afwijkende godsbesef en gevoel voor humor. Reve had de grote ramen van zijn flat witgekalkt, met kleine uitsparingen, `schietgaten', waardoor hij de gymmende jeugd van het Bisschoppelijk College aan de overkant kon bespieden, onderwijl zichzelf beroerende. Sommigen vonden hem `een ongelikte beer; zó grof en onbehouden.' Vooral zijn gewoonte om te boeren, winden te laten, en zijn slappe geslacht uit zijn broek te halen om er mee te zwaaien, vielen niet altijd goed. Een jongen op wie Reve verliefd was, zegt over Reves egomanie: `Hij sprak niet zozeer mét mensen, als wel tégen mensen. Het niet met hem eens zijn was riskant. Hij kon à la minute in woede ontsteken.'

De auteur, Bert Boelaars, was in die dagen redacteur van het plaatselijke huis-aan-huisblad Op de Keper. Al snel ging Reve dit `rellerige' blaadje gebruiken als huisorgaan, met interviews, voorpublicaties en nieuwtjes: `Gerard Reve Prins Carnaval?' en `Een Circusjongen komt snel klaar'. Reve schreef de nieuwsberichten vaak zelf, wat de leesbaarheid én de ongeloofwaardigheid bevorderde. Zo schreef hij zelf een bericht over een verkeersongeluk met zijn Citroënbus, waarbij een porseleinen Mariabeeld op wonderbaarlijke wijze onbeschadigd bleef: `Het kan niet anders, of ze moet vroeger in een circus hebben gewerkt.' Boven de artikelen stond steevast:`Op de Keper – exklusief!'.

Reve wist in deze korte periode meer boeken dan ooit te schrijven én te verkopen. Werken als De Taal der Liefde (vóór Weert voltooid), Lieve Jongens, Het Lieve Leven, Ik had hem Lief, Het Zingend Hart en Een Circusjongen liepen zo uitzonderlijk goed dat Reve voor het eerst riant van de pen kon leven.

Boelaars noemt de tijd in Weert `Reve's Gouden Eeuw', maar dat is overdreven. Wat zaken en beroemdheid betreft waren het mooie tijden. Maar artistiek gezien was het een overgangsperiode, een tijd van achteruitgang. De boeken die hij in Weert schreef werden in snel tempo oninteressanter. Reves werkelijke Gouden Eeuw – de tijd dat hij eerst rondreizend en daarna in het Friese dorpje Greonterp Op Weg naar het Einde en Nader tot U schreef – lag juist net achter hem. Het niveau van de jaren zestig zou hij nooit meer halen. Eerst toen hij in 1975 van Weert naar Zuid-Frankrijk was verhuisd wist hij met Oud en Eenzaam en Moeder en Zoon iets van zijn oude kracht te hervinden.

Bert Boelaars: Koninklijke jaren. De Weerter periode van Gerard Reve. L.J. Veen, 207 blz. € 15,–